Heel België smacht om een stuntje van de nieuwe held Vandenbroucke Publiekslieveling moet opvolger Van Impe worden

ANDORRA - Waar Franck Vandenbroucke zich ook vertoont in de Tour de France, na de finish, in het Village Départ, bij de rennersbus, hij is nooit alleen op de wereld. Vrijwel alle wielerjournalisten uit België verdringen zich rond zijn fragiele persoontje. Het handjevol dat op zoek is naar andere gesprekspartners, stelt op zijn minst één vraag over de 22-jarige VDB.

Soms leidt dat tot grappige taferelen. De vorige week vroeg een collega van een Vlaamse krant tijdens een persconferentie aan Erik Zabel wat hij van Vandenbroucke dacht. De Duitse sprinter dacht even na en antwoordde beleefdheidshalve: “Een goede coureur.” Zabel wekte niet de indruk te weten om wie het ging. Het Belgische volk wel. Dat ziet in de tweetalige publiekslieveling een potentiële Tourwinnaar. Zeker nu het al 21 jaar op een nieuwe held in de grote ronden zit te wachten - Lucien van Impe was in 1976 de laatste die de gele trui naar Parijs reed - wordt Vandenbroucke in gedachten in een majesteitelijke zetel naar de hoogste troon gedragen. “In het land der blinden is één oog koning, net als bij U,” zegt zijn ploegleider Patrick Lefevere veelbetekenend. “Hij mag één keer stunten in de bergen, daar zit heel België op te wachten. Voor het overige is hij vooral in de Tour om te leren.”

Hinault en Fignon wonnen meteen hun eerste Ronde van Frankrijk, Greg LeMond was in het prille begin van zijn carrière al wereldkampioen. Ondanks zijn jeugdige leeftijd is Vandenbroucke reeds vier jaar professional. Derhalve trekken de Belgische wielerliefhebbers gemakkelijk de conclusie dat het grote talent inmiddels voldoende is gerijpt. VDB zelf is niet te beroerd om voeding te geven aan de hooggespannen verwachtingen. “Ik ben een serieuze kandidaat om op termijn de Tour te winnen,” zegt hij. “Niet nu. Ik heb geen enkele ervaring in het hooggebergte, ik heb nooit eerder een rittenkoers van drie weken gereden. Straks is de generatie Riis uitgefietst en moet het van mensen als Ullrich en mij komen. Wanneer ik straks genoeg weerstand heb opgebouwd, zou ik niet weten waarom ik met mijn tijdrit als basis niet een keer de Tour kan winnen.”

De zelfverzekerdheid en het charisma hebben hem bij de zuiderburen tot een mediageniek figuur en thema van boeiende polemieken gemaakt. Toen Lefevere hem na zijn zege in de Ronde van Luxemburg voor La grande boucle selecteerde, werd de jonge coureur zelfs onderwerp van instemmende hoofdredactionele commentaren. Lefevere had hem liever naar de Ronde van Spanje gestuurd, maar Vandenbroucke zelf claimde een startbewijs voor de Tour. “Hij heeft uitstraling,” vertelt Roger de Martelaere, journalist van Het Laatste Nieuws. “Hij is een van de weinigen die onbekommerd, fris van de lever zegt wat hij denkt. Hij doet dat niet in wollige bewoordingen, nee, recht voor zijn raap. Overigens zonder daarbij termen te gebruiken die niet door de beugel kunnen.”

De Martelaere werkt bij een sensatiekrant, doorgaans een betrouwbare barometer van de gevoelens van het, zeg maar RTL-deel der natie. En in die zin schrijvend voor een krant die de euforie rond een held in wording niet snel zal temperen. “Ik verbaas me over Uw stelling,” zegt hij. “Ik zou de sfeer rond Vandenbroucke zelfs bijzonder rustig willen noemen. Te beginnen bij Vandenbroucke zelf. Hier is hij de antipode van Tom Steels (die vrijdag wegens het smijten van een bidon werd gediskwalificeerd - red.). Doorgaans is Steels heel kalm en Vandenbroucke uitermate nerveus. In de Tour werd Steels opgevreten door de zenuwen en oogt Vandenbroucke bijzonder kalm. Hij grijpt ieder moment aan om te recupereren.”

“Euforie? Welnee”, haast ook Harry van den Bremt van het meer serieuze Nieuwsblad/De Standaard te zeggen. “Hij draagt een hoop mee, het is een lefgozer die zich goed probeert te verkopen. En dan ga je al gauw denken aan een nieuwe Merckx. Maar we hebben in het verleden meer geroepen dat we een potentiële Tourwinnaar in huis hadden. We moeten afwachten of hij de ronde gaat winnen. Laten we eerst maar eens hopen dat via hem als land beter voor de dag komen. Vorig jaar was Museeuw op de 95e plaats de beste Belg. Slechter kan het niet. Mocht Vandenbroucke bij de eerste vijf eindigen, dan zullen we hem koesteren als een dure bloem.”

De erelijst van VDB (30 overwinningen, behaald in kleine wedstrijden) is in ieder geval geen warme aanbeveling. Zijn lichamelijke gesteldheid al evenmin. Als jongetje werd Franck aangereden door een vrachtwagen. Daardoor is het ene been korter dan het andere, en dus gevoelig voor ontstekingen. Hij is periodiek onder behandeling bij de bekende Duitse sportarts Wohlfahrt-Müller. Die schrijft hem een trainingsprogramma voor dat hij nauwgezet moet uitvoeren. “Ik ben daarom erg sceptisch,” zegt Van den Bremt. “Hij is fragiel, hij is broos, hij heeft zwakke knieën. Er gaat geen seizoen voorbij of er zit bij hem wel iets in de knoop. Met zijn lichaam is hij geen gemiddelde Tourrenner. Ik heb bedenkingen. Lefevere heeft altijd geroepen dat hij nog twee jaar moet wachten. Dat hij eerst de Dauphiné, de Giro en de Vuelta gereden moet hebben.”

“Ik heb eerder de indruk,” vervolgt Van den Bremt, “dat Lefevere bezig is zijn eigen toekomst veilig te stellen. De carrière van Museeuw loopt op zijn eind, maar Patrick moet verder. Steels en Vandenbroucke zijn zijn pionnen. Met hen onderhoudt hij een goede relatie. Daar komt bij dat hij een conflict heeft met Mapei. Hij eist het komende seizoen eenzelfde aantal Belgen in de ploeg als nu. Wie zulke harde taal spreekt, heeft iets achter de hand. Het gerucht gaat dat hij ploegleider wordt van Cofidis. Onder Guimard is de sfeer slecht. Cofidis komt uit Noord-Frankrijk. Daar is dezelfde mentaliteit als bij ons.”

Ook zijn vader, een broer van Lotto-ploegleider Jean-Luc Vandenbroucke (met wie Franck overigens gebrouilleerd is), heeft er bij Lefevere sterk op aangedrongen zijn zoon mee te nemen naar Frankrijk. Hij miste door een knieblessure al het voorseizoen en verkeert nu in topvorm. Dan moet je niet een maand lang kermiskoersen gaan rijden, was zijn terechte redenering. Hij mag van Mapei één keer tot het gaatje gaan. “Zijn vader is er bang voor dat dat averechts zal werken”, weet De Martelaere. “Het grote gevaar bestaat dat hij zo'n ontzaggelijke knal krijgt dat hij op twee uur achterstand in Parijs aankomt en voorgoed het idee krijgt niet geschikt te zijn om de Tour te rijden.” Van die twee uur heeft hij nu al zeventig minuten te pakken. Eergisteren reed hij voor de voorlaatste bus uit, gisteren zat hij in de laatste met nog 85 passagiers.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden