Harken en schoppen, een gift van de Wilde ganzen

In de eetzaal van het vluchtelingenkamp in de Joegoslavische stad Pancevo speelt een oude man van zeventig een potje schaak met een jongen van acht. Ze worden weggestuurd wanneer een busje het terrein op komt rijden. Het is de mobiele medische brigade van het Oecumenisch humanitair centrum uit de stad Novi Sad.

Dozen met medicijnen en medische hulpmiddelen worden op tafel gezet. Het is de eerste keer dat de brigade verschijnt.

Nieuwsgierig komen enkele vluchtelingen een kijkje nemen. Als er een rij gemaakt moet worden, verdwijnt bijna iedereen. Aanvankelijk is de belangstelling niet groot. Twee doktoren onderzoeken vluchtig vrouwen en kinderen die zich wel aanmelden en geven hun op grond van de klachten een klein bruin zakje met medicijnen mee. In een schrift noteren ze de gegevens.

Na een half uur groeit de rij. De vluchtelingen gooien hun aarzeling overboord en komen langs. Een oude vrouw laat een ziekenhuisfoto zien uit februari. Dokter Branko Milicevic, vrijwilliger voor twee dagen en verder werkzaam op de universiteit, bekijkt hem tegen het licht van buiten. Hij schrijft een diagnose op een briefje en zet daar een stempel op.

“Het grote probleem van deze mensen is dat ze nauwelijks medische ondersteuning krijgen”, legt hij uit. “Formeel hebben ze daar recht op. Gewone apothekers en dokters zijn niet happig om vluchtelingen te helpen. Ze zouden het geld voor de consulten en medicijnen moeten terugkrijgen van de staat. Ze weten dat dit niet gebeurt en laten daarom de vluchtelingen vooruitbetalen. De oude vrouw die hier net kwam heeft problemen met haar heup. Die foto is genomen in februari, sindsdien is er niets gebeurd.”

Zo'n zestig mensen verblijven in dit vluchtelingenkamp, dat voorheen onderdak bood aan de arbeiders van de petrochemische fabriek naast het kamp. Nu het embargo is verlicht, heeft de fabriek haar werkzaamheden hervat. De pijpen blazen vuur en een scherpe ammoniaklucht veroorzaakt vooral bij kinderen veel amdemhalingsproblemen. “De voornaamste klachten van de vluchtelingen zijn astma, gebrek aan vitaminen en ziektes als gevolg van de slechte hygiëne”, zegt dokter Milicevic.

Het leven in het kamp is saai. Kinderen rennen om de gebouwen, maar veel plek om te spelen is er niet. De mannen slenteren door het gebouw of liggen op bed. Een baan kunnen ze niet krijgen. Sommigen gaan in de stad illegaal auto's wassen of sigaretten verkopen. Vrouwen zijn in de weer met de was; sinds kort zijn er twee vrij modern ogende wasmachines. Eten krijgt iedereen maar éénmaal per dag.

Gezinnen hebben een eigen kamer, de rest verblijft met zo'n dertig man in één grote slaapzaal. De bedden staan tegen elkaar aan. De afscheiding wordt gevormd door kartonnen dozen; vaak het enige overgebleven bezit na de overhaaste vlucht precies een jaar geleden uit de Krajina, het gebied in Kroatië dat vooral Servische inwoners had. Van de in totaal 650 duizend vluchtelingen in Klein-Joegoslavië komt het overgrote deel hiervandaan.

Het Oecumenisch humanitair centrum heeft zich het lot van deze vluchtelingen aangetrokken. De organisatie streeft naar een samenleving waarin verschillen in nationaliteit, geloofsovertuiging en afkomst geen rol spelen. Begonnen als vredesinitiatief van vier bij de Wereldraad van kerken aangesloten geloofsgemeenschappen in 1993, is het centrum nu belangrijk voor de sociale, economische en humanitaire hulp voor de hele streek van de Vojvodina.

Behalve de mobiele medicijnbrigades heeft het centrum een eigen praktijk in Novi Sad, verzorgt het voedsel voor vluchtelingen en neemt het initiatieven die een oplossing voor het vluchtelingenvraagstuk dichterbij moeten brengen.

“Toen de oorlog in alle hevigheid was ontbrand, zijn we als kerkgemeenschappen in Novi Sad bij elkaar gekropen. In de Vojvodina hebben altijd veel verschillende etnische groeperingen en geloofsovertuigingen samengeleefd. Wij wilden dat vasthouden”, vertelt directeur dr Karoly Béres. Hij is een bekend theoloog en voormalig oprichter van de Hongaarse partij in de Vojvodina. Initiatiefnemers van het centrum waren methodisten, baptisten, gereformeerden en orthodoxen.

Béres: “We zijn begonnen met vredesdiensten, waar behalve de initiatiefnemers ook rooms-katholieken, joden en moslims aan deelnamen. De belangstelling was groot, hoewel de Servisch-orthodoxe kerk moeite had met de opzet. Elke week was het in een andere kerk en die mocht dan ook de dienst leiden.

Omdat er geen moskee is in Novi Sad, bood de reformatorische kerk aan, als thuisbasis te fungeren voor de imam, zodat ook hij voorganger zou kunnen zijn. De rabbi merkte toen op dat hij het in het buitenland moeilijk uit zou kunnen leggen dat hij in een christelijke kerk met een imam als voorganger aan een vredesdienst deelnam; en dat in Joegoslavië.''

Toen vorig jaar de enorme groep vluchtelingen naar de Vojvodina kwam, speelde het Oecumenisch humanitair centrum er snel op in. Met steun van oecumenische fondsen in Zwitserland kon een hulporganisatie worden opgezet die grotendeels draait op vrijwilligers. Het begon met de gaarkeuken, daarna kwam de medische, sociale en psychologische hulp en deze maand de mobiele brigade.

Karoly Béres wijst naar een hoeveelheid schoppen, harken en ander tuingereedschap. “Een gift uit Nederland. Van de Wilde ganzen. Daar gaan we volkstuintjes mee opzetten.”

Een belangrijke pijler van het centrum is de grote diversiteit van de vrijwilligers. Zowel in nationaliteit, als in geloofsovertuiging. Daarmee vervalt eveneens de grens tussen vluchteling en plaatselijke bevolking.

Béres: “Bij ons werken vluchtelingen net zo hard mee als de mensen van hier. Die contacten zijn enorm belangrijk om meer begrip voor elkaars situatie te krijgen.”

Dat er een zekere animositeit tussen beide groeperingen is, vindt Béres niet een typisch Joegoslavisch probleem.

“Overal waar ineens een half miljoen mensen binnenkomen, ontstaat angst voor de nieuwkomers. Bovendien zijn er tal van Kroaten die de Krajina tijdig hebben verlaten en met een grote auto rondrijden en een eigen huis hebben gekocht. Dat wekt jaloezie.”

Om die reden maakt het Oecumenisch centrum geen onderscheid meer in de hulpverlening tussen vluchtelingen en niet-vluchtelingen. Béres: “Onder de plaatselijke bevolking zijn eveneens schrijnende gevallen. Wie hulp nodig heeft, is welkom.”

Vorige week maakten de Servische president Milosevic en zijn Kroatische ambtgenoot Tudjman afspraken over terugkeer van vluchtelingen maar Kroatië. Maar bij het centrum geloven ze dat de toekomst van de vluchtelingen eerder in Servië ligt. De arts van het centrum in Novi Sad is zelf een vluchteling uit Tuzla; hij is er laatst voor het eerst weer gaan kijken. “Hoewel de stad niet echt verwoest is, was de sfeer er enorm veranderd. Als een kleine jongen liep ik huilend door mijn stad. In mijn huis wonen nu andere mensen die ook mijn spullen gebruiken.”

Béres: “Dat is overal zo. In Kroatië zijn mensen uit hun huis gezet. Dat huis zullen ze niet terugkrijgen. Bovendien zijn de mensen zeer argwanend. Ze vrezen gediscrimineerd te worden als ze teruggaan. De berichten van de tienduizend achtergebleven ouderen bieden weinig hoop dat het beter wordt.”

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden