Hartzeer om een kerk die niet mild en ruim is

Ze hadden hem met zijn zwakke hart al meer dan eens van de hemelpoort weggeplukt, maar gisteren lukte het niet meer. Op de leeftijd van 71 jaar overleed mgr. drs. Jan Niënhaus, oud-hulpbisschop van Utrecht gisteren in het ziekenhuis in Utrecht.

Bisschoppen werken doorgaans tot hun 75ste. Maar voor de Simonis' hulpbisschop Niënhaus was die volle tijd niet weggelegd. Vorig jaar ging hij met pensioen, maar al jaren had hij zich zeer moeten ontzien.

Dat was jammer, omdat Niënhaus in de tijden van de polarisatie binnen de rk kerk een schaars talent was onder de ambtsbroeders dat met 'de tegenpartij' kon omgaan. Niënhaus was onder wijlen kardinaal Alfrink deken (bovenpastoor) van de stad Utrecht geworden. Toen kardinaal Willebrands uit Rome in 1976 naar Utrecht werd gehaald om Alfrink op te volgen, vroeg de in het Utrechtse volstrekt vreemde Willebrands Niënhaus als rechterhand (vicaris-generaal). In 1981 werd deze - samen met dr. J. de Kok - tot (hulp)bisschop gewijd. In Rome had de mening postgevat dat de ontredderde rk kerk in Nederland in het gareel zou komen door extra bisschoppen in te zetten.

De behoudende lobby - deels verenigd rondom het maandblad Confrontatie - leverde voor het eerst harde kritiek op Rome: hoe had men in hemelsnaam die Niënhaus kunnen kiezen? Iedereen wist toch dat hij het met de progressieven hield!

Toen Simonis in 1983 op zijn beurt Willebrands in Utrecht opvolgde kreeg Niënhaus een nieuwe superieur. Het leverde een wonderlijk koppel op en er moet over en weer heel wat meewarig met het hoofd zijn geschud. Toch kwamen tegenstellingen tussen beiden maar zelden en dan nog vriendelijk, versluierd en met respect naar buiten.

Meer dan eens liet Niënhaus doorschemeren dat hij de antithese-houding van het bisschoppencollege jegens de progressieve Acht-meibeweging betreurde. Meestal volgde dan voor het evenwicht ook nog wel iets kritisch richting de F-side van 'Acht Mei'. De jaarlijkse manifestatie bezocht hij nooit, al gaf hij toe dat hij veel bezoekers als geestverwanten kende. Maar hij voelde er niet voor om daar dan meteen een podium op gesleurd te worden en met een microfoon onder zijn neus en het pistool op de borst uitspraken te moeten doen van ja-of-nee over allerlei subtiele zaken. Maar als hij bij een andere gelegenheid Acht-Mei-voorzitter Wies Stael-Merkx ontmoette geneerde hij zich niet haar in het publiek hartelijk te zoenen, van Wies dit en Jan dat. Dat zagen de mensen Simonis hem toch niet gauw nadoen.

Meer en meer trok Niënhaus zich terug op de enkele portefeuilles die hem nog restten, zoals die van het onderwijs en op dingen doen die hem buitengewoon goed af gingen: het voorgaan in kinderdiensten voor het vormsel en gesprekken voeren met jongeren. Misschien was het veelbetekenend dat de laatste keren dat men eigenlijk van hem hoorde was in zijn functie van kermisbisschop. Een mis tussen de botsautootjes.

Het leek alsof deze man, die kennelijk een kerk van ruimte en mildheid zocht en wilde dienen, uiteindelijk alleen maar onder kinderen en zwervende circus- en kermismensen iets van die kerk aantrof. Daarbuiten was het kerkelijk klimaat voor hem iets waar hij het benauwd van kreeg en pijn aan zijn hart.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden