Hechte en echte 'La bohème'

OPERA

De Nationale Opera La bohème ****

Heel stil en ongemerkt sterft de kleine Mimì, die eigenlijk Lucia heet. Haar dood is onontkoombaar, iedereen is er op voorbereid, maar op het moment zelf ligt ze toch helemaal alleen in een hoekje. Ze haalt haar koude hand uit de warme mof, strekt die ten hemel, om die dan met een zacht plofje naar beneden te laten vallen. Precies passend bij het stille uitroepteken dat Puccini hier in zijn partituur verstopte. Oorverdovend is het, dit meest terloopse sterfgeval uit de operaliteratuur.

Bij De Nationale Opera, die donderdag een nieuwe enscenering van 'La bohème' presenteerde, komt het sterven van Mimì keihard aan. Vooral omdat het zo simpel en zo waarachtig is. Regisseur Benedict Andrews heeft gedurende de avond met meesterhand de verschillende personages uitgetekend, prachtig geholpen door een hecht team uitstekend acterende zangers. Het samenkomen van de vier vrienden en twee vriendinnen in de laatste akte, vlak voordat de dood alles in hun jonge levens verandert, is zo natuurlijk en overtuigend uitgeregisseerd dat je als toeschouwers waarachtig het idee hebt er zelf bij te zijn.

En dan de muziek. Puccini wist hoe hij zijn publiek naar de zakdoek kon laten zoeken, maar dan moet je nog wel een dirigent hebben die Puccini's meesterlijke effecten kan maximaliseren. Renato Palumbo masseerde en kneedde de emoties met het prima Nederlands Philharmonisch Orkest vakkundig naar de diepere lagen onder de huid. Ook hier aangename rust en stiltes met soms erg gedurfde pauzes. En waar nodig stroomde de passie machtig mooi de orkestbak uit. De hier debuterende en bescheiden Palumbo moet maar snel teruggevraagd worden.

Andrews zei in een interview in deze krant geen woord te veel toen hij beweerde het verhaal van 'La bohème' en de personages uiterst serieus te nemen. Alleen al het moment dat Mimì voor het eerst opkomt, stilletjes achter een glazen deur, wachtend tot Rodolfo haar binnenlaat. Je voelt de ontroering direct. Dat komt door de manier waarop Andrews sopraan Grazia Doronzio laat lopen, hoe hij haar laat kijken en bewegen. Een klein, grijs musje. De timide gestalte van Doronzio helpt ook.

Andrews toont ons arme, maar springlevende jonge mensen, die hun hele toekomst nog voor zich hebben, maar zich er vooralsnog niet al te druk om maken. Ze bewonen (kraken) een soort verlaten kantoorpand, koud en groot. Ingenieus deelt het decor zich op in verschillende compartimenten om een akte later een restaurant in de stad te verbeelden. Aan het slot zijn we terug in het kantoorpand en dringt de bloeiende lente door de hoge ramen heen. Kinderen spelen op de achtergrond, een ouder echtpaar loopt gearmd langs. Uiterst simpele, maar zeer indringende beelden in het licht van wat volgen gaat.

Je zou van Doronzio een iets opener geluid in de hoogte willen horen, maar verder is zij een fantastische Mimì. Haar Rodolfo is een echte ontdekking - van deze Atalla Ayan, een ontwapenend enthousiaste tenor, gaan we nog veel horen. Ayan en Doronzio zingen hun opeenvolgende beroemde aria's met veel gevoel en stijl, en hun duet, waarmee de eerste akte afsluit is wonderschoon - ook qua beeld. Mimì's tegenpool Musetta is een en al exuberantie in de persoon van sopraan Joyce El-Khoury. Ze zingt glorieus en draagt haar flonkerende robe met allure. Massimo Cavalletti (Marcello) zingt heerlijk robuust, net als Thomas Oliemans (Schaunard), die én oergeestig én diepontroerend is.

DNO heeft in deze feestmaand een parel van een productie in huis die snel uitverkocht zal raken, maar die op 28 december ook live op televisie te zien is.

Nog 8 voorstellingen. www.dno.nl

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden