Review

Harnoncourt weet Dvorák op juiste waarde te schatten

AMSTERDAM - Het Pianoconcert van Dvorák! Die combinatie van woorden doet muziekliefhebbers niet opveren. Het is een combinatie die voor het gevoel niet klopt.

Dvorák is immers de man van het celloconcert; pianoconcerten zijn het domein van Beethoven, van Liszt en Chopin, van Tsjaikovski, Brahms en Rachmaninov. Dvoráks Pianoconcert is een vreemde eend in de romantische pianovijver -weinig pianisten van naam wagen of waagden zich er aan.

In zijn meerjarig Dvorák-project bij het Koninklijk Concertgebouworkest programmeerde Nikolaus Harnoncourt het concert juist wel, omdat hij van de kwaliteit ervan (in tegenstelling tot velen) overtuigd is. Die overtuiging klonk uiteraard door in Harnoncourts aanpak van het orkest, maar evenzeer in de gloedvolle interpretatie van pianist Pierre-Laurent Aimard.

Eerder al haalde Harnoncourt samen met Gidon Kremer het Vioolconcert van Schumann uit het slop; dat was ook zo'n compositie waar men vaak neerbuigend over deed. Het is overigens frappant hoe graag 'kenners' elkaar nabauwen in het ophemelen of afkraken van kunstwerken. Harnoncourt doet daar dus niet aan mee en tijdens de uitvoeringen deze week laat hij Dvoráks concert voor de cd opnemen. Het zal een opname zijn die die van Svjatoslav Richter en Carlos Kleiber uit 1977 naar de kroon steekt.

Net als Richter speelde Aimard de pianopartij zoals Dvorák die heeft opgeschreven en koos hij niet een van de door derden 'verbeterde' versies die in wezen veel conventioneler zijn. De pianist is bij Dvorák geen virtuoos maar een volwaardig lid van het orkest en dit gebrek aan glitter en show -de wapperende haren zogezegd- ligt waarschijnlijk ten grondslag aan de impopulariteit van het concert. Aimard bleek de ideale man voor een dergelijke benadering; dienend aan Dvorák én aan Harnoncourt.

Mooi hoe dirigent en pianist aan de haal gingen met het eerste deel, waarvoor Dvorák niet minder dan drie thema's bedacht. Om melodieën zat Dvorák nooit verlegen, hij was een echte deunensmid. Er zitten tussen al dat moois ook heus wel stoplappen, waaraan je kunt merken dat de componist nog pas 35 jaar was, maar het pleidooi van Harnoncourt en Aimard was hartverwarmend en verdiend. Orkest en dirigent leefden zich verder op hoog niveau uit in het muzikaal navertellen van de gruwelijke ballades van de Tsjech Karl Erben. Dvoráks verklankingen van 'De watergeest' en 'Het gouden spinnewiel' werden ongemeen spannend en detailrijk uitgespeeld.

Nog te horen op 24, 25 en 26 oktober in het Concertgebouw (Dvoráks 'Watergeest' is dan vervangen door Haydns Symfonie nr. 104). Uitzending op 9 december via Radio 4 vanaf 14.00 uur.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden