Hebben we nog een hele trui liggen voor de onvervalste vluchteling?

Paniek: er stonden maar liefst zeshonderd (600) vluchtelingen. Nederland wordt overstroomd, dat was de vrees in 1972. Anno 1992 vragen jaarlijks twintigduizend (20 000) mensen asiel aan. Routinematig gaan ze de molen in en daarin blijven ze jaren ronddraaien. Nobele bedoelingen creeerden monsterlijke regelingen. De balans van twaalfeneenhalf jaar vluchtelingenwerk: "De bereidheid van mensen zich in te zetten is kwetsbaar."

FRANK SIDDIQUI

Een kledingfabrikant die gratis een lading truien kwam afleveren voor 'de Joegoslaven', schrok zich drie weken geleden een hoedje toen hij in het opvangcentrum ook nog andere asielzoekers aantrof, die het minstens even koud hadden. Een genante situatie, die door de leiding van het centrum werd opgelost door de welwillende koopman zijn truien onder alle belangstellenden te laten verdelen. Gelijke monniken, gelijke kappen, toch?

Niet helemaal. Nederland heeft sinds de ondertekening van het Vluchtelingenverdrag in 1951 altijd vluchtelingen uitgenodigd. Aanvankelijk 250 per jaar, sinds 1983 verdubbeld tot jaarlijks 500, onafhankelijk van wat er in de wereld gebeurde.

Dat is zo gebleven, ook toen zich sinds eind jaren zestig steeds grotere groepen ongenode gasten uit meer dan vijftig landen aandienden. Op die regel zijn drie grote uitzonderingen gemaakt. Na de Hongaarse opstand in 1956 kregen 3 300 Hongaren in Nederland zonder meer asiel. Tussen 1975 en 1990 werden ruim 8 211 Vietnamese bootvluchtelingen opgenomen. En dit jaar laat Nederland tussen drie- en vijfduizend ontheemden uit het voormalige Joegoslavie overkomen. Driemaal betrof het ellende die het vrije Westen direct aanging, driemaal zinderde Nederland van het medeleven en driemaal zou de publieke opinie geen andere daad hebben geaccepteerd.

Met de veel grotere groep 'asielzoekers' die uit eigen beweging kwam is het eigenlijk net als met die truien. Met dit verschil dat zij die om de een of andere reden niet kunnen worden uitgezet, elk een halve trui krijgen. Het is geen gezicht, maar we hebben nu eenmaal een beperkt aantal truien voor de geef. Voor een groot deel van de 20 000 jaarlijkse asielzoekers betekent dat: gedoogd worden, niet mogen werken, na twee jaar hoogstens een beroepsopleiding volgen en als de onzekerheid drie jaar heeft geduurd toch definitief worden toegelaten. Vijftien procent van de niet-uitgenodigde asielzoekers krijgt uiteindelijk een verblijfsvergunning, al of niet als echte vluchteling.

Er wordt gewerkt aan een straffer uitzettingsbeleid en kortere procedures, maar het blijft een ondoorzichtig geheel. Als de emoties oplaaien heeft zelfs de staatssecretaris van justitie er geen houvast aan. Want wie is nu een echte vluchteling, en welke rechten heeft hij of zij eigenlijk? En is het ten opzichte van echte vluchtelingen niet onrechtvaardig de criteria almaar strakker te stellen, terwijl 'onechte' vluchtelingen uiteindelijk ook mogen blijven? En nu dan de 'ontheemden': geen vluchtelingen, maar ze mogen misschien wel blijven. Waar blijft de logica?

Bijna niets is zo gevoelig als het asielbeleid. Ad-hocbeslissingen en tijdelijke regelingen hebben er een wirwar van gemaakt, lijkt het, waaraan slechts met adhoc beleid iets gedaan kan worden. Drukken op die pijnlijke plek wekt eigenlijk alleen maar meer irritatie op. Het heeft dan ook nooit erg geboterd tussen de staatssecretarissen van justitie en de Vereniging Vluchtelingenwerk Nederland.

Frits Florin, mede-oprichter van de Vereniging Vluchtelingenwerk Nederland, herinnert zich nog levendig de paniek toen het aantal asielzoekers in 1972 voor het eerst tot 600 opliep; voornamelijk Ethiopiers en Eritreeers, Portugese deserteurs die weigerden Portugals laatste koloniale oorlog in Afrika uit te vechten en Aziaten die door Idi Amin zonder pardon Uganda waren uitgezet. "Zeshonderd. We werden overstroomd" , schatert Florin. Terugsturen was onmogelijk, asiel verlenen (behalve voor de Aziatische Ugandezen) politiek gevoelig, maar opvang was er niet. De linkse studentenorganisatie UAF, waarvan Florin directeur was, het Jac en Release 'regelden wat'. "De vluchtelingenhulp was voordien nog volledig verzuild. De kerkelijke organisaties hadden zich verenigd in de Federatie voor Vluchtelingen, maar die werkte uitsluitend voor Oosteuropeanen, toen nog de enige soort erkende vluchtelingen. Het bestuur bestond uit knorrige dames en heren die zich rotschrokken van langharige Portugezen. Regenten vonden we ze."

De ommekeer kwam in 1973. De Nederlandse ambassade in Santiago zat ineens vol met Chilenen nadat president Allende door Pinochet was vermoord. De VN vroegen Nederland de vluchtelingen op te nemen, er moest voor het eerst aan opvang worden gedacht. Florin: "Heel indrukwekkend was het. Een grote improvisatie, we kwamen zelfs met z'n allen in een tehuis voor zeelieden terecht."

De 'jongelui', verenigd in een nieuwe 'stichting voor vluchtelingen', rebelleerden tegen de regenten van de federatie, maar moesten fuseren. "We hebben toen twee uitgangspunten opgesteld, die voor ons nog steeds gelden. Asiel verlenen is electoraal niet aantrekkelijk, dus moet je ervoor blijven vechten. En ten tweede: dat lukt niet zonder achterban. We besloten de opvang in handen te geven van door professionals begeleide vrijwilligers, die leden van een vereniging waren." Op 12 maart 1979 werd de Vereniging Vluchtelingenwerk Nederland (VVN) opgericht, met enkele honderden leden/vrijwilligers.

Het eerste karwei kostte de nieuwe club bijna de kop. Nederland besloot 6 000 Vietnamese bootvluchtelingen de 'A-status te geven, maar over de opvang was niet nagedacht. Florin: "Dat ging zo. CRM belde op, er staan vijftig Vietnamezen op Schiphol. Kunt u de accomodatie verzorgen, er wordt voor betaald. Mijn hemel. In een jaar tijd groeiden we van 35 naar 400 betaalde krachten!"

De onervaren vereniging kon de enorme druk niet aan en raakte binnen de korste keren aan de rand van het faillissement.

De onervaren vereniging kon de enorme druk niet aan. Het management groeide niet mee, medewerkers wisten van elkaar niet wat ze deden en binnen anderhalf jaar dreigde een faillissement. Minister Gardeniers van CRM wilde de organisatie keer op keer gestroomlijnd zien. Alle medewerkers moesten persoonlijk aan de minister rapporteren. Het wederzijds wantrouwen groeide en een crisis brak uit. VVN gaf de opdracht om de Vietnamezen op te vangen terug. Gardeniers sloeg keihard toe. De organisatie moest krimpen van 350 naar 16 medewerkers. Taalcursussen aan asielzoekers waren voortaan taboe, ze mochten niet te zeer verknocht raken aan Nederland voor ze werden toegelaten. Florin noemt het een traumatische ervaring. "We hadden nog maar twintig kleine groepjes vrijwilligers over."

Jan Nico Scholten, voorzitter van VVN, moest de organisatie begin jaren tachtig van de grond af opnieuw opbouwen. Het aantal ongenode asielzoekers begon explosief te stijgen, en in 1984 kwam de eerste golf Tamils uit Sri Lanka. Florin: "Ze waren slachtoffer van een burgeroorlog, ver weg. Jonge, goed geklede mannen kwamen op eigen kracht naar Nederland. Ze voldeden niet aan het bekende beeld, en werden door de bevolking niet gepruimd." Ze kwamen bovendien met z'n duizenden en vroegen massaal asiel aan. Nederland wilde ze niet en de overheid hielp daarbij een handje. Ze 'verstopten' de snel ingewikkelder wordende asielprocedures. Premier Lubbers en minister Brinkman betitelden hen als 'gelukszoekers' en halve criminelen. Brinkman ontwierp voor hen de beruchte 'bed-bad-brood'-regeling, een bewust ontmoedigingsbeleid waarmee hij de behandeling van asielzoekers flink devalueerde. Ze zouden 'drie maanden' blijven, maar in Sri Lanka bleek heel wat meer mis dan de regering wilde weten. Na ongeveer een jaar zonder enige zekerheid in grote groepen op afgelegen plaatsen te zijn gesoleerd, pikten de Tamils het niet meer en maakten amok.

Brinkmans ontmoedigingsbeleid werkte uitstekend, jarenlang hebben burgers nog met hooivorken geprotesteerd tegen de komst van asielzoekerscentra in hun gemeente. VVN (niet WVC) benaderde gemeenten met de vraag of zij huizen beschikbaar wilden stellen; gespreide opvang had vele voordelen, en het draagvlak bleek aanwezig. In het kader van de Regeling opvang asielzoekers (ROA) zijn nu achthonderd gemeenten bezig twee promille van hun huizenbestand vrij te maken voor asielzoekers. Zo won, zou je kunnen zeggen, VVN het draagvlak onder de bevolking terug dat door de bewindslieden was verspeeld.

Opvallend is dat ook VVN zich heeft laten meevoeren door de emoties voor de ex-Joegoslaven, waarvan het eigenlijk alleen maar vreemd is dat ze nu voor Somalische vluchtelingen in Nederland zo weinig spelen. Na enig aarzelen omarmde VVN van de ene dag op de andere het plan de particuliere gastgezinnen onder haar hoede te nemen. VVN-voorzitter Jan Nico Scholten: "Ik had er in het begin ook gemengde gevoelens bij, maar waarom zou je er zuur over doen? Na de afgelopen jaren is de grote bereidheid van de bevolking iets te doen een verademing voor onze organisatie. We vergeten de andere groepen niet. Integendeel. We zullen alles in het werk stellen om de steun die er voor de ex-Joegoslaven is later aan te wenden voor andere groepen, zoals Somaliers."

Een gast en een vis blijven drie dagen fris, zei Kosto venijnig over de gastgezinnen. Scholten was daar woedend over. "De bereidheid van mensen zich in te zetten is kwetsbaar, en Kosto weet dat ook. Ik verwacht van een politicus als hij, dat hij de goodwill koestert, we zullen die later misschien hard nodig hebben."

VVN moet op haar hoede zijn en selecteert de gastgezinnen zorgvuldig. Sinds VVN zich over de particulieren heeft ontfermd, hebben WVC en het Rode Kruis hun handen er haastig van af getrokken. Maar Scholten is optimistisch: "Het is een grote tijd voor ons. We hadden al 7 000 vrijwilligers, in een maand tijd zijn er 3 000 bijgekomen."

VVN, dat in '79 begon met zes beroepskrachten en 150 vrijwilligers, wist sindsdien een indrukwekkend vrijwilligersnetwerk op te zetten. Bijna 500 vluchtelingenwerkgroepen zijn actief in 70 procent van de Nederlandse gemeenten. Inclusief de plaatselijke coordinatoren telt VVN ruim 200 betaalde krachten. Afdelingen houden zich bezig met integratie, rechtsbescherming en het project 'emplooi' moet werkgelegenheid voor vluchtelingen scheppen. Onlangs is daar het omvangrijke bureau bijgekomen dat de gastgezinnen moet selecteren en begeleiden. Miljoenen uit de Postcodeloterij maken een eigen beleid, los van de overheid, mogelijk. Wie beweert dat er onvoldoende draagvlak is voor de opvang van asielzoekers, vindt in VVN het bewijs van het tegendeel.

Prof. R. Fernhout, hoogleraar Europees migratierecht en lid van de jurische commissie van VVN, schetst de visie van de vereniging op het rechtskundige oerwoud dat het asielbeleid is geworden. De nieuwe vreemdelingenwet in voorbereiding bekort de procedures, maar maakt geen einde aan de fundamentele tweeslachtigheid tussen een ontmoedigingsbeleid en de wens een rechtvaardige en controleerbare asielprocedure overeind te houden.

De kern van het probleem is, denkt Fernhout, een verkeerde interpretatie van het vluchtelingenverdrag. "Het idee dat echte vluchtelingen altijd zouden moeten blijven valt er niet in te lezen. Het recht op asiel geldt zolang er gegronde vrees bestaat voor vervolging of humanitaire ellende, en is dus in principe tijdelijk." Juist dat het vluchtelingschap in Nederland automatisch recht geeft op permanent verblijf, staat de acceptatie van 'asielzoekers', 'gedoogden' en 'ontheemden' in de weg, ook al vallen ze soms rechtstreeks onder het vluchtelingenverdrag. Intussen worden steeds minder vluchtelingen erkend, ondanks de aanwas van het aantal asielzoekers. Hij vindt dat een zorgwekkende ontwikkeling voor de werkelijk bedreigde vluchteling.

Kortgezegd oppert Fernhout: erken het vluchtelingschap gemakkelijker, maar verbindt daaraan niet meteen een permanent verblijf. Nu zitten hele categorieen mensen veel te lang in onzekerheid, of krijgen een positie toegemeten waarin zij niets kunnen doen om hun lot te verbeteren, zoals studeren of werken. Tegenover de tijdelijkheid van het verblijf kan dan de mogelijkheid staan van een zelfstandig leven door werk of studie. Dat betekent allerminst dat iedereen moet worden geaccepteerd, want er moeten natuurlijk wel gegronde redenen zijn voor vluchtelingschap.

Het afschaffen van de verschillende categorieen zou een hoop juridische rompslomp en processen kunnen voorkomen en bijvoorbeeld meer aandacht voor een effectief uitzettingsbeleid scheppen.

Zolang die helderheid ontbreekt, blijft de irritatie over de problemen overheersen, en schept het ene ad-hocbeleid het andere. De verwarring groeit. Staatssecretaris Kosto heeft al laten doorschemeren dat de ex-Joegoslaven misschien allemaal mogen blijven. Waarom de Somaliers dan eigenlijk niet?

Truien voor de Joegoslaven. Ook als het zomer wordt mogen ze ze houden, omdat het onze buren zijn. Maar het blijft schutteren tegenover die anderen, met hun halve trui.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden