HAVO/VWO SPAANS

Trouw volgt in deze rubriek de examenkandidaten van VBO, mavo, havo en VWO. Dinsdag waren we op het Spinoza Lyceum, een Daltonschool in Amsterdam-Zuid. Op het programma stond Spaans voor havo en VWO, en muziek voor VWO'ers.

ESTHER HAGEMAN

Waarom het nodig was om dat examen in het muzieklokaal af te nemen, zeg. Dat iedereen daar maar langskomt, dat je er de bel ook zo hard hoort, en dat je mensen buiten over de brug hoort lopen.

Plus, zegt Nurgul Arda, dat je inmiddels gewend bent aan de gymzaal. Voor die ene dag had de gymzaal toch nog wel gebruikt kunnen worden? Liepen er nog mensen in en uit? vraagt docente Elly van Dooren maar.

Jazeker, zegt Liouck van Bremen. Naar binnen. En dan weer naar buiten. En weer even binnen kijken. Vreselijk. Ik kan me dan niet concentreren hoor.

Ik heb er níks van gehoord, zegt Lisette Kaskens.

Ja dat hebben sommige mensen meer dan andere, zegt de docente. Dat ze er last van hebben. Maar ik zal de klachten overbrengen.

Zo, dat lucht op.

Het examen zelf viel trouwens reuze mee, is de eensluidende stemming. Het havo-examen viel goed te doen en het VWO-examen was niet al te pittig. Of omgekeerd. De docente had alleen nog maar het havo-werk bekeken, maar ze kan het bevestigen hoor: héél goed te maken. “Hier moet een voldoende voor te krijgen zijn. Het was beter dan die moeilijke examens van 1991 en '92. Wat betreft de wóórden moeten jullie er een heleboel van hebben begrepen.”

Het havo- en het VWO-examen plegen één tekst gemeenschappelijk te hebben. De gedachte daarachter is, dat die tekst voor de havisten 'de moeilijkste' is en voor de VWO'ers 'de makkelijkste'. Dit jaar was de eerste VWO-tekst dezelfde als de derde havo-tekst. Hij ging over iets precairs: dat zeven procent van alle Spaanse kinderen een andere vader heeft dan het kind, of de wettige echtgenoot van moeder, denken. Na een paar keer lezen snapte Nurgul, die VWO doet, het wel. Maar de havo-kandidaten (Liouck, of Deborah Kotzebue, of Isabel Pinheiro) hebben eerlijk gezegd evenmin moeite gehad met die tekst hoor. Welnee. Die was wel leuk.

De derde VWO-tekst was de moeilijkste, zegt Nurgul. Die ging namelijk over een woord dat ze helemaal niet kende: la sirena. Ze dacht dat dat misschien wel een vogel was. Lisette had het idee dat sirena zoiets als 'mythe' betekende. Je kon de vragen ook wel beantwoorden zonder dat je wist dat sirena zeemeermin betekent hoor, maar je houdt er dan toch een raar gevoel bij. Vraag 22 over de zeemeermin vonden ze de moeilijkste. Daar werd gevraagd welke interpretatie het christendom van de zeemeermin gaf. Een ideaal beeld van de seksualiteit? De schutspatroon van de prostitutie? Of van zeelieden? Of een duivelse verleidster? Dat is wat moeilijk antwoorden, als je niet weet waarover het gaat.

Het interview met de auteur Juan Goytisolo, VWO-tekst vijf, viel in betere aarde. “Interviews zijn altijd makkelijk te volgen”, vindt Elsa Macie. Dat is ook precies waarom de havisten hun eerste tekst wel wisten te waarderen. Dat was een interview met het aanstormende Spaanse talent Cayetana Guillén Cuervo, dochter van ouders die ook acteur zijn. De tekst bevatte veel bekende woorden, en de strekking was ook al niet zo moeilijk te vinden: dat mevrouw Cuervo d'r privé-leven belangrijker vindt dan d'r werk.

Over de tweede tekst, Acento Latino, ontstaat een half uur na sluiting van het examen alsnog commotie. Wat? Echt waar? Ging die tekst helemaal niet over de verschillen in uitspraak van het Spaans? O, dat dacht ik, zeggen er een paar.

Acento Latino ging daar dus niet over. Het ging over de Spaanse leestekens. Het omgekeerde uitroepteken. Het omgekeerde vraagteken. De tilde, het kringeltje boven de n in het Spaans. Het artikel uit het Spaanse dagblad El Pais had als teneur dat een krant als The Washington Post die leestekens zo onderhand maar es moest aanschaffen. Dat je het, met zoveel Spaanstalige lezers, namelijk niet kunt maken om ze niet te hebben. O, zeggen Liouck en Deborah dáárom hebben we dus zoveel zitten verzinnen!

De interessantste havo-tekst vond Liouck tekst vijf. Die ging over geloof en bijgeloof. “Ik geloof niet bij”, zegt Liouck gevat, “maar toch was het wel leerzaam. Dat je las wat voor functie bijgeloof heeft: om toch 'iets te hebben' als je niks gelooft.”

“Dat het ongeluk geeft om in huis een paraplu te openen, dat geloven wij óók”, zegt Isabel Pinheiro. “Maar wat dat nou was met die gele bloemen, dat heb ik niet precies begrepen.”

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden