Hartstichting niet blij met 20ste plaats

Twee organisaties die zich met hart- en vaatziekten bezighouden. De ene, Hartpatiënten Nederland, eindigt als dertiende in de Trouw top-50 van goede doelen. De andere, de Nederlandse Hartstichting, staat op nummer 20. „Discutabel”, reageert directeur Stam. Voorzitter Van Overveld van Hartpatiënten Nederland: „Wij werken met ons hart. Zij zijn een bedrijf.”

De Nederlandse Hartstichting, met een jaarbudget van 45 miljoen euro één van de grootste goede doelen in Nederland, haalt in de Trouw top-50 krap 6 (5,89) van de 9 punten en eindigt daarmee op de twintigste plaats.

Daar is de organisatie niet blij mee. De score valt op omdat de Hartstichting als één van de weinige goede doelen in Nederland serieus werk maakt van het meten van de eigen impact.

Nog opmerkelijker is dat de veel kleinere patiëntenorganisatie Hartpatiënten Nederland (jaarbudget 300.000 euro) hoger scoort in de top-50: de dertiende plaats met 6,67 punten. Beide organisaties werken niet samen. Hartpatiënten Nederland, dat veertig jaar bestaat, heeft altijd een eigen koers gevaren.

De Hartstichting (anno 1964) ontvangt subsidies en werkt samen met het bedrijfsleven, Hartpatiënten Nederland wil volstrekt onafhankelijk blijven en bestaat alleen van donateursbijdragen.

De Hartstichting heeft in 2009 de impact van haar werk over de afgelopen 25 jaar laten meten. De econome Karen Maas bracht dat nauwgezet in kaart. Haar rekenmethode leunde op aannames, maar het resultaat is verdedigbaar, aldus Maas destijds. Haar conclusie: de Hartstichting heeft in 25 jaar jaarlijks voor 505 miljoen euro bijgedragen aan daling van de maatschappelijke kosten van hartinfarcten.

Dat geld zat onder meer in verlenging van de levensduur en verbetering van de kwaliteit van leven van mensen die door een hartinfarct waren getroffen.

Directeur Hans Stam van de Hartstichting is niet blij met de top-50 van Trouw. Hij vindt het onjuist dat criteria uit het onderzoek van het Erasmus Centrum voor Strategische Filantropie (in het Engels afgekort tot ECSP), opgesteld om de maatschappelijke prestatie van goede doelen te voorspellen, worden gebruikt voor een ranglijst.

Stam vindt de uitkomsten van de vragenlijst ’discutabel’ omdat de ’door één willekeurige medewerker ingevulde vragenlijst’ niet is gecontroleerd. „Hier wordt wetenschap gekoppeld aan onvolledige en waarschijnlijk niet altijd juiste of gedateerde informatie”, stelt hij. Stam denkt dat met de top-50 van Trouw ’een groot aantal gezondheidsfondsen ten onrechte in diskrediet wordt gebracht’.

De scores op de vragenlijst zijn gebaseerd op de opgave van de goede doelen zelf. Sommige mededelingen kunnen makkelijk worden gecontroleerd, vooral die op het gebied van transparantie. Andere niet.

Bij een vooronderzoek van deze studie is gekeken naar de betrouwbaarheid van de opgave van goede doelen, zeggen Viola Lindeboom, projectleider van het Centraal Informatiepunt Goede Doelen en Kellie Liket, onderzoekster van het ECSP.

Liket: „We hebben toen veel open vragen en herhaalvragen opgenomen. We hebben op basis daarvan bekeken hoe vaak er maar wat ingevuld was.”

„Dat kan alleen voor vragen die te controleren zijn: of er een beleidsplan is, of dat online staat, of er een jaarverslag is, of dat online staat, wat de inhoud hiervan is, of de identiteit van drie bestuursleden bekend is, of ze een telefoonnummer en een mail- en postadres hebben.”

„Ook bij de iets moeilijkere vragen konden we een idee krijgen van de betrouwbaarheid: door eerst te vragen óf ze de doelgroep betrokken bij het beleid en later nog eens: hóe ze dat dan doen. Dit is nog geen echt bewijs natuurlijk, je kunt nog steeds antwoorden verzinnen, maar het wordt wel lastiger.”

„Er waren wat verkeerde antwoorden maar dat leek toen vooral aan de onduidelijke vraagstelling te liggen. Die vragen hebben we dus veranderd en opnieuw getest bij een aantal goede doelen. Gecorrigeerd voor deze verkeerd begrepen antwoorden, bleek zo’n 95 procent van de antwoorden op basis van deze aanpak juist. Slechts vijf procent was mogelijk opzettelijk fout ingevuld. Voor dit type onderzoeken is dat zeer laag.”

De Hartstichting haalde in de top-50 van Trouw de twintigste plaats, omdat de statutaire doelstelling niet specifiek genoeg is beschreven en omdat doelen die de Hartstichting volgens het eigen beleidsplan wil halen niet specifiek, meetbaar, haalbaar, relevant en tijdgebonden zijn.

Het jaarverslag bevat niet alle drie benodigde componenten aan informatie (resultaten van vooraf gestelde doelen, financiële rapportage en een begroting) en de doelgroep wordt niet betrokken bij de formulering van de strategie.

Ook bij concurrent Hartpatiënten Nederland kunnen zaken worden verbeterd. De organisatie scoorde in de top-50 minder op het gebied van transparantie. Bovendien laat Hartpatiënten Nederland zich in haar positionering nauwelijks beïnvloeden door de activiteiten van andere organisaties met dezelfde doelstelling. Er is geen meerjarenbeleidsplan en de organisatie werkt niet samen met andere.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden