Hebben en kwijtraken in beeld

Een straatje grijze herenhuisjes met onmogelijk smalle en kleine deurtjes in de voorstelling 'Bambie 15'. (FOTO MAARTJE GEELS) Beeld
Een straatje grijze herenhuisjes met onmogelijk smalle en kleine deurtjes in de voorstelling 'Bambie 15'. (FOTO MAARTJE GEELS)

Welke gevoelens horen er bij bezitten of bij iets kwijtraken? Wat doet bezit met de relaties tussen mensen? Mimetheatergroep Bambie maakte een voorstelling over bezit. En dat blijkt een moeilijk onderwerp om uit te beelden.

Robbert van Heuven

Zes acteurs racen door het decor dat uit een straatje grijze herenhuisjes bestaat met onmogelijk smalle en kleine deurtjes. Ze rennen elkaars huisje binnen, gooien de huisraad op straat en proberen elkaars bezittingen – ladders, tassen, teiltjes, plastic bakjes – hun eigen huis binnen te dragen. Acteur Paul van der Laan probeert zo snel mogelijk een gestolen stoel door zijn bizar smalle voordeurtje te priegelen.

Regisseur Jochem Stavenuiter van mimetheatergroep Bambie ziet het aan vanaf de kant. De nieuwe voorstelling van de groep, ’Bambie 15’, moet over bezit gaan. „Een stuk theater over mijn en dijn”, is dan ook de ondertitel. Stavenuiter: „We zijn als mensen heel geldbewust. En soms heel hebberig. Welke gevoelens horen er bij bezitten of bij iets kwijtraken? Wat doet bezit met de relaties tussen mensen?” Van der Laan vult aan: „Jochem wilde in eerste instantie heel graag iets maken over stelen. Dat stelen is in de loop van de repetities breder geworden. Wat doe je als je iets heel graag wilt hebben? Of als je juist heel veel krijgt? Wanneer ben je dankbaar voor iets wat je krijgt?” Stavenuiter: „Bezit blijkt toch een moeilijk onderwerp om een voorstelling over te maken. Het wordt snel te simpel en ik wil wel graag dat het over meer gaat dan alleen de hebberige mens. Ik wil graag laten zien wat er achter die mens zit. We zijn als theatermakers onderzoekers van mensen en van het menselijke gedrag. Daar gaan onze voorstellingen altijd over, al kiezen we steeds een andere invalshoek.”

Stavenuiter en Paul van der Laan zijn de vaders van Bambie. De twee leerden elkaar kennen op de mimeopleiding van de Amsterdamse Theaterschool en sinds hun eerste voorstelling samen klikte het tussen de twee. Die eerste voorstelling maakten ze in hun jeugdige overmoed nog onder de naam Fuck you Bambie. Maar aangezien de jongens vermoedden dat die naam hen nog wel eens in de weg kon gaan zitten, werd dat uiteindelijk Bambie. En nu, vijftien jaar later, gaat alweer de vijftiende Bambievoorstelling in première. Met een grote groep gastacteurs en Stavenuiter voor het eerst als regisseur. In eerdere voorstellingen speelde hij mee en werden er gastregisseurs als Ko van den Bosch en Jetse Batelaan uitgenodigd.

Wat de groepssamenstelling ook is, elk repetitieproces is net zo’n grote puzzel als de vorige. Dat komt voort uit de werkwijze van de groep. Een toneeltekst om zich op te baseren, gebruikt Bambie als mimetheatergroep niet en beweging is belangrijker dan taal. Omdat tekst niet het uitgangspunt is, moet er op een andere manier voorstellingsmateriaal verzameld worden. Op basis van opdrachten en gesprekken over het thema wordt er geïmproviseerd en de improvisaties worden uitgewerkt tot scènes.

Van der Laan: „Zo werd de opdracht verzonnen om een scène te maken met een voorwerp dat op een gegeven moment van waarde verandert. Jochem verzamelde toen onze jassen, stopte ze in een vuilniszak en zette die letterlijk aan de straat. Dat levert dan weer een scène op. Of er ontstond de opdracht om op verschillende manieren van elkaar te stelen. Zo ontstaan er steeds meer ideeën. De beste selecteer je en aan die scènes ga je schaven.”

In de repetitieruimte staat een groot prikbord. Daarop zijn allemaal kaartjes geprikt, die allemaal de naam dragen van een scène (’Stervende man’, ’Dat balletje is van mij’). Zo kunnen de Bambies in een oogopslag zien welke scènes er al zijn en de verschillende volgordes uitproberen. Uiteindelijk ontstaan door te scènes te passen en te meten beeldende voorstellingen die fysiek, muzikaal en associatief zijn. En meestal ook bijzonder geestig. Dat spreekt aan, want Bambie heeft overal in het land een trouw publiek. „Dat trouwe publiek is een zegen. Voor hen maken we elke keer weer het beste wat we op dat moment kunnen maken. Wat we maken is misschien soms experimenteel, maar het heeft ook veel humor en het publiek staat bij het maken van de voorstelling altijd voorop. Blijkbaar zijn we in staat om mensen te raken.”

„Je moet vooral niet een clown spelen”, merkt even later een van de acteurs op. De spelers staan in een kringetje bijeen in het decor. Regisseur Stavenuiter hangt iets onderuit in zijn stoel en kijkt peinzend voor zich uit. Hij twijfelt. Er is net een scène uitgeprobeerd waarbij de spelers elkaar constant geld en bezittingen afnamen. Vervolgens heeft hij zijn spelers dezelfde scène laten doen, maar nu met slecht geschminkte gezichten en een grote clownsneus. De acteurs gingen door hun nieuwe uiterlijk meteen anders bewegen. De simpele scène werd daardoor radicaal anders: bizarder, geestiger, maar ook minder gevoelig en precies. De vraag is nu welke variant voor de voorstelling het beste werkt.

Stavenuiter: „We zitten een week voor de première. Elke beslissing die ik nu neem, heeft daarom meteen heel veel consequenties. Dat maakt het zo moeilijk.” Tegen de acteurs: „Toch denk ik die nieuwe vorm werkt. Kunnen we hem nog een keer doen?”

’Bambie 15’ door mimetheatergroep Bambie, première 21 januari, tournee tot en met 16 april. www.bambie.org

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2023 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden