Review

Hardlopen en tegelijk hongerlijden

Kjersti Scheen: 'Maanmeisje', vert. Emmy Weehuizen-Deelder, Lemniscaat, 157 p, ¿ 27,50, vanaf 12 jaar; Marijn Backer: 'Ik hou waar ik van hou', Piramide, 159 p, ¿ 24,90, vanaf 13 jaar.

Inlevingsvermogen 'Maanmeisje' van de Noorse schrijfster Kjersti Scheen is de nieuwste jeugdroman over een meisje met anorexia. Het boek werd in 1994 onder meer bekroond met de Literatuurprijs van het Noorse ministerie van cultuur. Het is inderdaad uitstekend geschreven, met een intensiteit en inlevingsvermogen die aan het werk van Cynthia Voigt doen denken. Hoofdpersoon is de veertienjarige Cindy. Ze heet eigenlijk Signe, maar ze heeft zichzelf als kind al naar een Cindy-pop (een soort Barbie) genoemd. Dit geeft al aan dat de schrijfster wel degelijk denkt in de termen van Naomi Wolf. Toch beschrijft ze Cindy's anorexia beslist niet puur vanuit een onbewuste overaanpassing aan door de mannenwereld gedicteerde schoonheidsnormen. Cindy is al een knap, populair meisje met een door haar zwemtraining mooi gestroomlijnd lichaam (dat door de zwemtrainer echter kritisch bekeken wordt op vet en spieren). Aanvankelijk lijkt haar anorexia uit liefdesverdriet voort te komen. Cindy wordt verliefd op Helge, een jongen uit een klas hoger dan zij. Ze krijgen een vreemd - en vervreemdend - soort relatie. 's Avonds ontmoeten ze elkaar buiten: een heel teder contact waarbij nauwelijks gesproken wordt. Overdag op school echter doet Helge alsof hij haar niet kent, maar hij kijkt wel steeds vanuit de verte op het schoolplein haar kant op. Cindy accepteert dit en leeft op een gegeven moment alleen nog maar voor hun geheime ontmoetingen 's avonds, en verwaarloost haar vriendinnen.

Dan, opeens, is Helge verdwenen. Zonder afscheid. Cindy kan dit niet verwerken; ze zinkt weg in een grijze wanhoop waarvan ze vooral niets wil laten merken. Ze gaat weer trainen: hardlopen. En tegelijkertijd hongerlijden. Alles om haar verdriet, kwetsbaarheid, en 'het duistere gevoel in haar zelf' te overwinnen, onder controle te krijgen. Ze triomfeert en wordt 'een dunne pilaar van wilskracht', die ouders, leraren en zelfs de schoolarts om de tuin leidt met haar slimme, herkenbare trucs om niet te hoeven eten.

Dit proces wordt zeer geloofwaardig beschreven: de innerlijke noodzaak om Helge te vergeten, het voor geen goud willen praten, en later het overvoorzichtige rekening houden met haar liefhebbende omgeving. Pas in de tweede helft van het boek valt het woord anorexia. De lezer heeft het allang begrepen, maar haar goedbedoelende ouders ontkennen het probleem zo lang mogelijk. Natuurlijk omdat het ook met hén en hun onderlinge relatie te maken heeft.

De zwakke kant van het verhaal ligt in de oplossing van Cindy's anorexia. De schrijfster legt alle heil bij de psychologe, Margrethe, bij wie Cindy ten slotte terechtkomt. Toegegeven, eindelijk durven praten en huilen lucht op. En Margrethe is breder geschoold dan alleen in de theorieën van Naomi Wolf. Ze laat Cindy haar zelfhaat ervaren en de moeite die ze heeft om haar eigen grenzen te bewaken, niet alleen naar Helge toe, maar ook, en allereerst, naar haar moeder. Maar het wordt een beetje veel: 'Margrethe zegt. . .'.

Ruziën Zwak uitgewerkt is ook Cindy's moeder, neergezet als een lieve maar ontevreden tiener met rimpels die nooit toegekomen is aan de studie die ze had willen doen, en op de achtergrond steeds daarover aan het ruziën is met haar vader. Achteraf blijkt de afhankelijkheid van de moeder mede bepalend voor de problemen van de dochter, maar in de loop van het verhaal wordt dat erg summier aangeduid, en lijkt het liefdesverdriet oorzaak van alles.

De schets van de relatie tussen Cindy en Helge, aanvankelijk erg onbevredigend, krijgt later echter veel meer perspectief, vooral door Helge's lied over het 'Maanmeisje', dat 's nachts steeds naar haar geliefde kwam en weer wegvluchtte. Dat beeld uit een Chinees sprookje, en Cindy's reactie daarop, zeggen meer over contact durven maken en tegelijkertijd grenzen bewaken dan de beste psycholoog dat kan.

Louche types Ook in 'Ik hou waar ik van hou' van Marijn Backer (40) spelen afhankelijkheid en het niet kunnen bewaken van eigen grenzen door een moeder en haar tienerdochter een negatieve rol. Maar hier leidt dit niet tot anorexia, maar tot een situatie waarbij beiden zich laten misbruiken en uitbuiten door louche types. Het verhaal wordt in de ik-vorm verteld door afwisselend Heleen (15) en haar broer Chris (14), die een hechte band hebben. Die opzet biedt de mogelijkheid tot fraaie perspectiefwisselingen, maar Backer heeft zijn verhaal zo vol gefrommeld met problemen, dat elke nuance doodgedrukt wordt. De ouders van Heleen en Chris zijn opeens gescheiden, en hebben elk in een vloek en een zucht een andere partner. Moeder valt om onnaspeurbare redenen op een ordinair, semicrimineel type en voor Heleen komt ook al zo'n dubieuze vriend uit de lucht vallen. Mishandeling, moord, milieuproblematiek en latente homoseksualiteit: het moet er allemaal in. Psychische ontwikkelingen gaan veel te snel en gevoelens worden niet uitgewerkt. Dat alles in een waarschijnlijk humoristisch bedoeld maar plat taalgebruik. Het is onbegrijpelijk dat Marijn Backer, die (samen met Inez van Eyck) een Zilveren Griffel kreeg voor 'Lieve engerd, de groetjes' (1992), en daarna de boeiende, authentieke jeugdroman 'Thuis niet thuis' (1994) schreef, zich nu zó vergaloppeert.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden