Hedy d'Ancona

Hedy d'Ancona ('s-Gravenhage, 1937) was lid van de Eerste Kamer voor de Partij van de Arbeid, staatssecretaris van sociale zaken, minister van welzijn, volksgezondheid en cultuur en tot twee keer toe lid van het Europees Parlement. Vorig jaar nam zij afscheid van de Europese politiek. Thans is zij voorzitter van de Novib.

1 Gij zult geen andere goden voor mijn aangezicht hebben

,,Mijn vader kwam uit een zeer religieus joods gezin, maar was zelf volstrekt ongelovig. Hij was een anarchist, een sociaal bewogen intellectueel. Mijn vader werd door het nazisme in korte tijd tot 'jood' gemanipuleerd, naar een concentratiekamp afgevoerd en -veertien dagen voor de bevrijding- vermoord. Ik wil niet alles op mijzelf betrekken, maar komt de grootste intolerantie en discriminatie niet rechtstreeks voort uit dit eerste gebod? En is er sindsdien ook maar iets veranderd? Kijk eens rond: worden de meeste oorlogen niet gevoerd omdat de één de ander zijn godsdienstvrijheid betwist? Of omdat hij meent dat zijn God beter is dan die van een ander? Gij zult geen andere goden voor mijn aangezicht hebben? Ik vind het een verwerpelijk gebod. Toch zal ik nooit mensen veroordelen om wat ze geloven, veel meer om wat ze doen. Er zijn schatten die in God geloven en ondertussen ook veel voor anderen betekenen. De zwarte vrouwen in de Bijlmer die al jarenlang één keer per week voor zwervers koken of zo'n dominee Visser die verslaafden opvangt in de Pauluskerk. Die man is natuurlijk wel een beetje IJdeltuitje-Oponthoud, maar hij dóét het toch maar. Ik begrijp ook de ordenende functie van geloven wel. Voor veel mensen is het kennelijk ondoenlijk om te leven met zoveel onbegrip voor de tijd en het tijdloze, de ruimte en het ruimteloze, de eindigheid en het oneindige. Door te geloven dat er iets moois volgt na de dood, is een gruwelijk leven iets beter vol te houden. Maar dit alles gaat voor mij niet op. Ik kan goed leven met het onverklaarbare, met de dood in het vooruitzicht. Is er dan niets waarvoor ik God in wanhoop aanroep? Jawel. Ik ben ziekelijk ongerust. Altijd al geweest. Zodra je kinderen krijgt, kun je nooit meer gerust zijn. Als baby's niet huilen, denk je meteen dat ze hartstikke dood zijn en als kinderen opgroeien en je verliest ze iets te lang uit het oog, denk je dat wéér. Kortom, er zijn dus vele momenten geweest dat ik God met het klamme zweet in mijn handen heb aangeroepen: 'Laat er toch niets gebeurd zijn!' Ik denk niet dat ik dat pro forma heb gedaan. Als je door het dolle bent van onrust, gaat zoiets verder dan: baat het niet dan schaadt het niet. Of het geholpen heeft, weet ik niet. Maar ik heb wel altijd dankjewel gezegd als het weer goed was afgelopen.''

2 Gij zult u geen gesneden beeld maken noch enige gestalte van wat boven in de hemel, noch van wat beneden op de aarde, noch van wat in de wateren onder de aarde is

,,Het christelijk geloof heeft zijn populariteit toch juist te danken aan de verbeelding? Als je in de Sixtijnse kapel staat en naar boven kijkt dan ga je er haast van hyperventileren - zelden heb ik het hemelse zo mooi verbeeld gezien. Maar goed, als hier bedoeld zou worden dat je voor die beelden niet op de knieën mag gaan, dan kan ik zeggen dat ik verafgoding bijzonder oncomfortabel vind. Ik heb mij wel eens in stadions bevonden waar voor mensen werd gejuicht, maar ik heb daar zelf nooit zo aan meegedaan. Of het nu voor The Beatles of voor Blondie was: ik vind dat soort niet te stuiten verering stompzinnig en als het over politici gaat zelfs gevaarlijk. Ik was een bewonderaar van Joop den Uyl, maar als er na een toespraak in de Rai tien minuten voor hem werd geklapt, ging ik mij toch ongemakkelijk voelen. Zodra het een beetje overkookt, komt het mij te dicht in de buurt van massahysterie. En daar moet je voor oppassen. Ik bedoel: het is fantastisch als Ajax kampioen wordt, maar zo'n deftige burgemeester die zich op een balkon schor staat te schreeuwen, vind ik vooral zielig.''

3 Gij zult de naam van de Here, uw God, niet ijdel gebruiken

,,Ik ben geen snoesje. Natuurlijk ben ik wel eens kwaad, maar ik zal nooit iemand een onverkwikkelijke ziekte toewensen. Mijn drift uit zich in een zekere verbale virtuositeit en niet in gevloek of getier. Ik vind het naar om geconfronteerd te worden met mensen die zich van krachttermen bedienen.''

4 Gedenk de sabbatdag, dat gij die heiligt, zes dagen zult gij arbeiden en al uw werk doen; maar de zevende dag is de sabbat van de Here uw God, dan zult gij geen werk doen

,,Het gaat nu een beetje over, maar ik heb tot op gevorderde leeftijd een zekere melancholie gevoeld bij de zondagmiddag. Vooral als het buiten druilde, werd ik door een onverklaarbare droefenis aangepakt. Maar dat had niets te maken met de nare herinnering die met name bij ex-gelovigen blijkt boven te borrelen: zondag als de dag waarop niets mocht. Ik vind het goed als er niet altijd maar wordt doorgeracet. En ik vind het ook goed als daar een zekere collectiviteit in zit. Ik heb het jammer gevonden dat dit collectieve moment opgehouden is te bestaan toen de winkels werden opengesteld op zondag. En dat heb ik des te naarder gevonden omdat we, in verband met de uitstoot van CO2 en het zinloze gebruik van brandstof, juist probeerden mensen te weerhouden van een overdadig gebruik van hun automobiel. Alles wat in een week werd uitgespaard, wordt nu op zondag weer tenietgedaan. Er is een massale toestroom naar de steden gekomen. Een diarree van auto's. Voor de parkeergarage van de Bijenkorf staan ze aan het begin van de Wibautstraat al in de file. Ik vind het treurig dat mensen blijkbaar niets beters weten te doen dan in hun vrije tijd anderhalf uur in een stilstaande auto te gaan zitten om vervolgens een warenhuis in te worden geperst. Ze worden opgestuwd in hun onstuitbare koopdrift; het consumentisme is door die koopzondag waanzinnig gestimuleerd. Toen in de regering tot die openstelling werd besloten was ik, als leider van de Eurodelegatie, bij het bewindsliedenoverleg van de Partij van de Arbeid aanwezig. Ik vroeg mij af wat er op zondag nog te kopen viel, als men de hele week, op koopavond en op zaterdag al boodschappen had gedaan. Wim Kok zei toen: 'Dat is om te fun-shoppen.' Nou, ik bedoel... uit de mond van Wim Kok! Fun-shoppen! Ik dacht: ik begrijp er helemaal niets meer van. Dat de sociaal-democratie de mensen tegemoet komt in de noden kan ik wel begrijpen, maar dat daar tegenwoordig ook het fun-shoppen toe gerekend moet worden, gaat aan het bevattingsvermogen van deze oude theezak voorbij.''

5 Eer uw vader en uw moeder

,,Pas veel later, geruime tijd na de oorlog, kreeg ik de details te horen. Misschien werd er niet uitgebreid over zijn dood gesproken, omdat mijn moeder met een andere man was getrouwd; het lag, ook voor mij, in de taboesfeer om het over mijn vader te hebben. Ik ben er niet onder gebukt gegaan. Achter de nieuwsgierigheid naar mijn verwekker gaat geen peilloos verdriet schuil - ik zou het je eerlijk zeggen als ik er een groot probleem mee had. Misschien komt dat ook doordat ik hem nooit heb gekend. Bovendien werd ik omringd door zoveel andere, lieve mensen. Ik werd grotendeels opgevoed door mijn grootouders. Vooral met mijn grootvader, die gevlucht was uit het Russisch-Poolse leger, had ik een sterke band. Hij sprak slecht Nederlands, kon niet terug naar zijn vaderland en stortte, tijdens perioden van intense heimwee, zijn diepe, Russische melancholie over mij uit. En ik wist hem, als klein meisje, heel goed op te peppen. Die macht had ik. Ik was een kind te midden van volwassenen. Toen mijn moeder hertrouwde, nam zij de opvoeding weer voor haar rekening. Haar tweede man was een weduwnaar met kleine kinderen. Zo werd ik dus ineens de oudste van vijf. Ik was tot mijn tiende jaar enig kind geweest -een verwende poppedein natuurlijk- en vond dit wel een spannende ontwikkeling. Het lastige was dat iedereen aan mij ging trekken; mijn grootouders zeiden nooit 'Ha, daar ben je', maar altijd 'Ga je nu al weer weg?' En toen mijn moeder dat ook ging doen, kreeg ik loyaliteitsconflicten. Ik vond het moeilijk om grote mensen, wiens lievelingetje ik hoorde te zijn, teleur te stellen omdat ik niet op twee plekken tegelijk kon zijn. Ik vond het ook hinderlijk dat mijn moeder zei: 'Nu ben ik ook de mama van deze kinderen' en dat die kinderen daar ook meteen gebruik van maakten - terwijl ik het toch zeker een jaar heb volgehouden om -met op elkaar geperste lipjes- die man geen papa te noemen. Ik vond het een slechte deal. Maar niet heel erg. Het was overkomelijk.

Na enkele jaren stierf ook mijn moeders tweede man. Voor een tweede keer raakte ze iemand kwijt van wie zij innig veel had gehouden. Ze moest zich nu, met weinig geld en met kinderen die op jonge leeftijd hun moeder waren kwijtgeraakt -en dus niet zo gemakkelijk waren- zien te redden. Dat haar dit is gelukt, maakt mijn moeder voor mij tot een heldin. Ik heb altijd een enorme bewondering voor haar gehad.

Op een dag kreeg mijn moeder kanker. Ik heb haar bij mij thuis verzorgd en ik was blij dat ik dat kon doen. Het was ook heel vanzelfsprekend: ik zal nooit iemand van wie ik zo veel houd alleen laten. Natuurlijk: er waren momenten van ongelooflijke irritatie -mijn moeder was bemoeizuchtig en had over alles wat ik deed een oordeel klaar- maar ik heb het met liefde gedaan. Bovendien had die irritatie ook te maken met het feit dat ik mij kennelijk veel van haar oordeel aantrok; ze zat mij zeer in mijn huid.

Ik vond het vooral onrechtvaardig dat ze doodging; dat iemand die zo'n loodzwaar bestaan heeft gehad en het nét een beetje rustiger aan kon doen een ongeneeslijke ziekte krijgt. Op een rationele manier vind ik het nog altijd onrechtvaardig, maar zo is het leven: geluk en ongeluk worden niet evenredig over de mensen verspreid. Mijn leven is veel beschermder, veel makkelijker, veel comfortabeler dan het hare ooit geweest is. Ik vind dat ik, afgezien van het feit dat ik mijn moeder jong heb verloren en mijn -naar mij ter ore is gekomen- interessante en fantastische vader nooit heb gekend, mazzel heb gehad. Ik ben een optimistisch en gelukkig levend mens, maar ik ben mij de fragiliteit van dat geluk wel bewust. Het is zo weg. En dan denk ik niet aan wat mijzelf - maar vooral aan wat de mensen van wie ik houd kan overkomen.''

6 Gij zult niet doodslaan

,,Ik vind martelen erger dan doden. Daarom heb ik grote problemen met een godsdienst die mensen van jongs af confronteert met het beeld van een man aan een kruis; dat lijkt mij beslist een verkeerde brain drain. Ik kan het mij nog voorstellen dat je ter verdediging van de vrijheid iemand doodt, maar doelbewust martelen? Dat is onvergeeflijk. Ik vind het ook stuitend dat een man als Pinochet niet berecht kan worden omdat hij ziek is. Wie heeft dat ooit gehoord! Ik ben al ongerust als mijn kinderen een halfuurtje te laat komen, hoe denk je dat de moeders zich voelen die nog altijd niet weten waar hun kinderen zijn? Dat lijden duurt maar voort. Pinochet is verantwoordelijk voor het martelen en doden van duizenden mensen en hij kan niet ter verantwoording worden geroepen omdat hij te ziek is? Ik vind het schandalig. Het gaat nog niet eens over de uitvoering van een straf -want die man gaat toch binnen de kortste keren dood- maar voor mij is het onacceptabel dat er binnen de Europese Unie op zo'n manier wordt gereageerd. Je kunt niet verder op het democratische pad als zulke daden niet worden berecht.''

7 Gij zult niet echtbreken

,,Niets is mooier dan de romantische liefde die een leven lang meegaat. Ik ken een aantal mensen die haar bezitten en ik moet eerlijk zeggen dat ik daar met enige afgunst naar kan kijken. Ik ben één keer echt getrouwd geweest, maar ik heb mij toch minstens drie keer getrouwd gevoeld. En al die keren is het mij niet gelukt dat 'huwelijk' in stand te houden. Het voelt ook echt als een mislukking omdat je toch bij elkaar gaat zitten met het idee om bij elkaar te blijven. En aangezien mijn vorige partners nu gelukkig lijken te zijn getrouwd, moet ik in alle oprechtheid zeggen dat ik die mislukkingen aan mijzelf te wijten heb. Ik heb altijd aardige, interessante en begaafde partners gehad, maar het is erg moeilijk om een zekere saaiheid uit een langdurige relatie te bannen. Je moet continu onderhoudswerk verrichten. In het begin van een relatie gaat alles nog vanzelf, maar op den duur sluipt de vertrutting er op een geniepige manier in. Ik ben daar nu erg alert op; het zal mij nu niet zo snel meer overkomen. Het zou niet zo aardig zijn tegenover al die anderen als ik zou zeggen dat de man die ik nu heb de allerleukste is, maar hij is wel degene die het beste bij me past. Hij is kunstenaar. Hij heeft een kunstenaarsziel en ik voel me zeer met hem verwant. Op een of andere manier is het nu minder makkelijk om in te dommelen. Er wordt vaker aan mij geschud. Daar komt bij dat het, als je beiden de zestig bent gepasseerd, iets makkelijker is om elkaar eeuwige trouw te beloven omdat je niet zo veel tijd meer hebt om dit gebod te overtreden.''

8 Gij zult niet stelen

,,Ik jat niet, ik gok niet, ik pot niets op. Het was daarom ook zo onaangenaam dat een journalist een paar jaar geleden op een buitengewoon onnadenkende manier het zogenaamde misbruik van regels door europarlementariërs aan de kaak wilde stellen. Ik zou langer in Straatsburg blijven dan strikt noodzakelijk is, alleen maar om het zogenaamde presentiegeld op te strijken. Terwijl iedereen die mij ook maar uit de verte kent, weet dat ik, met een geliefde in Amsterdam, voor een paar honderd gulden nooit een middag, een avond, een hele nacht en een ochtend weg zou blijven. Het ging hier eerder over een onnavolgbaar brave kant van mijzelf: ik vond dat ik als leidster van een delegatie alle stemmingen moest bijwonen. Zowel die van donderdagavond als die van vrijdagochtend. Het was dus absoluut onjuist wat die man beweerde. Ik heb op geen andere manier mijn geld verkregen dan door het te verdienen.''

9 Gij zult geen valse getuigenissen spreken tegen uw naaste

,,De ander zo krachtig achten, dat je alles tegen hem of haar kunt zeggen, vind ik een hoog goed. Maar ik moet eerlijk bekennen dat ik een aantal malen in mijn leven als leugenbeest fungeerde omdat ik de ander niet de waarheid kón zeggen. Als je meeleeft en bedenkt hoeveel verdriet of pijn de waarheid zal doen, word je wel eens in je eerlijkheid geremd.''

10 Gij zult niet begeren uws naasten huis; gij zult niet begeren uws naasten vrouw, noch zijn dienstknecht, noch zijn dienstmaagd, noch zijn rund, noch zijn ezel, noch iets dat van uw naaste is

,,Ik heb niks met spullen. Door de vele verhuizingen die ik in de oorlog heb meegemaakt, had ik maar weinig speelgoed: een paar boekjes, een blokkendoosje en een pop. Toen mijn moeder mij ineens tot het hoofd van die kudde van vijf maakte, zei ze: 'Dat speelgoed is nu van ons allemaal'. Misschien heb ik een onderdeel van een seconde gedacht: daar gaat het -want daar ging het natuurlijk- maar ach, ik had het al vijf jaar lang met me meegezeuld, ik vond het wel best. Zo bedacht mijn moeder ook ineens dat ik niet langer naar de padvinderij mocht. Het was te ver uit de buurt en ik moest voortaan mijn zusjes op sleeptouw nemen. Ik had het al behoorlijk hoog geschopt bij de Kabouters. Ik was -als een oude kolonel- behangen met insignes. Mijn moeder zei: 'Die padvinderij is mij te militaristisch'. We mochten wel naar Het Bosvolk van de VCJC, dat was ook veel dichter bij huis. Dus, uit die jurk vol lintjes, af die kaboutermuts. En daarvoor in de plaats kreeg ik één klein shawltje omgeknoopt. Ja, ik ben behoorlijk flexibel. Ik ben veranderingsgezind en hecht niet aan spullen. Ik heb geen overdreven last van jaloezie of hebzucht. Uit verdriet of bekommernis kan nog wel eens inspiratie voortkomen. Maar uit jaloezie? Dat is een armoedig, schurend gevoel. Daar komt niets moois uit voort.''

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden