Heeft Afrika met de jeugd ook de toekomst?

'In Europa betekent meer geld vaak minder kinderen. In sommige Afrikaanse landen zijn er zat welvarende gezinnen die juist groot zijn.'Beeld reuters

In 2050 zal Afrika het jongste continent zijn; eenderde van de wereldbevolking onder de achttien jaar zal dan daar wonen. Heel veel jongeren: is dat kansrijk of catastrofaal?

Meer (jonge) mensen = grotere afzetmarkt = meer productiviteit = meer werkgelegenheid = meer rijkdom = goed nieuws! Zo zou je het jongste rapport van Unicef, de kinderrechtenorganisatie van de Verenigde Naties, over bevolkingsgroei in Afrika kunnen lezen. Volgens 'Generatie 2030' zullen blijvend hoge geboortecijfers er over 35 jaar voor zorgen dat de populatie verdubbelt naar twee miljard. De bevolkingsdichtheid blijft laag vergeleken bij West-Europa. Maar het grote verschil zal het enorme aantal kinderen in Afrika zijn. Dat zijn er nu al veel, maar in 2050 zal bijna een miljard Afrikanen onder de achttien jaar zijn, luidt de voorspelling.

Dat zal betekenen dat Afrika het jongste continent op aarde zal zijn; 40 procent van alle geboortes en 40 procent van alle kinderen zullen Afrikaans zijn. In 2100 - waarschijnlijk hebben we dan allemaal ook vliegende auto's - zal de helft van alle kinderen in de wereld Afrikaans zijn.

'Demografisch dividend'
Volgens Babatunde Osotimehin, het hoofd van het VN-Bevolkingsfonds (UNFPA), heeft de nu al jonge bevolking - zo'n dertig procent van de Afrikanen is tussen de tien en 24 jaar - inderdaad de potentie een motor voor verandering te zijn. "Maar dan moet er wel oog zijn voor hun behoeften, dit is de tijd om in de jeugd te gaan investeren", zei hij onlangs op een conferentie over 'demografisch dividend'. Deze term duidt een bijzondere periode aan waarin, na de enorme geboortegolf, het geboortecijfer weer wat zal dalen, waarna het aantal arbeidsproductieve mensen sneller zal stijgen dan het aantal ouderen en kinderen.

De Franse econoom Jean-Michel Severino, mede-auteur van het optimistische boek 'Africa's Moment', vindt de aanwas van jongeren daarom inderdaad een troef. Hij gelooft dat "de grotere bevolkingsdichtheid een grotere vraag en dus binnenlandse markten zal doen ontstaan in een veel vriendelijker economisch milieu dan twintig, dertig jaar geleden". En dat kan volgens hem een enorme kans betekenen. Severino beschouwt een jonge bevolking - in tegenstelling tot een vergrijsde bevolking, zoals in veel Europese landen - als een gigantisch leger arbeidskrachten.

"Maar dan moeten er wel banen zijn", werpt de Nigeriaanse demograaf Akinyinka Akinyoade van het Afrika Studiecentrum in Leiden tegen. Hoewel de omstandigheden daarvoor gunstiger zijn dan ooit - Afrikaanse economieën groeien veel sneller dan die in het Westen en gewapende conflicten zijn minder wijdverbreid dan in de jaren negentig - wordt dat nog een enorme uitdaging.

Europees gedrag
De meeste Afrikaanse economieën zijn namelijk afhankelijk van de export van ruwe grondstoffen; sectoren waarin niet veel banen te krijgen zijn. Ethiopië ontwikkelt zich tot een textielproducent - modegigant H&M heeft het ontdekt als goedkoop en veilig productieland - en het door land omsloten Rwanda, dat geen olie of diamanten heeft, wil zich richten op ICT en dienstverlening. Ook ontstaat er in steeds meer Afrikaanse landen een koopkrachtige middenklasse. Al hanteert de Afrikaanse Ontwikkelingsbank daar een brede marge voor: iedereen die tussen de 2 en 20 dollar per dag te besteden heeft, is middenklasse.

Akinyoade schaart Severino's theorie onder de 'ideale plaatjes van economen'. Plaatjes die bovendien op Europees gedrag gebaseerd zijn. "In Europa betekent meer geld vaak minder kinderen. Maar in Tunesië en Ghana zijn er zat welvarende gezinnen die juist groot zijn. In veel Afrikaanse landen bestaat namelijk de wens om zowel jongens als meisjes te krijgen. Dus gaan stellen net zo lang door met proberen tot ze een mix hebben. Carrièrevrouwen in Afrika krijgen, net zoals in Europa, later kinderen, maar niet minder kinderen. Ze krijgen in korte tijd veel kinderen. Al in 1988 zei een Nigeriaanse leider daarom dat vier kinderen genoeg was. Zelf had hij er overigens tien."

Twee Franse demografen die Afrika's 'jongerenbulk' juist slecht nieuws vinden, pleitten begin dit jaar in The Economist voor een hard ingrijpen door Afrikaanse overheden. Gezinsplanning, geboortebeperking moesten veel nadrukkelijker gepropageerd en nageleefd worden. Maar Akinyoade voorziet ook op dat vlak problemen. "Zulke ingrepen hebben grote sociale consequenties. Kijk naar China's één-kindpolitiek. Die leidde ertoe dat stellen die een meisjes verwachtten, de zwangerschap voortijdig afbraken. Want als je dan toch maar één kind kon krijgen, dan maar een jongen. Met als uiteindelijk gevolg een groot tekort aan vrouwen. Zo'n 80 miljoen mannen waren partnerloos. Teveel ongetrouwde, seksueel gefrustreerde mannen in een samenleving zijn een probleem. Als ze dan ook nog werkloos zijn, is het een regelrecht gevaar."

Terreurgroepen
Ook Andrews Atta-Asamoah, Ghanees onderzoeker conflictpreventie en risico-analyse aan het Internationale Instituut voor Veligheidheidsstudies (ISS), denkt dat te veel jongeren, vooral jongens, in landen met zwak bestuur instabiliteit en burgerconflicten veroorzaken. "Jeugdwerkloosheid en geweldsmisdrijven gaan in Zuid-Afrika hand in hand. Waar jongeren zich economisch en sociaal uitgesloten voelen, ontstaat opstand, zoals tijdens de Arabische Lente in Noord-Afrika", schreef hij begin dit jaar. "Terreurgroepen zoals Al-Shabaab in Somalië en Boko Haram in Nigeria drijven op een gefrustreerde jeugd." Boko Haram was namelijk niet altijd de monsterlijke terreurgroep die het nu is, maar begon als sociaal hulpverleningsprogramma in de vervallen noordelijke staten, waar de ooit zo bloeiende landbouwsector werd verwaarloosd na de vondst van olie in het zuidoosten van Nigeria.

Atta-Asamoah: "Maar zelfs in een vredige omgeving en in vredige tijden is een snel groeiende jonge bevolking een bedreiging. Denk aan de druk die ze zullen leggen op huisvesting, vooral in de steden. Het zal leiden tot de uitbreiding van sloppenwijken zoals Kibera in Nairobi en Sodom en Gomorrah in Accra, wetteloze plekken waar de autoriteiten nu al geen grip op hebben."

Investeer daarom in onderwijs, is het voorspelbare advies van de experts. Maar Farouk Gumel, een Nigeriaanse analist van PricewaterhouseCoopers, gaat een stap verder en pleit voor 'competitief' onderwijs. Het traditionele pad van lager-middelbaar-wetenschappelijk onderwijs dat in veel Afrikaanse landen gangbaar is, is niet voor iedereen weggelegd. We kunnen immers niet allemaal artsen, advocaten en piloten worden. "En dat is ook helemaal niet wenselijk", bouwt Akinoyade uit. "Je hebt niks aan heel veel architecten, zonder gekwalificeerde metselaars, tegelzetters en loodgieters. Iedere Afrika-reiziger kent de glimmende hotels met lekkende badkamers en scheve muren. Dat is het resultaat van een gebrek aan beroepsonderwijs. Tijdens het koloniale bestuur was er plots veel vraag naar hoogopgeleid personeel, dat de boel draaiende kon houden voor de Britten en Fransen. Na de dekolonisatie bleef de nadruk op universitaire scholing bestaan. Maar we moeten ook oog krijgen voor het belang van goed praktisch onderwijs."

Miljard nieuwe monden
Een land als Rwanda is zich daarvan bewust, zegt Akinyoade. "Daar wordt geïnvesteerd in praktijkgericht onderwijs. Ook voor sectoren die nauwelijks aandacht krijgen in Afrika, zoals de dienstverlening en horeca."

En Ghana, wonder van stabiliteit in een verder turbulente regio, erkent ook zelfstandigen in de informele sector die in dat land nog erg groot is. Zo krijgen ze een zorgverzekering en hebben ze recht op een woning. "Dat is een belangrijke stap", zegt Akinyoade. "Een jonge tomatenverkoper voelt zich hierdoor een gewaardeerde schakel in de economie."

Maar hoe zit het inderdaad met zoiets praktisch als voedsel; kan het continent er een miljard nieuwe monden bij hebben? Akinyoade: "Het grootste probleem met voedsel in Afrika is niet beschikbaarheid, maar distributie. De oplossing daarvoor ligt bij de handel tussen landen. Maar door verschillende systemen lukt dat nauwelijks. Zelfs niet tussen buurlanden als Nigeria en Benin. Dat is nog een erfenis van de kolonisatie: Benin heeft een Frans systeem en Nigeria een Brits systeem. Tot 1999 kon je niet eens rechtstreeks naar Benin bellen vanuit Nigeria. De lijn liep eerst naar Groot-Brittannië, dan naar Frankrijk en dan pas naar Benin. Gelukkig heeft mobiele telefonie dat opgelost. Maar nog steeds kun je bijvoorbeeld niet met de trein de grens over naar Benin. Weet u waarom?" Lachend: "Omdat ze daar een Frans spoor hebben en wij een Engels spoor. Echt waar, zo banaal is het. Terwijl er tussen Frankrijk en Engeland allang treinverkeer is. Daarom kan de katoen uit Benin die wij goed kunnen gebruiken om onze textielindustrie uit te breiden, niet goedkoop bij ons komen. Die katoen gaat naar Europa. Een gemiste kans."

Dus of de Afrikaanse jongerenexplosie demografisch dividend of een demografisch dilemma zal worden in 2050, ligt geheel aan het pad dat Afrikaanse overheden vanaf nu gaan bewandelen, zegt Akinyoade. "Laten ze zich overdonderen of zullen ze naar de toekomst toe werken? Zal er worden geïnvesteerd in infrastructuur en woningen?"

Alarmerend is dat het toekomstige leger aan jonge mensen nog geen levendig sociaal of politiek debat oplevert, vindt de demograaf. "Als men erover praat, aangemoedigd door politici, kan dat leiden tot oplossingen van onderaf. Nu is er nog 35 jaar om de boel te keren. Om te handelen. Maar vooralsnog zijn de meeste Afrikaanse landen helaas totaal niet voorbereid op wat komen gaat."

'Eindelijk een kans op innovatie'
Ngeti Gerard-Dlamini (21), student rechten uit Midrand, een voorstad van Johannesburg, Zuid-Afrika. Hogere middenklasse.

"Het lijkt me eigenlijk wel positief als Afrika in de toekomst gaat verjongen. In het geval van Zuid-Afrika, zou het goed uit kunnen pakken. Hier worden jongeren door ouderen namelijk nauwelijks serieus genomen. Onder de 30 tel je professioneel niet echt mee. Als straks de meerderheid jong is, zal dat waarschijnlijk wel veranderen. Dan zal het ook mogelijk zijn om op jongere leeftijd carrière te maken. Ik zou het liefst bedrijfsjurist worden. Mijn beide ouders zitten in het bedrijfsleven en via hen heb ik connecties om aan een baan te komen. Ook al zal ik natuurlijk net zo hard moeten werken als ieder ander - je studieresultaten blijven belangrijk - , die contacten helpen toch. De juiste mensen kennen is in Zuid-Afrika cruciaal voor een carrière. En ik ga naar een gerenommeerde universiteit voor rechten: de universiteit van Pretoria. Studiegenoten uit minder goede milieus hebben het zwaarder. Als je bijvoorbeeld je studiegeld niet op tijd betaalt, worden je cijfers niet vrijgegeven. Geldproblemen kunnen de toekomstplannen van jonge mensen dus dwarsbomen. Ik maak me wel druk om de dalende economie in Zuid-Afrika, maar persoonlijk merk ik er nu nog niks van. Misschien ga ik het wel merken als ik eenmaal een baan ga zoeken. Maar vooralsnog denk ik dat de verjonging een voordeel kan zijn. Nu al zijn er al jonge ondernemers die miljonairs zijn geworden, dat zijn vaak mensen die vernieuwend denken. Ze denken niet in oude patronen en begrijpen technologie beter en sneller. Onze jeugdigheid kan onze kans op innovatie worden en op een leidende rol in Afrika en in de

'Ik zie het voor veel jongeren somber in'
Palesa Molebatsi (23), student ontwikkelingsstudies uit township Soweto in Johannesburg, Zuid-Afrika. Lagere middenklasse.

"Hier in Soweto is veel schooluitval en werkloosheid onder de jeugd. Dat zal met meer jongeren alleen maar erger worden. Tenzij er meer werkgelegenheid en betere scholing komt. Er is zoveel menselijk kapitaal beschikbaar in dit land, maar daar wordt geen gebruik van gemaakt omdat de oude garde jongeren als bedreiging ziet. Bij het instituut waar ik nu stage loop heb ik gehoord dat gekwalificeerde jonge mensen vaak geen kans krijgen en minder gekwalificeerde jonge mensen met de juiste kennissen wel. De oudere garde ziet ons als een bedreiging, ze zijn bang om hun positie kwijt te raken. Dat heeft geleid tot veel onbekwame mensen op hoge posities. Een aantal politici is onlangs zelfs betrapt op liegen over hun diploma's. Jonge Zuid-Afrikanen zijn dat soort dingen zat, en hebben daardoor het imago agressief of militant te zijn. Terwijl er juist in ons geïnvesteerd moet worden. In adequate scholing en werkgelegenheid. Ik doe bijvoorbeeld veel werk in een internetcafé omdat ik thuis geen internet heb, terwijl ik mijn masterstudie aan het voltooien ben. Ik kom net van zo'n cybercafé, dat heeft me weer veel geld gekost. En openbaar vervoer vanaf dit deel van Soweto is een ramp. Alleen naar de universiteit van Witwatersrand komen kost me een uur. Er zijn zoveel obstakels als je in de verkeerde buurt woont, dat het niet zo raar is dat jongeren opgeven. Mijn kansen schat ik goed in. Mijn huidige stage kan me de baan opleveren die ik wil; onderzoeker bij een academisch of publiek instituut. En doordat ik naar een goede universiteit ga, sta ik met één been in de betere wereld. Maar voor veel jongeren in Soweto geldt dat niet. Voor hen zie ik het somber in."

Beeld Palesa Molebatsi (links) en Ngeti Gerard-Dlamini (rechts).
Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden