Harkeniel, aarkenail, akkenoal en andere dakkapellen

Het vorige rubriekje, met vragen over deels duister bevonden woorden en uitdrukkingen, heeft een flinke stroom van reacties uitgelokt. Alleen al ak(k)enelen werd door ettelijke tientallen lezers, vooral uit het noorden des lands of met wortels aldaar, ontraadseld als 'dakkapellen'.

Groningers bleken ak(k)eneel te kennen als aarkenail, akkenail, aargenail, aargnnail, arkenijl(tje), akkenoal(tje), akkena(a)l of akenalje ('uitstekend deel van een schuin dak, voorzien van vensters en met een zolderkamer eronder'). Ook in de kop van Drenthe moet akkenaal nog gangbaar zijn, met als synoniemen kajuit (in Friesland kajút) en in Zuid-Drenthe en elders koekoek. Friezen op hun beurt noemen zo'n constructie bij voorkeur harkeniel(tjse), arkeniel(tsje) of hoekeniel(tsje). In de dikke Van Dale leven nog de vormen arkeneel en arkenijl voort, maar de daar gegeven betekenis 'gemetselde dakkapel' is door enkele lezers genuanceerd.

Arkenelen enzovoort zouden smaller zijn, een puntdak hebben en, schrijft een lezer, in Groningen zich altijd bevinden boven de ingang in het midden van een symmetrische woning.

Een andere lezer vermoedt terecht dat het ontraadselde woord zijn oorsprong vond in het Latijnse arca 'boog'. Het is verwant aan erker en het oudere synoniem arkel, die beide via andere talen teruggaan op een Latijns woord voor 'schietgat', arcuaria, afgeleid van arcuaris ('boogschutter'). De eerste erkers waren dan ook uitbouwen op vestingmuren van waaruit aanvallers met pijl en boog bestookt werden.

PS Over otus en totus, tetel enzovoort een volgende keer.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden