'Hedendaagse theoloog moet zich richten op strijd tegen perfectie'

Christa Anbeek, universitair hoofddocent aan de Universiteit voor Humanistiek in Utrecht. Beeld Jörgen Caris

Gelovigen en niet-gelovigen stellen dezelfde cruciale levensvragen. Op die vragen moeten theologen zich weer richten, vindt de remonstrantse hoogleraar Christa Anbeek.

Met een glimlachje haalt de in oktober aangetreden hoogleraar de ring tevoorschijn. Zeventig jaar lang was het traditie dat de theoloog die de leerstoel van de Remonstrantse Broederschap bezet de zogeheten Episcopiusring mocht dragen - erfstuk van Simon Episcopius (1583-1643), de allereerste remonstrantse hoogleraar. Sneu genoeg werd het origineel deze zomer bij een inbraak gestolen; een uitgeloofde beloning mocht niet baten. Dus werd er een nieuwe vervaardigd, met de fraaie inscriptie 'In alles de liefde'.

Toen ze onlangs haar inaugurele rede uitsprak aan de Amsterdamse Vrije Universiteit, kon Christa Anbeek hem omschuiven. Als eerste vrouw ooit, maar dat was voor de uiterst vrijzinnige remonstranten nauwelijks een feit om bij stil te staan.

In haar oratie, ook verschenen in boekvorm, probeert Anbeek antwoord te geven op een nogal klemmende vraag: hoe kan de theologie de eenentwintigste eeuw overleven? De kwestie prangt des te meer voor een remonstrants theoloog. De broederschap telt, door vergrijzing en leegloop, nog zo'n zes- à zevenduizend geregistreerde leden, en dat getal is allerminst stabiel.

Anbeek, in haar Utrechtse appartement: "Het is wel een beetje erop of eronder. We laten nu een marketingonderzoek uitvoeren door bureau Motivaction. Daar zal een reclamecampagne op volgen. Inderdaad, dat is uniek. Maar wij denken dat onze vorm van christelijk geloof veel meer mensen zou moeten aanspreken, juist omdat die zo vrij is, zonder belijdenis die je moet onderschrijven."

Zelf heeft ze wel een theorie waarom de kerk zo weinig zinzoekers weet te trekken. In haar ogen is de theologie te ver weggedreven van het gewone leven, van 'de menselijke ervaring'. "Mijn uitgangspunt is dat theologie mensenwerk is. Ze is altijd een expressie van mensen geweest. En de zoekvragen zijn door de tijd heen veranderd, maar tegelijkertijd dezelfde gebleven. Als je met de dood te maken krijgt, stel je je dezelfde vragen als mensen zich vijf eeuwen geleden stelden. Heeft dit een diepere betekenis? Waarom treft het mij? Als je nog in religieuze taal praat, zeg je: heeft God hier misschien een bedoeling mee? En ook: hoe vind ik een weg naar een leven dat weer te doen is? Wat kan mij daarbij ondersteunen?"

Juist een geloofsgemeenschap, vindt Anbeek, zou zich hiermee moeten bezighouden. "Geloof gáát over de cruciale bestaansvragen. Over geluk en verwondering, of juist over verlies en pijn. Rondom die twee diepe ervaringen van heelheid of gebrokenheid zijn religies gebouwd. Zij hebben allerlei inzichten en verhalen in huis om het menselijk leven te duiden en van betekenis te voorzien."

Wat moet een kerkgemeenschap daar concreet mee?
"Ik heb eigenlijk best een simpel voorstel: in kleine groepen bij elkaar komen om te praten over het leven. En dan vooral over waar het stukliep. Of waar je dacht: nu red ik het niet meer. Of: hoe nu verder? Niet praten over de ander, maar over jezelf. En hoe je dan toch een weg vond, hoe je terugveerde, of op een goed idee kwam, hoe je naar een muziekstuk luisterde en ineens rustiger werd. Ik heb het als geestelijk verzorger in de psychiatrie gedaan, zulke groepen leiden. Dan was bijvoorbeeld een gespreksvraag: wat maakt vandaag de moeite waard? Dat waren leuke oefeningen, want ondanks alles wisten de meesten toch een of twee dingen te noemen. Ontdekten ze waarom ze niet opgaven, maar doorgingen."

 
Verwondering, geluk, verlies en pijn: op die ervaringen zijn religies gebouwd.

Dus de kerk moet praatgroepen aanbieden?
"Ja. Voor gelovigen en ongelovigen door elkaar.

Ik denk dat dat ook heel verrijkend kan zijn. Want het gaat in eerste instantie niet over dat geloof, het gaat over het leven. Daar hebben we helemaal geen God of godsdienst voor nodig."

En dat is het dan?
"Nou, ik denk dat je uiteindelijk van het individuele naar iets gezamenlijks kunt komen. Je spoort met z'n allen waarden op die je van belang vindt - niet omdat het in de Bijbel staat of omdat de Koran het zegt, maar omdat je daar uit ervaring bent achtergekomen."

En intussen, zegt Anbeek, moeten de theologen aan het werk. "Die moeten de dogmatiek opnieuw onder handen nemen. Verzoening, bijvoorbeeld, wat kunnen zij daarover zeggen? Remonstranten hebben gelukkig de verzoening door het bloed van Christus lang geleden achter zich gelaten. Maar daarachter ligt toch de vraag: een volmaakte God, onvolmaakte mensen, hoe komen die weer bij elkaar? De essentiële vraag is niet zozeer hoe God zich met het onvolmaakte kan verzoenen, maar veel meer: hoe kunnen wij mensen, terwijl wij dromen van een volmaakt leven, ons ermee verzoenen dat dat niet zo is? Als theologen die dogmatiek terugvertalen naar menselijke ervaringen, dan kun je ook de verhalen uit de bijbelse traditie weer beter begrijpen.

Wat ik niet wil, is dat theologen zeggen: hier moeten jullie het over hebben. We beginnen bij die kwetsbaarheid, en bij het beleefde leven. Dáár zit de wijsheid van mensen."

Dus theologen en leken moeten elkaar wel ontmoeten?
"Natuurlijk. Ergens moeten die lijnen bij elkaar komen. Dat is voor de theologie van belang, maar ook voor de leken. Je verrijkt jezelf door je te verbreden met de traditie. Dan verbind je jezelf in feite met de hele mensheid."

Waar vindt dit alles plaats?
"Ik stel me kleine centra voor, daar zijn de bestaande kerken heel geschikt voor. Je kunt je als belangstellende aansluiten bij zo'n gespreksgroep. Of, als je wat intellectueel gekissebis wilt, bij zo'n theologengroep. Je moet een landelijk bureau hebben dat boekjes uitgeeft. Een krant die af en toe iets kan publiceren. Eigenlijk staat wat ik voorstel niet heel ver af van hoe het nu her en der al toegaat."

Dan moet je toch constateren dat die vorm bitter weinig aantrekkingskracht heeft.
"Het is er deels al, maar het kan veel meer toegespitst worden op die kwetsbaarheid. Wat je in feite moet doen is een goed praat-leefprogramma ontwerpen. Ik leg een soort werkprogramma neer dat nog veel concreter kan."

Nee, vindt Anbeek, wat zij bepleit is iets heel anders dan wat de humanisten voorstaan.

Het geval wil dat ze naast haar hoogleraarschap aan de VU ook het vak geestelijke begeleiding doceert op de Universiteit voor Humanistiek. "En daar zie je dat iets als 'levensbeschouwing' helemaal psychologisch ingevuld dreigt te raken. Toekomstige raadslieden leren dat ze er moeten zijn voor de ander, goed moeten kunnen luisteren, niet oordelen. Dan denk ik: tja, dat doet een psycholoog, een maatschappelijk werker ook. Daarom ben ik heel erg gaan zoeken naar wat je van de theologie kunt leren en lenen om aan dat humanisme een verdieping te geven.

Zo kwam ik bij de dogmatiek uit. Die stelt nu eenmaal de fundamentele vragen. De vraag naar God, bijvoorbeeld, vertaal ik naar: wat is van onopgeefbaar belang? Iemand die de religieuze taal spreekt zal misschien zeggen: dat is voor mij God. Iemand die die taal niet spreekt zal een ander antwoord formuleren. Dat vind ik toch wezenlijk anders dan dat je alleen maar zegt: je moet goed kunnen luisteren."

Door zo nadrukkelijk ook de dogmatiek erbij te betrekken, neemt Anbeek een heel eigen positie in. "Een VU-theoloog als Ruard Ganzevoort vindt dat je daar helemaal niet aan moet beginnen. Hij wil ook het begrip waarheid loslaten. Ik zeg: nee, het gáát om het ware en het goede. We moeten weliswaar het idee van één abstracte, ultieme waarheid loslaten, maar niet dat van de geleefde waarheid.

Theologe Manuela Kalsky zit deels in mijn richting maar op een heel andere manier. Als je wilt weten wat religie is, vindt zij, moet je geen dogmatiekboeken lezen, maar met mensen praten. Ik denk dat allebei nodig is. En de Britse filosoof Alain de Botton zegt dat we de theologische inhoud beter helemaal weg kunnen doen. Dat vind ik zonde. Waarom zou je daar bang voor zijn? In de traditie zitten rijkdommen die ik liever niet kwijtraak."

Verlies en kwetsbaarheid - daar moet het dus volgens Anbeek in de geloofsgemeenschap over gaan. Als tegenwicht ook voor een samenleving die succes en gezondheid als het hoogste goed ziet. "Dat strookt niet met hoe het leven ook vaak is: dat je in de war raakt, ziek wordt, afhankelijk en kwetsbaar. Wij zijn in toenemende mate geneigd om dat naar de marge te schuiven. Als zoiets je overkomt, vinden we, heb je het er zelf naar gemaakt. Dat voortdurende jagen naar perfectie sluit talloze mensen uit die niet mee kunnen komen."

 
Dat voortdurende jagen naar perfectie sluit talloze mensen uit die niet mee kunnen komen.

Wat Anbeek betreft zouden theologen daar in het publieke debat krachtiger op kunnen wijzen. "Het zou goed zijn als er een tegenstem komt tegen het dominante ideaal van het perfecte bestaan. Er is in onze samenleving een tendens om te zeggen: als je oud en afhankelijk wordt, dan is dat geen leven meer. Ik vind dat zorgelijk. Want ik kan wel denken dat ik autonoom ben, maar dat is niet zo - ook niet nu ik nog redelijk sterk en gezond ben. Als je doordrongen bent van je verbondenheid met anderen, dan krijg je een andere kijk op het bestaan. Dan is het misschien ook minder erg om afhankelijk te zijn."

De groeiende onverdraagzaamheid tegenover lijden en tegenslag is volgens Anbeek niet zonder keerzijde. "Als iemand erg aftakelt, loop je het risico dat omstanders zeggen: moet het nu nóg langer duren? Soms zegt de betrokkene dat zelf ook. In de wet is het zo geregeld dat zo'n motivatie geen reden is voor euthanasie. Maar mijn vriend komt als huisarts regelmatig tegen dat hij onder druk wordt gezet. Soms uit heel oneigenlijke motieven. Hij heeft een keer meegemaakt dat een man zijn euthanasie had gepland op de verjaardag van zijn dochter. Zonder daar open over te zijn, gewoon uit wraak. Nou ja, leuk afscheid."

In februari 2012 schreef Anbeek in deze krant een opiniestuk over de Levenseindekliniek - het oord waar je heen kunt als je euthanasie wenst. "Ik betoogde dat er daar te medisch wordt gekeken naar euthanasieverzoeken. En dat geestelijk verzorgers misschien beter geschikt zijn om de existentiële laag onder zo'n vraag te onderzoeken." Niet lang daarna werd ze gevraagd om plaats te nemen in de adviesraad van de kliniek. "Ik vind het pleiten voor de mensen die daar werken dat ze me uitnodigden. Het is natuurlijk veel makkelijker om je met eensgezinden te omringen, lekker met z'n allen tegen de boze buitenwereld. Ze zijn daar echt betrokken bij wat ze doen, hoor, denken goed na. En voor mij is het interessant om te horen wat er allemaal speelt."

Minder sympathie heeft ze voor de groep 'Uit vrije wil', die pleit voor het absolute zelfbeschikkingsrecht over leven en dood. "Ik weet niet of ik het mag zeggen, maar ik krijg de indruk dat zoiets voortkomt uit de generatie verwende babyboomers. Zodra je bij wijze van spreken niet meer in je mooie villa kunt wonen, is het bestaan niet menswaardig meer. Ik wil beslist niet zeggen dat iedereen moet doorleven tot het bittere einde. Maar ik verzet me tegen een klimaat waarin geen ruimte meer is om anders tegen kwetsbaarheid aan te kijken."

 
Mijn vriend heeft als huisarts een keer meegemaakt dat een man zijn euthanasie had gepland op de verjaardag van zijn dochter. Zonder daar open over te zijn, gewoon uit wraak. Nou ja, leuk afscheid.

Wie is Christa Anbeek?
Christa Anbeek (1961) bracht haar jeugd door op de Veluwe, in een apostolisch gezin. Van jongsaf was ze naar eigen zeggen nieuwsgierig naar wat er zich afspeelde in andere kerken. Ze werd als puber lid van een bijbelclub, had een evangelische bevlieging, en ging ('Een beetje tegen de wil van mijn ouders') theologie studeren in Utrecht en Amsterdam.

Nog tijdens haar studie overleden haar beide ouders én haar broer. "Dat heeft bij mij de vraag doen opkomen waar ik nog steeds mee bezig ben: wat heeft religie mij te bieden?"

In 1994 promoveerde ze op een studie naar de omgang met de dood in christendom en boeddhisme. Ook ging ze wonen en werken in boeddhistisch centrum De Tiltenberg. Daar leerde ze 'ongelooflijk veel', maar na vijf jaar sloeg de onrust toe. Zo verloren de retraites op den duur hun bekoring. "De Tiltenberg lag vlak bij het strand. Zat ik maar binnen naar het heil te zoeken en te staren naar een grijze muur, terwijl ik in de duinen wilde wandelen en met mijn kind wilde spelen."

Vandaar dat ze terugkeerde naar de theologie. Bij de PKN gaf ze zichzelf weinig kans, bij de remonstranten werd ze met open armen ontvangen. Naast haar bijzonder hoogleraarschap aan de Vrije Universiteit is Anbeek universitair hoofddocent aan de Universiteit voor Humanistiek te Utrecht.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden