Hebben we alsnog een Nationaal Historisch Museum! Of toch niet?

Met de opening van het nieuwe Rijksmuseum doemt de vraag weer op: hoe zit het eigenlijk met dat Nationaal Historisch Museum?

Kunnen we het idee van zo'n apart nationaal geschiedenismuseum nu schrappen? We vragen het aan betrokkenen.

Bijna twee jaar geleden zette het kabinet een streep door het plan voor een Nationaal Historisch Museum (NHM). Er was geen geld meer voor. En ook het draagvlak voor zo'n museum in de Tweede Kamer, die er zelf op had aangedrongen, was nagenoeg weg. Exit Nationaal Historisch Museum. Een historische vergissing en een schandelijke verkwisting van belastinggeld, was de bittere reactie van de directie van het NHM.

Drie jaar was er gewerkt aan het optuigen van het museum, dat zou verrijzen naast het Nederlands Openluchtmuseum in Arnhem. Vijftien miljoen euro was er al in gestoken. Directeur Wim Pijbes van het Rijksmuseum vond het daarentegen terecht dat er geen nieuw geschiedenismuseum kwam. Want zo'n museum wás er al: zijn eigen Rijksmuseum zou in de visie van Pijbes na de heropening hét nationale geschiedenismuseum zijn.

Is dat zo? Trouw legt die vraag voor aan enkele historici en mensen die nauw betrokken waren bij het NHM. Om te beginnen aan voormalig SP-leider Jan Marijnissen. Hij was met CDA-fractievoorzitter Maxime Verhagen de belangrijkste pleitbezorger van een nationaal geschiedenismuseum. Samen dienden ze in 2006 een motie in die Kamerbreed werd gesteund. Volgens Marijnissen was Nederland zijn historische wortels kwijt. Meer kennis van de vaderlandse geschiedenis zou de verbondenheid van Nederlanders met elkaar versterken.

Is zijn wens nu vervuld? Krijgt hij met het vernieuwde Rijksmuseum dan toch nog 'zijn' NHM? Marijnissen wil er op dit moment niet veel over zeggen. Hij wil het eerst zíen. "Zowel Henk van Os (oud-directeur van het Rijksmuseum, red.) als de huidige directeur Wim Pijbes heeft steeds benadrukt dat er bij het inrichten van het nieuwe Rijksmuseum meer aandacht zou zijn voor geschiedenis. Ik ben erg benieuwd of ze erin geslaagd zijn een Nationaal Historisch Museum overbodig te maken."

Valentijn Byvanck vormde met Erik Schilp de directie van het NHM. De oud-directeur van het Zeeuws Museum werkt inmiddels bij Marres, centrum voor hedendaagse cultuur, in Maastricht. Het Rijksmuseum is naar zijn mening beslist 'een soort van NHM'. Hij moet een slag om de arm houden, omdat hij het vernieuwde Rijksmuseum nog niet heeft gezien. Maar uit alles wat erover gezegd en geschreven is, rijst het beeld op van een museum dat de Nederlandse geschiedenis zal vertellen. "Alleen zullen ze dat vooral doen aan de hand van voorwerpen uit de collectie. De nieuwe mediatechnieken die wij centraal wilden stellen in het NHM, dat zelf geen eigen collectie zou krijgen, zullen in het Rijks secundair zijn. Het Rijks gaat uit van een heel ander concept dan onze blauwdruk voor het NHM. Maar het is wel een nationaal geschiedenismuseum."

Achteraf kun je stellen, zegt Byvanck, dat het de vrucht was van een 'modegril' van de politiek. "Iedereen had destijds de mond vol van onze identiteit. De Tweede Kamer oordeelde unaniem dat er een nationaal geschiedenismuseum moest komen om onze identiteit te versterken. Vijf jaar later stierf het NHM een stille dood in de Kamer en over identiteit hoor je ook niemand meer."

De crisis en bezuinigingen speelden een belangrijke rol bij het besluit het NHM te schrappen. Byvanck: "De crisis heeft een veel grotere greep op onze verbeelding dan ik had verwacht. Maar over een tijdje komt het onderwerp vast wel weer op de agenda." En dan is er misschien ook wel weer ruimte voor een apart geschiedenismuseum, denkt hij. "Maar wel kleiner en fijner dan in de oorspronkelijke opzet. En met minder overheidsbemoeienis en -geld." Hij stelt zich niet meer beschikbaar. "Als ik me er weer mee ga bezighouden, zal het meteen een besmet onderwerp zijn."

Historica Maria Grever, hoogleraar en directeur van het Centrum voor historische cultuur aan de Erasmusuniversiteit in Rotterdam moet er niet aan denken dat er in de toekomst alsnog een apart geschiedenismuseum komt. "We hebben al zoveel musea." Volgens haar is het Rijksmuseum in samenwerking met het Openluchtmuseum in Arnhem (dat geld krijgt om een deel van de activiteiten van het NHM voort te zetten), en ook met andere musea, heel goed in staat de rol van nationaal geschiedenismuseum op zich te nemen. Maar het is een illusie om te denken dat een museum het gebrek aan historische kennis kan oplossen. "Natuurlijk zijn musea nodig om scholieren aan de hand van voorwerpen te confronteren met onze geschiedenis. Zeker voor vmbo-leerlingen - en dan praat je over de grootste groep in het voortgezet onderwijs - is het essentieel dat ze iets kunnen zien, aanraken en beleven. Maar ik zie musea vooral als aanvulling. Het begint allemaal bij goede geschiedenisleraren. Laten we vooral in hen investeren."

Historicus Luc Panhuysen, schrijver van geschiedenisboeken over onder meer het rampjaar 1672 en Johan en Cornelis de Witt, had het NHM graag zien verrijzen. "Niet omdat ik vind dat er zonodig een geschiedenismuseum bij moest komen. Maar als je er toch aan begint, wil ik ook het eindproduct zien. Het spannende was dat het NHM zonder eigen collectie en met voorwerpen uit andere musea de historie moest verbeelden voor jongeren. Daarin was het de tegenpool van het Rijksmuseum, dat over een enorme en ongelooflijk rijke collectie beschikt. Hoe pak je dat aan? Het eindresultaat weten we niet, maar het had wel tot nieuwe vormen kunnen leiden om jongeren te interesseren voor geschiedenis. Ook omdat de meeste musea povere vertellers zijn. Ze zijn te veel gefocust op objecten en niet op de verhalen die erover te vertellen zijn."

Daarmee wil Panhuysen niet bij voorbaat het Rijksmuseum diskwalificeren. "Ik moet de presentatie nog zien." Maar hij stoort zich wel aan het 'claimgedrag' van Wim Pijbes. "Ik vind dat een museum nooit mag claimen hét nationale museum voor geschiedenis te zijn. Het Rijks is met zijn rijke collectie de Dagobert Duck onder de musea, maar dat wil niet zeggen dat het de monopolist moet uithangen als geschiedenismuseum. Ook in het Mauritshuis in Den Haag en in Rijksmuseum Twenthe wordt het verhaal van de vaderlandse geschiedenis verteld, met een heel andere invalshoek dan in Amsterdam, maar daardoor wordt het verhaal wel completer."

Uiteindelijk staat of valt het allemaal met hoe er op school wordt lesgegeven. Op dat punt is Panhuysen het hartgrondig eens met zijn vakgenoot Grever. "De geschiedenisleraar vervult een cruciale rol in de keten." Uit eigen ervaring voor de klas - niet als docent maar als gastspreker - weet Panhuysen hoe moeilijk het is om jongeren enthousiast te maken voor geschiedenis. "Amuseer me maar, die houding stralen ze uit, ook de vwo-leerlingen. Er is ook zoveel afleiding. Leraar zijn is topsport en dat geldt al helemaal voor de geschiedenisleraar."

Het Openluchtmuseum krijgt 2 miljoen euro per jaar
Op de dag dat het kabinet een streep zette door het Nationaal Historisch Museum in wording, kreeg het Nederlands Openluchtmuseum in Arnhem er tot 2016 2 miljoen euro per jaar bij van het kabinet. Dat geld is bedoeld voor het voortzetten van een deel van de activiteiten van het NHM, samen met het Rijksmuseum. Hoe staat het daarmee? In juli zijn de plannen klaar, zegt directeur Pieter-Matthijs Gijsbers van het Openluchtmuseum. In het HollandRama (het eivormige gebouw bij de ingang) komt een 'canon-experience': een filmische kennismaking met de canon van Nederland, die bestaat uit vijftig vensters op onze geschiedenis.

Op het aangrenzende 'Canonplein' worden de vijftig vensters in chronologische volgorde gepresenteerd: van de hunebedden en Michiel de Ruyter naar de Tweede Wereldoorlog, de Watersnoodramp, de gasbel en Europa. Verspreid over het museumterrein krijgt een aantal vensters een vervolg in bestaande en nieuwe attracties. Gijsbers: "Er wordt bijvoorbeeld een watersnoodwoning herbouwd uit 1953. Onze Molukse barak herinnert aan de koloniale geschiedenis, terwijl een Turkenpension en Chinees restaurant model staan voor het multiculturele Nederland."

Het grootste verschil met het NHM is dat daarin digitale presentaties centraal zouden staan. Ook wilde de directie van het NHM de canon loslaten en de geschiedenis presenteren in vijf 'werelden', zoals arm en rijk, land en water en oorlog en vrede. Maar Gijsbers is het met de NHM-directie eens dat de Nederlandse geschiedenis niet alleen binnen de museummuren kan worden verteld. De presentatie in het Openluchtmuseum is dan ook vooral bedoeld als 'appetizer', benadrukt Gijsbers. "Door onze laagdrempeligheid krijgen we hier heel veel gezinnen. We hopen dat we hen met deze presentatie stimuleren om ook eens naar het Rijksmuseum en andere musea te gaan om daar schilderijen te bekijken, of de hunebedden te bezoeken."

Als in 2016 alle plannen zijn uitgevoerd, zullen bezoekers ontdekken, voorspelt Gijsbers, 'hoe relevant en spannend geschiedenis is en dat die niet over vroeger gaat, maar over nu'. "Daarmee is het Nederlands Openluchtmuseum de centrale plek waar je de Nederlandse geschiedenis kunt beleven."

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden