Hedendaagse ketters

Ketter zijn was vroeger geen pretje. Socrates werd ervan beschuldigd de goden van de staat niet te vereren en nieuwe goden te introduceren. Daarom werd hij veroordeeld tot de gifbeker. De grootste kettervervolgingen in Europa vonden, zoals bekend, plaats onder het christendom. De Grieken hadden nog geen goed ontwikkelde orthodoxie, waardoor ook eventuele ketterij niet goed van de grond kwam. Dat was anders in de zeventiende eeuw. Op 8 februari 1600 werd Giordano Bruno veroordeeld vanwege verschillende leringen die in strijd waren met de door de kerk geproclameerde waarheid. Een maand later werd hij op het Campo dei Fiori in Rome levend verbrand, volgens sommigen nadat het kruisbeeld hem was voorgehouden en hij zijn hoofd had afgewend. Tot in de negentiende eeuw hebben ketterse opvattingen problemen opgeleverd voor degenen die ze eropna hielden. Kant (1724-1804) moest nog zeer voorzichting schrijven om niet met het kerkelijk leergezag in conflict te komen. Fichte (1762-1814) verloor zijn leerstoel wegens strijd over zijn atheïsme. Schelling (1775-1854) moest zich verdedigen tegen aanklachten van atheïsme waartoe zijn spinozistische opvattingen noodzakelijk zouden leiden.

Hoe opvallend is het dan dat in tegenstelling tot de oude ketters hedendaagse ketters alleen maar voordeel lijken te trekken van hun dissidente opinies. Wie als buitenstaander een boek schrijft over Jezus, of een of ander godsdienstig leerstuk, moet concurreren met talloze andere schrijvers over dat onderwerp. De media hebben doorgaans maar weinig belangstelling voor dit soort theorieën. Behalve wanneer men zo'n boek schrijft vanuit de positie van dissidente insider. Dat is bijvoorbeeld het geval met Ter Linden, Den Heyer, Kuitert en vroeger met Schillebeeckx en Küng. Echt belangstelling voor wat deze theologen beweren, heeft de grote ongelovige of randgelovige massa nauwelijks. Maar wat een elektrificerende werking op het grote publiek heeft, is dat zij hun uitspraken doen vanuit een positie die formeel onder het leergezag staat.

Hoe vaak viel niet het woord 'moedig' in de reacties op het jongste boek van Kuitert. Maar wat is er moedig aan om uit te spreken dat je niet meer gelooft wat het overgrote deel van de mensen niet meer gelooft? Wie zegt dat de slang niet gesproken heeft, verwoordt in deze tijd een verpletterende gemeenplaats. Wie vertelt dat iemand die dood is gegaan niet uit zijn graf kan opstaan, presenteert niet een verrassend inzicht in de aard van de natuurkundige werkelijkheid. Maar wie zich eerst aansluit bij een inmiddels piepklein genootschap van mensen waarin men gelooft dat althans een persoon over water kan lopen om dan vervolgens te zeggen dat men dat bij nadere overweging toch niet gelooft, oogst applaus. Ja, zelfs een staande ovatie van mensen die met de inhoud van godsdienstige controverses niets van doen (meer) hebben.

Wat je als theoloog dus moet doen om verzekerd te zijn van grote aandacht voor je werk is, zo lijkt het: 1. je aansluiten bij een kerkgenootschap en namens dat kerkgenootschap een officiële functie vervullen (hoogleraar, geestelijk werker); 2. vervolgens omstandig betogen dat je het niet eens bent met waar die kerk voor staat. En dan natuurlijk wel proberen op die positie te blijven zitten. Dat is het gedrag van de moderne ketter. Hij maakt om begrijpelijke redenen geen gebruik van zijn recht om uit te treden.

Laten we zijn positie niet verwarren met die van de oude ketters. De enige mogelijkheid voor Giordano Bruno om uit te treden was afscheid te nemen van dit bestaan. Dat is nog wel even wat anders.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden