Hartmut Haenchen: 'Je hoort Wagners stijlverandering'

Alleszins gewaagd. Zo valt de opzet te omschrijven van de Amsterdamse Ring-productie. Want met de plaatsing van het orkest op het toneelpodium naast het schuin oplopende speelvlak, doorbraken dirigent Hartmut Haenchen en regisseur Pierre Audi in de tweede aflevering, 'Die Walküre', radicaal de Wagner-stijl van een zoveel als mogelijk verborgen orkest.

FRANZ STRAATMAN

Zat het Nederlands Philharmonisch Orkest in een langgerekte baan ter rechterzijde van het toneelgebeuren, in 'Siegfried' neemt het Rotterdams Philharmonisch Orkest op het linkergedeelte van het podium plaats in een ruimte met de vorm van een taartpunt. In 'Die Walküre' bleek de open plaatsing akoestisch geen problemen op te leveren. Het Muziektheater kent van zichzelf al een gedempte klanksfeer zodat de zang niet overwoekerd werd door de instrumentale muziek.

Met 'Siegfried' is Haenchen aangekomen bij zoals hij het omschrijft “voor dirigenten het lastigste stuk uit de Ring”.

Haenchen: “Het gaat allereerst om een puur technisch probleem. De eerste en derde scène van het eerste bedrijf staan in driedelige maatsoorten, drie-achtste, zes-achtste, drie-kwart. Alleen de tweede scène met de Wanderer gaat in vieren; Wotan/Wanderer is altijd in vieren. Wagner wilde na 'Die Walküre' iets lichters schrijven, weliswaar geen wals, maar iets wat ook een beetje grappig is. De vierkwartsmaat is evenwichtig, de driedeligheid draagt het wankele in zich.”

“Bij de tempi die Wagner vraagt wordt het muzikaal het mooist als ik die driedeligheid in enen sla, maar dan dreigt het gevaar dat het ritmisch niet gelijk loopt in alle onderdelen van het orkest. In drieën wordt het minder vloeiend en het brengt een veel grotere lichamelijke belasting voor de dirigent mee.”

“Er komt nog een artistiek probleem bij. Wat betreft de ontwikkeling van de orkestklank verkeerde Wagner ten tijde van het componeren van 'Siegfried' in een artistieke crisis. Bovendien maakte hij zelf een moeilijke periode door in zijn privé-leven èn hij verloor de hoop dat het hele Ring-project ooit zou worden uitgevoerd.”

“In het eerste en tweede bedrijf grijpt hij terug op de Italiaanse stijl zoals hij gebruikte in 'Das Rheingold', maar hij streeft ook naar chromatische ontwikkelingen, waar hij pas later, in 'Tristan und Isolde', volledig greep op kreeg. In 'Siegfried' komt hij er aanvankelijk niet uit; Wagner had last van wat ik een verstopping noem. Je ziet het in de behandeling van de Leitmotiven. Hij breekt die in het midden, door ze chromatisch te veranderen. Dat had hij daarvoor nooit zo gedaan.”

“In 'Siegfried' komt de verandering van zijn stijl naar voren, want tussen de eerste en tweede acte enerzijds en de derde acte liggen twaalf jaren. In die periode schreef hij 'Tristan und Isolde' en 'Die Meistersinger'. Dat is in die derde acte echt te horen aan de harmonie en de instrumentatie; daar zit veel 'Tristan' in. In deze acte speelt ook mee dat het vrouwelijk element en de liefde er bijkomen.”

“Wat de twee eerste actes van 'Siegfried' namelijk ook moeilijk maakt, is het kleine aantal personages, en het feit dat het allemaal mannen zijn. Ja, inderdaad, het gaat over vrouwen, maar het stuk begint te leven op het moment dat een vrouw ook werkelijk aanwezig is.”

Voor de luisteraar, zo leg ik Haenchen voor, is 'Siegfried' een zeer aantrekkelijke opera door de prachtige sprookjesmuziek waarmee Wagner de natuur schilderde: de donkerte van de grot waar Mime zijn smidse heeft, midden in een fascinerend woud dat Wagner beeldend karakteriseert. Vervolgens klinkt de verwondering van Siegfried als hij de natuur en de gedragingen in de dierenwereld waarneemt. En dan zijn er nog de draak, de vermomming van Fafner, en het vogeltje dat Siegfried de weg naar Brünnhilde zal wijzen.

Haenchen: “Zelf herkende Wagner de mythe van Siegfried uit de Noorse Edda en Nibelungen-sage ook als een sprookje toen hij in de bundel van de gebroeders Grimm het verhaal las van 'Einer der auszog das Fürchten zu lernen'. Zijn tekst berust op verschillende bronnen.”

“Voor zijn muzikale fantasie kon hij terugvallen op Carl Maria von Weber. Met 'Oberon', 'Euryanthe', en 'Sylvana' schiep Von Weber de romantische sprookjesmuziek in de Duitse cultuur. Wagner koesterde een enorme bewondering voor hem. Maar uiteindelijk is het toch Wagners genialiteit die bepalend was voor wat hij in 'Siegfried' tot stand bracht. Op zijn beurt heeft hij voorbeeldig gewerkt op zijn leerlingen, vooral Humperdinck”.

Siegfried is de held, maar hij faalt, in tegenstelling tot Parsifal. Beiden worden zij afgeschilderd als niet-wetenden, kwaad noch goed onderscheidend, en zonder vrees levend.

Haenchen: “Siegfried is inderdaad Parsifal-achtig. Maar Siegfried wordt niet de held die Wagner in zijn gedachten had. Met Parsifal gaat het verder: die verkrijgt inzicht in de wereld. Ik denk dat in Parsifal de oorspronkelijke gedachten over Siegfried weer terugkeren: durch Mitleid wissend. Parsifal heeft het medelijden leren kennen door Kundry. Maar Siegfried weet van geen medelijden; hij kent gewoonweg geen remmingen, want hij slaat er onmiddellijk op los: hij bedreigt de Wanderer/Wotan, in feite zijn grootvader, hij haat Mime, de man die hem opvoedde, en doodt hem tenslotte, en hij verslaat de reus Fafner die als draak de schat van de Nibelungen in zijn bezit houdt. Je kunt niet spreken van een ideale held, zoals Wagner Siegfried weergeeft.”

“Siegfried is intellectueel niet ontwikkeld. Hij heeft het inzicht in het leven ook van niemand kunnen leren. Hij ontdekt wel allerlei zaken over zichzelf in het bos: 'Da lernt' ich wohl, was Liebe sei: der Mutter entwandt ich die Welpen nie'/ Daar leerde ik wel, wat liefde is: aan de moeder ontroofde ik de welpen nooit', zingt hij in het eerste bedrijf. Hij is een natuurmens. Mime heeft Siegfried alleen grootgebracht om hem Fafner te laten doden om zo de Nibelungen-schat te kunnen bemachtigen, en dan wil hij Siegfried uit de weg ruimen. Parsifal evenwel vindt in Gurnemanz een goede leermeester.”

In de voorbereiding van 'Die Walküre' had Haenchen zijn handen vol aan het invoeren van correcties, ontleend aan de aantekeningen die de assistenten van Wagner maakten bij de repetities en eerste uitvoeringen. Haenchen: “Die hebben me ontzettend geholpen, zowel wat betreft de orkestklank als de tempi. De belangrijkste bron vormen de opmerkingen van Felix Mottl. Maar het ordenen van al dat materiaal is nog niet gebeurd voor 'Siegfried'.

Ik moet in dit geval vanuit eigen ervaring de oude uitgave bijwerken; die gaat terug op de partituur zoals Wagner die aan de drukker gaf. Daarna bracht hij op grond van de praktijk allerlei wijzigingen aan. Die zijn niet opgenomen in de later gedrukte dirigentenpartituur, maar wel in het klavieruittreksel dat Mottl vervaardigde. Dirigenten na hem hebben zich daar geen rekenschap van gegeven. Een Furtwüngler, toch een gevierd Wagner-dirigent, deed in feite het tegenovergestelde van wat Wagner wilde op punten als articulatie en bindingsbogen''.

Na het Residentie Orkest ('Das Rheingold') en het Nederlands Philharmonisch Orkest ('Die Walküre') treedt het Rotterdams Philharmonisch Orkest aan voor 'Siegfried'. In het slotstuk 'Götterdümmerung' (waarvan de première op 8 september al volgt) neemt het Nederlands Philharmonisch Orkest plaats in de orkestbak die zich dan weer voor en onder het podium bevindt.

Eén dirigent, drie orkesten. Dat was noodzakelijk omdat het Nederlands Philharmonisch Orkest óók concertseries verzorgt in Amsterdam en in Utrecht. Welk orkest wat zou spelen hing af van de planning, maar ook van de specifieke kwaliteiten.

Haenchen: “Voor 'Das Rheingold' had ik bewust gekozen voor het Residentie Orkest. De slanke klank van dat ensemble sprak me aan. De keuze voor het Rotterdamse orkest in 'Siegfried' werd bepaald door het feit dat het R.Ph.O. over een briljante klankkleur beschikt die je precies nodig hebt voor 'Siegfried'.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden