Heel af en toe zei ze nee

Haar geheime zusje werd een vriendin voor het leven. Die vriendschap werd elk jaar bezegeld met een kist sinaasappelen uit Israël.

Ze zag haar vader voor het laatst op het station. Hij had een paar dagen op het politiebureau van Enschede vastgezeten en werd per trein naar een kamp in Duitsland afgevoerd. Ze schrok van de blauwe plekken en zwellingen in zijn gezicht.

Die laatste aanblik keerde altijd terug in haar herinnering als er in de late herfst een kist uit Israël kwam, een kist gevuld met sinaasappelen en grapefruits. De afzender was de familie Spitz in Tel Aviv die elk jaar met die kist dank betuigde voor de onderduik van hun kleine meisje Rachel.

In 1943 kwam de 4-jarige Rachel, die altijd Ras werd genoemd, vanuit Amsterdam naar Almelo. Ze was de enige dochter van een joodse diamantair en een tandarts, die elders waren ondergedoken. Ras kwam in huis bij Berend van Dooren, zijn vrouw en vier kinderen. De jongste, Annie (11), had net zulke donkere krullen en ogen als Ras, dus zeiden ze dat ze nichtjes waren. Annie, die alleen oudere broers had, was dol op het kleine meisje, dat ze als een zusje zag.

Er waren meer onderduikers in de straat en dat ging goed totdat iemand bij een verhoor doorsloeg en namen ging noemen. Ras werd op tijd in veiligheid gebracht in Vriezenveen, maar Annie's vader werd in juli 1944 midden in de nacht van huis gehaald. Hij stierf drie maanden later, afgebeuld in het kamp Zöschen.

Ras overleefde de bezetting, net als haar ouders in Amsterdam. Na de oorlog emigreerden ze naar Israël. De familie werd verteerd door schuldgevoel, omdat Annie's vader met zijn leven had moeten betalen voor de veiligheid van Ras. Ze kwamen vaak naar Nederland en ze stuurden altijd die sinaasappels. Na het overlijden van vader en moeder Spitz, zetten Ras en haar jongere zus die traditie voort. Afgelopen najaar kreeg Annie voor de 65ste keer zo'n kist.

Als meisje had Annie van Dooren niet zo'n zin in leren en eigenlijk had ze de mulo niet willen afmaken; ze wilde werken. Maar haar moeder stond erop dat ze haar diploma haalde en uiteindelijk deed Annie altijd wat haar moeder zei. Daarna belandde ze op het kantoor van Ten Cate, de Almelose textielfabriek waar haar vader ook altijd had gewerkt. Tijdens een vakantiereis van de christelijke jongerenvereniging naar Oostenrijk leerde ze een vrolijke Rotterdamse jongen kennen, Jos Daane. Annie en Jos waren allebei twintig en ze werden verliefd.

Ze kwamen uit totaal verschillende nesten. De Rotterdamse familie van Jos was groot en altijd vol grappen en grollen, de Tukkers van Annie waren zwijgzaam en wat stug. Jos kwam naar Almelo, vond daar werk, maar kon er niet aarden. Vervolgens ging Annie het proberen in Rotterdam, waar ze een baan kreeg op de administratie van een kantoorboekhandel.

Trouwen was uitgesloten zolang ze geen woning hadden, en daar maakten ze weinig kans op in het gebombardeerde Rotterdam. Ze vond onderdak in een pension voor meisjes. Annie's moeder bracht uitkomst door een driehoeksruil met haar eigen woning in Almelo. Zo kregen ze een flat op de begane grond aan de Groene Hilledijk in Rotterdam, waar Annie's moeder de ene slaapkamer kreeg, Jos en Annie de andere. In 1958 trouwden ze.

Jos werkte als exportmanager van papierproducent Cats-Neparofa en later bij bij de groothandel in woningtextiel Dehnert&Jansen. Hij was maar weinig thuis. Heel zijn werkzame leven zou hij na zijn werk hard studeren om zijn handels- en talenkennis uit te breiden, of om te vergaderen met het gereformeerde kerkbestuur of het christelijk onderwijs. Na het avondeten ging hij altijd even liggen voor een tukje, daarna scheerde hij zich om fris naar zijn afspraak te gaan.

Misschien wel dankzij die uithuizigheid ging het wonderwel goed met zijn schoonmoeder in huis. Voor Annie was moeders wil nog altijd wet. Een enkele keer had Jos ingegrepen. Bijvoorbeeld toen ze dansles wilde nemen en moeder dat maar niks vond. Jos had gezegd: 'Annie, je bent nu volwassen en je mag doen wat je wilt'.

Na vier jaar verhuisde Annie's moeder terug naar het oosten, want het huis werd te klein met twee kinderen, Liza en Thea. Voortaan voegde Annie zich naar Jos. Zij bleef rustig en stabiel op de achtergrond, en ze steunde hem waar ze maar kon, ook in zijn werk. Ze bespraken reorganisaties, ze las zijn brieven en deed telefoontjes voor hem. Ook deed ze de geldzaken van het gezin en ze hield het sober.

Heel af en toe zei ze nee. Zoals toen Jos overgeplaatst kon worden naar Parijs. Daar had hij wel zin in, maar Annie beslist niet. De overstap van Twente naar Rotterdam had haar inspanning genoeg gekost.

Aan uiterlijk vertoon kon ze nooit wennen. Grote personeelsfeesten met veel mensen waren een bezoeking voor haar. Toen ze voor zo'n feest een nieuwe jurk zocht en in het pashokje het prijskaartje van 300 gulden zag, barstte ze in huilen uit.

Ze bleven altijd in hun kleine huurwoning zonder centrale verwarming aan de Groene Hilledijk. Als collega's van Jos zeiden dat hij iets groters moest kopen, zei hij steevast: 'Ook in een grote kamer kun je maar in één stoel tegelijk zitten'. Hun auto's kochten ze altijd tweedehands; Annie deed de onderhandelingen met de garage.

Annie had wat meer moeite dan Jos met opstandigheid van de kinderen. Toen de jongste dochter Thea beslist in een vale spijkerbroek naar de kerk wilde, wist Annie daar geen raad mee. Tot Jos zei: 'Laat haar toch, de tijden veranderen'.

Vakanties mochten wel wat kosten. Elk jaar gingen ze naar het nabije buitenland in een pension, want zij wilde dan niet koken. Twee keer gingen ze naar Israël, op uitnodiging van de dankbare familie Spitz.

Ook haar moeder was daar een paar keer geweest. De laatste keer dat ze zou gaan, verongelukte ze op weg naar het vliegveld. Een tegenligger verloor de macht over het stuur en ze was op slag dood. Voor Annie was dat een grote klap. Net als in de oorlog met haar vader, had ze geen afscheid kunnen nemen.

Toen de kinderen het huis uit gingen, wilde Annie weer gaan werken. Ze stapte naar de overkant van de straat, waar destijds het kankercentrum Daniël den Hoedkliniek was gevestigd, en vroeg om een baan. Ook al was ze al 45, ze werd meteen aangenomen voor twee dagen in de week op de administratie. Jos stimuleerde haar om weer te gaan leren, zodat ze medisch secretaresse kon worden, maar daar schrok ze van terug. Ze was trots op haar baan en alsnog dankbaar dat haar moeder haar had gedwongen de mulo af te maken. Ze hield haar salaris op een eigen rekening, waarvan ze cadeaus, extraatjes en de studie psychologie van dochter Liza betaalde.

Op hun 60ste gingen Jos en Annie allebei met vut. Ze stortten zich op vrijwilligerswerk. Hij ging koken in een opvang voor oudere mensen in de Afrikaanderbuurt, zij bleef zich ontfermen over de kaartenbakken van de kerkelijke administratie.

Jos overleed plotseling in 2005, terwijl hij op de wachtlijst stond voor een operatie aan zijn hartkleppen. Voor de derde keer in haar leven sloeg de dood onverwacht toe, zonder afscheid.

Ze verhuisde naar een seniorenappartement aan de Immanuel Kantstraat, dat groter was dan de flat waar ze haar kinderen had grootgebracht. Ze richtte alles helemaal nieuw en modern in.

Anderhalf jaar geleden kreeg ze te horen dat ze longkanker had in een terminaal stadium. Meteen kwam Ras uit Israël haar bezoeken. Toen Annie vorig jaar tachtig werd, waren Ras en haar zus er opnieuw bij. Later hielden ze telefonisch contact. Geen zware gesprekken, en zeker niet over de naderende dood. Ze praatten gewoon over alledaagse dingen, net als in de tijd dat ze zusjes waren.

Annie Daane-van Dooren werd geboren op 5 september 1932 in Almelo. Ze stierf op 4 april 2013 in Rotterdam.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden