Harry van Raaij voorzag dat voetbal in de polder alleen nog leuk zou zijn

Er is weer eens gesproken over de Beneliga, het al uit de vorige eeuw stammende idee van een voetbalcompetitie met Nederlandse en Belgische clubs. Eind vorig jaar werd het opgerakeld door de voorzitter van Standard Luik, Roland Duchâtelet. Bijval kreeg hij niet, volgens een repeterend patroon.

Duchâtelet beweerde dat Anderlecht, Club Brugge, Ajax en PSV, zeg maar de traditionele topclubs van België en Nederland, het met hem eens waren. Op een verscholen krantenberichtje na, waarin de clubleiding van PSV kortaf liet weten dat het niet aan de orde was, bleef het aan deze kant van de grens stil. In België werd het voorstel in ferme bewoordingen van tafel geveegd door Michel Verschueren, de gezaghebbende voormalige manager van Anderlecht.

Juist Verschueren was lang geleden, in de jaren negentig, de bedenker geweest van het plan voor een samenvoeging van de competities van Nederland en België. Maar hij blijkt van gedachten te zijn veranderd. Dat vertelde hij op persoonlijke titel en met nogal eendimensionale gedachtesprongen in 's lands grootste krant, Het Laatste Nieuws.

Hij had de Beneliga bedacht, omdat er voor de tv-rechten van het zieltogende Belgische voetbal in die tijd geen stuiver werd gegeven. Maar plotseling hebben ze daar in België al jaren geen klagen meer over, dus ze redden het verder zelf wel - daar kwam het op neer.

Zo maakt de geestelijke vader zich ervan af. Voor Verschueren was de Beneliga kennelijk niet meer dan een kille rekensom die hij allang heeft verscheurd, nu de cijfertjes er weer wat florissanter uitzien.

Geen woord van de oud-clubbestuurder, die toch als een zakenman met zogeheten voetbalverstand te boek stond, over het sportieve aspect. Dat een competitie met de beste dan wel betere clubs van Nederland en België de weerbaarheid zou kunnen verhogen en dat dat geen overbodige luxe zou zijn, helemaal niet nu beide landjes met één club, Ajax en Genk, in de achterlanden van Europa nog even mogen meedoen - niets van dat al uit de mond van Michel Verschueren, en hij is de enige niet.

Voor het argument is ook in Nederland in de loop der jaren weinig oor geweest. Oud-PSV-voorzitter Harry van Raaij is als geestverwant van Verschueren hoofdzakelijk uitgelachen. Ook in zijn plannen voor alternatieve competities speelden uiteraard financiële motieven een belangrijke rol, maar bij hem was ook altijd het besef voelbaar dat Nederlandse clubs er sportief beter van zouden worden - en dat dat nodig was.

Later distantieerde Marco van Basten zich van het hoongelach. Tot tweemaal toe, als bondscoach en als trainer van Ajax, sprak hij zich uit voor een Beneliga. Een oud-topvoetballer hoef je niet uit te leggen dat het nogal een verschil kan uitmaken: Anderlecht en Club Brugge en sowieso wat stuggere tegenstand uit België, of jaar in jaar uit tegen NEC en NAC.

Maar zelfs hij werd niet gehoord. Nederland trekt zich terug achter de dijken - bijna letterlijk dit seizoen na het Europese demasqué van voor de winterstop - met een competitie die amusant wordt genoemd, en leuk en fris en, dat vooral, jaar na jaar, spannend. Willem van Hanegem verzuchtte onlangs dat we moeten stoppen om alles maar leuk te vinden en dat er weer eens eisen aan het voetbal moeten worden gesteld. Weinig kans ook dat deze oud-topvoetballer wordt gehoord.

De Lage Landen zijn onverminderd in zichzelf gekeerd. Van de terugkerende reflex van zelfgenoegzaamheid getuigde in België een afsluitende sneer van Anderlechts oud-topman Verschueren. Standard Luik-voorzitter Duchâtelet had gezegd dat hij met zijn Waalse club naar de Franse competitie zou willen uitwijken, als het met de Beneliga niets zou worden. Alsof ze daar zitten te wachten op een ploeg die in België ver achter de koploper staat, spotte Verschueren. De koploper, met een straatlengte voorsprong, is Anderlecht.

Het gaat de eigen club goed, en vervlogen zijn de visioenen van ooit. In tijden waarin Harry van Raaij opnieuw graag wordt weggehoond, nu omdat hij als een ware mastodont wel eens iets zegt over het huidige beleid van PSV, kan het geen kwaad op een essentieel verschil te wijzen. Van Raaij streed zijn eenzame strijd in een langdurige bloeiperiode van PSV. Juist daarin voorzag hij al dat het in de polder gauw alleen nog maar leuk en spannend zou zijn, als niemand iets deed. En niemand deed iets.

undefined

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden