Havana aan de Noordzee

Havana ligt er, ruim tien jaar na mijn eerste bezoek aan de stad, bijna nog net zo haveloos bij. Aan de zeeboulevard wordt herstelwerk verricht aan de barokke stadspaleisjes die één straat verder alweer prijsgegeven lijken aan onstuitbaar verval. Privé-initiatief wordt wat meer ruimte gegund. Vrijwel iedere automobilist lijkt zich als mogelijke taxi-chauffeur aan te bieden en door de gelijkvloerse ramen van de herenhuizen worden zelfgemaakte pizza-punten of cocktails uitgevent.

Maar van enige politieke voorbereiding op een post-Castro tijdperk is geen sprake. Het televisienieuws toont een wereld naar de maat van de Koude Oorlog. Internetcafés zijn er niet. Alleen geprivilegieerden hebben beschikking over e-mail. Medici mogen bij uitzondering het web raadplegen op beroepsinformatie.

Na terugkeer in Europa is het opnieuw even wennen aan de kou, het tijdsverschil en de dagelijkse beslommeringen van de filosofiedocent. Aan de universiteiten staat een nieuwe visitatieronde op stapel: de periodieke inspectie waarbij de Nederlandse wijsbegeertefaculteiten de maat genomen wordt. Twee jaar geleden was het onderwijs aan de beurt; nu het onderzoek.

Dikke rapporten worden door de faculteiten opgesteld om aan alle publicaties van de medewerkers een schijn van samenhang te geven. Bèta-vakken werken immers projectmatig en dus zullen ook de alfa's daaraan geloven - hoe wezensvreemd dat voor hen ook mag zijn. Een filosoof denkt nu eenmaal het liefst voor zichzelf, maar helaas zijn de formulieren van het ministerie daarop niet afgestemd.

Zo worden er vele honderden arbeidsuren besteed aan het produceren van een indrukwekkende schijnwereld, die zichzelf vervolgens hardnekkig in stand houdt. Van het oordeel van de visitatiecommissie hangt niet alleen prestige, maar ook geld af. Wie als succesvol uit de bus komt, hoeft iets minder bezuinigingen te vrezen dan de verschoppelingen. Die laatste krijgen ernstige vermaningen mee - soms in omgekeerde richting van wat de vorige commissie aanbeval.

Hoe zo'n visitatiecomité is samengesteld maakt dus nogal wat uit. Er bestaan in het vak fikse meningsverschillen over de vraag wat filosofen eigenlijk moeten doen. Publicaties in het Nederlands hebben voor lang niet iedereen prioriteit. Wetenschap is immers een internationale aangelegenheid. Waarmee stilzwijgend gezegd is dat alles wat u in deze krant van en over filosofen leest er voor de universiteiten weinig toe doet. Met hangen en wurgen heeft men dit jaar één commissielid willen zoeken die de taal van de belastingbetaler machtig is.

En plots vloeien, terwijl ik mijn jetlag bestrijd met het opschonen van mijn publicatielijsten, Nederland en Cuba in elkaar over. Een geleide economie heeft dit land nooit gehad. Maar wat ginds zo gruwelijk is misgegaan, wordt hier in het universitaire bedrijf steeds meer werkelijkheid. Vijfjarenplannen en een formele toetsing (hoe meer publicaties in Amerikaanse A-tijdschriften hoe beter) vormen er het hart van. Met als voorspelbaar gevolg de verwaarlozing van de publieke functie van de filosofie en een eindeloos uitmelken van onderzoeksresultaten in zoveel mogelijk hypergespecialiseerde artikeltjes.

Karel van het Reve heeft ooit verteld hoe dat in Cuba's grote voorbeeld, de Sovjet-Unie, ging. Werd een fabriek van elektromotoren afgerekend op de verwerkte hoeveelheid staal, dan werden er loodzware machines gebouwd. Werd het aantal eenheden de maatstaf, dan werden er duizenden piepkleine motortjes gefabriceerd - waar niemand om had gevraagd.

Visitatiecommissies zijn ongetwijfeld ingesteld met de beste bedoelingen. Maar ongewild is daarmee de sovjetisering van een soort 'geleide onderzoekspolitiek' binnengeslopen. Steeds meer arbeidskracht gaat op aan procedures, steeds gestandaardiseerder wordt het werk, steeds minder plaats is er voor de éénling. Tegelijk laat de universiteit zich al maar minder gelegen liggen aan het publieke debat en wordt de daarin bedreven filosofie dientengevolge steeds lichter van gewicht. En almaar minder zal de krantenlezer uit de eerste hand te horen krijgen waarmee al die academische filosofen zich onderelkaar nu eigenlijk bezig houden.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden