Hardlopen is nutteloos maar waardevol

Deelnemers aan de marathon van Rotterdam rennen over de Erasmusbrug.Beeld ANP

Duizenden deelnemers staan vanochtend aan de start op de Coolsingel, klaar om de marathon van Rotterdam te lopen. Wat bezielt al die mensen om ruim tweeënveertig kilometer zo snel mogelijk af te willen leggen?

Filosoof Mark Rowlands excuseert zich, om vervolgens naar een hoek van de kamer te snellen. "Af, af!" roept hij. Tijdens het gesprek zal dit tafereel zich nog een aantal keer herhalen. Rowlands heeft sinds een paar weken een nieuwe pup in huis. Het jonge dier blaakt van energie en heeft een ongeremde kauwbehoefte. Naast elektriciteitskabels zijn de schoenen van Rowlands vrouw favoriet.

"Door een van zijn voorgangers ben ik met hardlopen begonnen", vertelt de filosoof uit Wales. "Dat was een wolfshond die nog veel energieker - en vernielzuchtiger - was. Alleen door hem geregeld uit te putten, was hij een beetje in toom te houden."

Aanvankelijk ging het Rowlands dus helemaal niet om het rennen an sich. "De activiteit was puur instrumenteel. Zo beginnen de meeste mensen. Het rennen is in eerste instantie niet een doel op zichzelf. Je wilt een gezond of slank lijf, een uitlaatklep voor stress, en zo kunnen er nog tal van redenen zijn."

Maar toen Rowlands hond ouder werd, kreeg het beest steeds minder puf. Intensief uitlaten hoefde niet meer. Toch bleef de Welshman, die werkt en woont in het Amerikaanse Miami, zijn rondjes lopen. Met of zonder hond. "Ik had op een gegeven moment geen echte reden meer nodig om mijn loopschoenen aan te trekken. Ik liep hard om het hardlopen."

In zijn boek 'Filosofie van de duurloop' stelt Rowlands dat het soms moeilijk is om met je ratio vast te stellen welke activiteiten op zichzelf waardevol zijn. Hij haalt in dit verband Plato aan. Die stelde dat we sommige aangeboren kennis tijdens onze jeugd verdringen. Volgens de Griekse wijsgeer is het zaak om die kennis opnieuw boven te halen. Rowlands: "Hardlopen is zo een manier van herinneren. Het is een manier waarop het lichaam zich herinnert wat de geest niet heeft kunnen onthouden."

Volgens Rowlands is het voor veel mensen maar moeilijk te bevatten dat een activiteit die op zichzelf nutteloos is, toch bijzonder waardevol kan zijn. "We leven in een tijd waarin alles wat we doen moet leiden tot iets anders. Alleen dan heeft een activiteit bestaansrecht. Maar duurlopen is voor mij intrinsiek waardevol. Mijn rennen dient geen enkel extern doel meer, zoals het in het begin nog wel deed."

Kanttekening

Sportfilosoof Jan Vorstenbosch wil wel een kritische kanttekening maken bij de stelling van Rowlands. Die ziet het nogal zwart-wit, meent hij. "Een activiteit kan natuurlijk zowel instrumenteel zijn, en tegelijkertijd intrinsiek waardevol. Dat onderscheid is niet zo scherp als Rowlands het doet voorkomen. Je kunt hardlopen om fit te blijven maar het tegelijkertijd prettig vinden om in de buitenlucht te zijn. Het één sluit het ander dus niet uit", meent Vorstenbosch.

"Mensen zijn verwant aan dieren", zegt de Tilburgse filosoof. "Dat idee vind je al terug bij onder meer Aristoteles. Enkel de rede onderscheidt ons van hen. Een hond heeft die bijvoorbeeld niet. Maar we zijn net zo goed actieve wezens. Beweging is heel natuurlijk voor ons en dat geldt zeker voor rennen. Dat hardlopen intrinsieke waarde heeft, is daar mee verbonden. Een mens die zijn mogelijkheden optimaal benut, in zowel geestelijk als lichamelijk opzicht, voelt zich goed en floreert."

Ook Rowlands denkt dat hardlopen natuurlijk is voor de mens. Hij beschrijft onze soort als een rennende aap. "Duurlopen is een van laatste avonturen die we nog kunnen beleven. Onze voorouders waren als jagers voortdurend aan het rennen. Zij hadden geen idee of al die lijfelijke actie iets zou opleveren, of ze een beest zouden vangen. Maar toch deden ze het. Marathonlopen is een vergelijkbare belevenis."

Als je een zittend beroep hebt, is het lichamelijke avontuur vaak ver te zoeken, zegt Vorstenbosch. "Maar er zijn ook mensen die juist denken dat onze soort dat hardlopen door de evolutie nu juist ontstegen is. Dat je nu beter met een biertje in een bruine kroeg kunt gaan zitten en je gedeisd houden. Tweeënveertig kilometer hardlopen vinden zij waanzin." Maar zinnig of niet, in het lopen van een marathon weerklinkt dus de voortgaande evolutie van de mens.

Daarnaast wijst Vorstenbosch op nog een ander lichamelijk proces dat verklaart waarom mensen ruim tweeënveertig kilometer hard willen lopen. "Als je lijf overvraagt wordt of pijn ervaart, maakt het endorfine aan. Dat is een automatische lichamelijke reactie, die alleen optreedt als je langer dan een uur rent." Dat runners high wekt een geluksgevoel op dat verslavend werkt. Het lichamelijk lijden wordt daardoor ineens de moeite waard. Bij het lopen van een korte afstand, heb je dit proces niet.

Geluksgevoel

Dat geluksgevoel wordt volgens de Tilburgse sportfilosoof ook door een ander mechanisme opgewekt. "In een sportactiviteit zit altijd een vorm van competitie, van strijd. Dat zie je uiteraard terug bij de professionele lopers die in Rotterdam starten. Maar ook de andere deelnemers doen niet mee voor spek en bonen. Zij lopen tegen de klok - ook competitief dus. Wijs mij één deelnemer aan die geen horloge om heeft tijdens de wedstrijd."

Die strijd richt zich volgens Vorstenbosch op de overwinning van allerlei opgeworpen obstakels. "Bij het lopen van een marathon is dat in ieder geval het eigen lichaam. Je moet je lijf overwinnen om de afstand te volbrengen." Een hardloper strijdt dus in eerste plaats tegen zichzelf. "Ten tweede kan een tegenstander ook een obstakel zijn. Je moet de ander verslaan om te overwinnen", zegt Vorstenbosch.

"Daarbij geldt dat hoe hoger de investering is die je moet doen om een obstakel te overwinnen, hoe groter het overwinningsgevoel wordt. De arbeid die je moet verrichten om een marathon te volbrengen is erg groot. Dat geldt zowel voor de activiteit zelf als voor de voorbereiding." Het overwinningsgevoel bij marathonlopen is dus groter dan bij sporten die een minder extreme investering eisen.

"Als je het radicaler stelt gaat marathonlopen daarmee over macht, over de beheersing van je eigen lichaam," zegt Vorstenbosch. "Volgens Nietzsche en Spinoza geeft zulke beheersing een gevoel van geluk. Bovendien is iedereen zich bewust van die uitzonderlijke prestatie. Het lopen van een marathon dwingt daardoor respect af."

"Dat verklaart dus ook waarom al die mensen ruim tweeënveertig kilometer rennen: het geeft ze gewoon een ontzettend lekker gevoel, na alle trainingsoffers die ze gebracht hebben. Dat krijg je maar van weinig andere activiteiten," besluit de filosoof.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden