Heeft stemmen eigenlijk wel nut?

null Beeld anp
Beeld anp

Als je niet gaat stemmen, moet je ook niet klagen. Het is een verwijt dat de niet-stemmer geregeld naar zijn hoofd geworpen krijgt. Maar je zou je af kunnen vragen of het überhaupt wel zin heeft om te stemmen. De Amerikaanse psycholoog B.F. Skinner vond namelijk van niet. "De kans dat je wordt aangereden op de weg naar de stembus, is net zo groot als de kans dat jouw stem doorslaggevend is", schreef hij in 1948.

Skinner wordt in zijn stelling gesteund door de econoom Anthony Downs. Die schreef in 1957 het boek The Economic Theory of Democracy, waarin hij uitlegt dat stemmen geen rationele bezigheid is. Downs gaat er vanuit dat elke kiezer zijn eigen belang wil maximaliseren. Stemmen moet effectief zijn.

Maar volgens Downs is dat met het democratische stelsel helemaal niet mogelijk. De econoom ontwikkelde een model waarmee hij de invloed van een enkele stem uitrekent. Een voorbeeld: in een populatie van 100 miljoen mensen heeft de kiezer 1 op een miljard kans dat zijn stem doorslaggevend is. Conclusie: de macht van de stemmer is zo goed als nihil.

Behalve dat het effect van de stem zo goed als nihil is, zou de kiezer er nooit in kunnen slagen om een weloverwogen keuze te maken. De hoeveelheid informatie is simpelweg te groot, stellen economen, waardoor het kiezen van die ene partij die op al je wensen en behoeften aansluit zo goed als onmogelijk is.

Waarom naar de stembus?
Waarom gaan mensen dan naar de stembus als het toch geen nut heeft? Uit een schuldgevoel, zegt econoom Gay Becker. Die continue oproep tot stemmen zorgt voor een ongemakkelijk gevoel als je niet gaat stemmen. Of mensen gaan stemmen om daarmee aan te tonen dat hun interesse in de politiek oprecht is.

En dan is er nog die expressieve stem, legt Becker uit. Dat is de stem waarmee de kiezer zich uit en laat zien waar hij of zij voor staat. Hoe wel overwogen die ook klinkt, ook die is niet rationeel zegt de econoom. De expressieve stem kan beïnvloed zijn door emoties.

Proteststemmen bijvoorbeeld zijn niet meer dan boegeroep naar de partij die eerder teleurstelde, stelt hij. "In dit geval is stemmen niet veel anders dan het boegeroep of gejuich op de tribune van een atletiekwedstrijd. We vinden het applaus tijdens die wedstrijden ook niet rationeel, waarom stemmen we dan wel?"

Kort door de bocht
De economische theorie om stemmers als irrationeel te betitelen krijgt ook veel kritiek van de wetenschap. "Rationeel gedrag beperken tot de optimalisatie van de nutsfunctie is een zeer enge benadering van het concept", schreven de auteurs van het boek 'De stemmen van het volk'.

Ook filosoof Martin van Hees van de Universiteit van Amsterdam is van mening dat er meer telt dan de macht van de kiezer. "Er zijn ook kiezers die zich verantwoordelijk voelen voor het politieke beleid. Als je niet stemt, mag je ook niet klagen denken zij. De stem heeft dan nauwelijks invloed op het eindresultaat, maar komt wel voort uit een weloverwogen beslissing."

Parlementair journalist René Moerland schreef in zijn column voor NRC Handelsblad dat hij bij elke verkiezing weer "niet van harte" ging stemmen. De partij van zijn voorkeur zal Moerland bijna zeker teleurstellen. Toch grijpt hij steeds weer het rode potloodje in handen. Waarom? "Mijn stem stijgt in mijn eigen achting als ik hem zie als een optie. Ik wijs een raadslid aan voor mezelf: die is van mij. Als er eens iets aan de hand is, moet ik díe hebben - iets om te vragen, klagen", schrijft hij.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden