Review

Harry voelt het kwaad in zichzelf

Minstens acht miljoen mensen, ook heel wat Nederlanders, verslinden dezer dagen de nieuwe, Engelstalige 'Harry Potter'. Verklappen hoe het afloopt doen we dus niet. Maar het wordt wel de hoogste tijd om Potter-cynici, die bestsellers per definitie wantrouwen, van repliek te dienen. En om nu al rondzoemende misverstanden over 'HP5' uit de weg te ruimen: Harry is niet zo bokkig omdat hij tot puber is uitgegroeid. Er is veel meer aan de hand.

Zaterdag 21 juni was het zover. De Engelse editie van deel 5 van Harry Potter, 'Harry Potter and the Order of the Phoenix', lag eindelijk in de boekhandel. Er werden die dag wereldwijd zo'n 8 miljoen exemplaren verkocht! Zelf stond ik die zaterdagochtend bij een grote Amsterdamse boekhandel weliswaar net niet voor HP5 in de rij, al scheelde het niet veel. Het was er druk en iedereen kwam voor de nieuwe Potter. Ik kocht twee exemplaren: één voor mijzelf en één voor mijn vijftienjarige dochter, die onmogelijk kon wachten tot ik het boek uit had; dat zou een tantaluskwelling voor haar geweest zijn.

Harry Potter, leerling van Zweinsteins Hogeschool voor Hekserij en Hocus-Pocus, en zijn vrienden Ron Wemel en Hermelien Griffel zijn in korte tijd de bekendste personages uit de jeugdliteratuur geworden. Harry's populariteit onder de jeugd is wereldwijd. Dat was al zo voor de eerste film over hem werd uitgebracht. Dit laatste wordt door degenen die de Potter-hype hekelen weleens vergeten. Het eerste deel drong aanvankelijk langzaam tot het grotere publiek door. Pas bij het tweede deel - en ook dat moest het nog ten dele stellen zonder de enorme publiciteitsmachinerie die daarna op gang kwam - barstte de gekte los. Dat zijn de feiten: de creatie van Joanne Rowling is primair op éígen kracht tot het grote publiek doorgedrongen.

Natuurlijk is er inmiddels inderdaad sprake van een 'gekte' rond Harry. Rowling zelf heeft dit in interviews ook wel toegegeven. Maar de immense belangstelling voor haar werk pleit op zichzelf uiteraard niet tegen de kwaliteit ervan. Die heeft zich immers éérst bewezen, om pas daarna door marketing-deskundigen en filmbazen tot gigaproporties te worden opgeblazen. Over verkoopcijfers of het riante inkomen van Rowling moeten we het verder dus maar niet hebben. Daarover is al genoeg geschreven. Over de hype nog dit: meestal is een hype een kortdurende explosie van massale belangstelling voor iets. Als het fenomeen Harry Potter al een hype zou zijn, dan toch een verdomd taaie en kennelijk niet onverdiende. Het commerciële circus rond Potter laat onverlet dat Rowlings boeken simpelweg voortreffelijk geschreven zijn. Nederlandse critici hebben in meerderheid positief op de serie gereageerd. Aukje Holtrop trof er behalve 'avontuur en spanning' ook 'algemene en diepmenselijke eigenschappen' in aan; Judith Eiselin sprak van 'een hecht geconstrueerde fantasiewereld, [...] spannend en meeslepend'. Xandra Schutte noemde Rowling in één adem met Roald Dahl en vervolgde: ,,Harry Potter heeft alles in zich om een onvergetelijk personage te worden. Van de orde van grootte van Peter Pan, Niels Holgerson, Mowgli en Pippi Langkous.'' Bart Moeyaert echter vond juist dat Harry Potter niet kon tippen aan Pippi Langkous! Maar Moeyaert houdt gewoon niet van dikke boeken. ,,Veelheid verkoopt'', smaalt hij. En hij schaart zich, onbewust, achter de 19de-eeuwse Duitse pedagogen die tegen de verderfelijk geachte 'leeshonger' ageerden wanneer hij schrijft: ,,Van Harry Potter lust ik geen pap'' en zich met dédain afzet tegen 'het lekkere lezen' en 'de snelle hap'.

Wel, een snelle hap kun je 'Harry Potter and the Order of the Phoenix' met zijn 766 bladzijden moeilijk noemen. Het is een dik boek waarin ongelooflijk veel gebeurt rond talloze oude en nieuwe personages en waarmee je je geen moment verveelt. Waar Rowling zich nu en dan eens herhaalt, onvermijdelijk in een serie van deze omvang, gebeurt dat vrijwel steeds op een geestige en bij nader inzien functionele wijze. Het boek sluit naadloos op het vorige deel aan, dat eindigde met het bloedstollende duel tijdens de derde opdracht van het Toverschooltoernooi tussen Harry en de duistere en levensgevaarlijke heer Voldemort. Harry overleeft het maar net; zijn medestudent Carlo Kannewasser heeft minder geluk en wordt door Voldemort vermoord. Harry was de enige die een ooggetuigeverslag kon geven van de wederopstanding van Voldemort, en zijn schoolhoofd Perkamentus geloofde hem.

In het nieuwe deel blijkt echter dat Harry's relaas bepaald niet door iedereen voor waar wordt gehouden. Met name het Ministerie van Toverkunst, onder leiding van Cornelius Droebel, laat geen gelegenheid voorbijgaan om Harry als een warrige fantast af te doen, daarbij van harte gesteund door de toonaangevende krant in de magische wereld: De Ochtendprofeet. Nu heeft Harry al vaker de schijn tegen zich gehad, maar deze machtige politiek-journalistieke alliantie tegen zijn persoon is volstrekt nieuw. De politieke beleidslijn in dezen is van meet af aan duidelijk: het ministerie wil het gewoon niet waar hebben dat Voldemort en zijn aanhangers van het Kwaad, de Dooddoeners, terug zijn op het toneel en steekt zijn kop liever in het zand. Daarmee dempen politici en bureaucraten hun eigen angst en voorkomen ze paniek bij de tovenaarsburgerij.

Dit deel is dan ook in één wezenlijk opzicht anders van karakter dan de voorgaande delen. Harry is niet langer de ridderlijke wonderboy die het kwaad bestrijdt en Perkamentus' positie is niet langer onomstreden. Er hangt een sombere, bijna tot het einde toe voelbare politiek-bureaucratische slagschaduw boven de gebeurtenissen die in de andere delen ontbrak. Rowlings geestige stijl zorgt wel voor wat tegenwicht, maar die somberheid overheerst.

Het gaat al direct mis in de Ligusterlaan, waar Harry als vanouds zijn zomervakantie doorbrengt bij zijn botte Dreuzeloom en

-tante en neef Dirk. Want het onbestaanbare gebeurt daar, als twee Dementors verschijnen om Harry en neef Dirk de stuipen op het lijf te jagen. Dementors, de doodenge bewakers van de tovenaarsgevangenis Azkaban, mogen nooit in de Dreuzelwereld verschijnen. Met een volleerde Patronusbezwering weet Harry de ijzige creaturen weg te jagen, hetgeen hem prompt op een tribunaal van het ministerie komt te staan. Minderjarige tovenaars mogen immers niet in Dreuzelland toveren! Het is aan de briljante verdediging van Perkamentus te danken dat Harry het tribunaal zonder kleerscheuren doorstaat en niet van Zweinstein wordt verwijderd.

Alles is anders in dit boek. De goeden staan in een kwaad daglicht. Geen wonder dat zij zich organiseren in een geheim genootschap tegen Voldemort: de Orde van de Feniks. Perkamentus is de leider, oude bekenden als ex-professor Dolleman, ex-professor Lupos en Harry's peetvader Sirius Zwarts maken er deel van uit. Eenmaal op Zweinstein aangekomen merkt Harry pas goed wat het ministerieel beleid en het gestook in De Ochtendprofeet voor zijn imago betekenen: vele medestudenten geloven zijn verhaal over Voldemorts terugkeer niet. Het maakt dat Harry, in dit toch al loodzware examenjaar, voortdurend balanceert op het randje van boosheid, woede, chagrijnigheid en frustratie.

Velen zullen dit boek zien als een coming of age history. Harry pubert, de hormonen spelen op en dat maakt hem zo bokkig. Er is echter meer aan de hand. In werkelijkheid lijdt hij onder de verbrokkeling in het kamp van de goede tovenaars en heksen. Daar komt bij dat hij als enige in deze magische wereld door Voldemort letterlijk op de huid gezeten wordt. Zijn litteken, hem ooit door Voldemort op het voorhoofd ingebrand, waarschuwt hem met zware pijnscheuten voor Voldemorts acties. In dit deel krijgt hij ook nachtmerries die hem welhaast direct toegang geven tot het brein van de duistere tovenaar. Het omgekeerde, dat Voldemort op zijn beurt in Harry's brein doordringt, ligt dan voor de hand.

Als geen ander staat Harry daardoor, als representant van het Goede, bloot aan de verleidingen en invloeden van het Kwade. De uitersten raken elkaar en dit maakt deel 5 tot veel meer dan een spannende mix van fantasy en avonturenroman alleen: het is ook in hoge mate een psychothriller! Voor Harry zelf is de grens tussen hemzelf en Voldemort soms nauwelijks waarneembaar. Hij leert het kwaad kennen doordat hij het in zichzelf geprojecteerd voelt en zich erop betrapt dat hij Perkamentus weleens naar de keel zou willen vliegen... Een uiterst verwarrende ervaring voor iemand die toch al pubert, en met onmiskenbare horrortrekjes...

Zwijgen we over Dolores Umbridge, de nieuwe lerares Verweer tegen de Zwarte Kunsten. Zij is een fanatieke bureaucrate die de richtlijnen van het ministerie op Zweinstein implementeert, tot Hoge Inquisiteur van de school wordt uitgeroepen en uiteindelijk Perkamentus als hoofd der school vervangt. Zwijgen we ook over de talloze andere gebeurtenissen die het boek zo spannend maken. Je moet een avonturenroman met fantasy-elementen nooit navertellen, dan geef je te veel weg. Ik benadruk slechts de knappe psychologische onderbouwing van dit geheel, dat 'Harry Potter and the Order of the Phoenix' tot het beste deel maakt uit de reeks tot nu toe. Het is een meesterlijk claustrofobisch boek. Je zit voortdurend in Harry's onzekere en bozige brein, die op zijn beurt weer in Voldemorts brein zit en vice versa. Wat scheidt hen eigenlijk? Heerlijke en doodenge lezersvragen zijn dat.

En o ja, het gerucht dat er iemand sterft van wie Harry veel houdt klopt. En tussen Harry en Cho Chang gaat het zozo: er hangt te veel Kwaad in de lucht om die relatie vooralsnog een kans te geven. En natuurlijk is er een zenuwslopende finale in de vorm van op leven en dood duellerende tovenaars en heksen. Maar die vormt slechts de opmaat, vermoed ik, voor de nog zenuwslopendere delen 6 en 7, waarin Harry het uiteindelijk alléén, als de van kindsbeen af door een litteken gebrandmerkte tegenstrever van heer Voldemort, moet opnemen tegen het Kwaad. Hij dood of Voldemort dood, daar zal het ten slotte om gaan. En als hij wint is hij hoe dan ook een moordenaar, dat is een gedachte waaraan hij in dit deel al moet zien te wennen.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden