Harderwijk was vooral promotie-universiteit

HARDERWIJK - Onder de Nederlandse universiteiten was die van Harderwijk nooit een vooraanstaande. Er werd doorgaans meesmuilend gesproken over de Alma Mater van het Zuiderzeestadje. In Harderwijk was studeren nauwelijks een opgave en promoveren ging er al helemaal op z'n janboerenfluitjes, suggereerden andere universiteiten.

HARO HIELKEMA

Hét spotrijmpje was: 'Harderwijk is een stad van negotie, men verkoopt er bokking, blauwbessen en bullen van promotie.' Dat imago achtervolgt de academie zelfs nóg, nu Harderwijk de 350e geboortedag van het instituut herdenkt. Het jubileumboek, dat eind oktober uitkomt, heet 'Een onderschatte universiteit' en ook de tentoonstelling in het Veluws Museum in Harderwijk draagt dat wat verongelijkte opschrift.

Ruim anderhalve eeuw na de oprichting van de Gelderse Academie in Harderwijk werden de deuren door het Franse regime in 1811 gesloten. Een commissie die het onderwijs in de Nederlanden moest onderzoeken, had wel gunstig naar Parijs gerapporteerd. Toch werd de hogeschool opgeheven, net als die in Franeker.

Harderwijk heeft er altijd wat bijgebungeld, geeft de historicus W. Frijhoff in het voorwoord van het jubileumboek toe. Harderwijk had nooit meer dan 100 studenten per jaar, waar Leiden er in z'n bloeitijd over de 1000 telde. De universiteit heeft in het stadsleven ook nooit zo'n bepalende rol gespeeld als elders. Het stadsbestuur was ongelukkig met de opheffing. Harderwijk zou in een vissersdorp veranderen, was de angst. Economisch gezien was de sluiting inderdaad een ramp. Wel kreeg Harderwijk in 1814 het Koloniale Werfdepot, dat militairen voor Nederlands-Indië recruteerde en opleidde. Maar het was een troostprijs.

Het was een kwestie van prestige dat Harderwijk in 1648 een universiteit kreeg. Holland, Friesland, Groningen en Utrecht hadden er al eentje en dus kon het Gelderse niet achterblijven. Een universiteit gaf aanzien, meenden de staten. Nijmegen was niet gecharmeerd met Harderwijk als vestigingsplaats, maar de Gelderse Academie kwam er toch. Op 12 april werd die ingewijd met een optocht van deftige heren door de stad, een kerkdienst in de kapel van het voormalige St. Catharinaklooster en een maaltijd. De kapel werd academiegebouw. In het kleine koor werden de anatomielessen gegeven, in de grote ruimte theologie, in de bovenzaal recht, medische wetenschap en wijsbegeerte en in de kelder kwam een bibliotheek.

De kwartieren van Gelderland zouden de academie financieren, maar meteen waren er al problemen. Nijmegen weigerde te betalen en stichtte een eigen opleiding met promotierecht. Ook Zutphen was niet altijd even scheutig. Mede dankzij de toestroom van buitenlandse studenten (Duitsers, maar ook Hongaren en Zweden) hield Harderwijk het vol, maar geldgebrek heeft de universiteit steeds parten gespeeld. Dat werd in 1672 (Rampjaar) alleen maar erger, toen de Fransen grote delen van de Nederlanden bezetten en de overheden hun geld liever in de verdediging dan in de academie staken.

Geldgebrek betekende voor Harderwijk dat het zijn spraakmakendste hoogleraren vaak maar kort kon houden. Vooral Leiden en Utrecht lokten de talenten snel weg. Soms moesten ze maanden op hun tractement wachten. Dat er toch docenten bleven, kwam door hun nevenfuncties. Zo kluste de hoogleraar theologie bij als academiepredikant en was de medische prof ook stadsarts.

Harderwijk was doorgangsplaats, vat directeur W. Lodewijk van het Veluws Museum de zaak samen. Toch werden studenten aangetrokken en niet de minste. Een van hen was Linnaeus, de Zweed die later wereldfaam kreeg vanwege de ordening en naamgeving van plantensoorten. Een ander was de student medicijnen Boerhaave, naderhand als hoogleraar zo beroemd, dat een brief met het adres 'Aan professor Boerhaave, Europa' goed werd bezorgd. Ook de dichter Staring en de staatsman Daendels promoveerden er.

Harderwijk was meer een promotie- dan een studie-academie. Zeker de helft van de studenten haalde er zijn doctorstitel. Dat had te maken met de snelheid waarmee dat kon. De meeste studenten hadden hun bul binnen een maand, Linnaeus zelfs binnen een week. Hij kwam op maandag in Harderwijk, leverde zijn proefschrift in en wachtte in een logement tot hij het (Latijnse) werk op vrijdag kon verdedigen. Daarna vertrok hij spoorslags naar Amsterdam.

Het was er niet alleen snel, het was er ook goedkoop. De universiteit had meestal maar acht hoogleraren. Bij het promotiediner hoefde men dan op veel minder profs en vrienden te rekenen dan elders. In elk geval studeerde de Leidse domineeszoon Herman Boerhaave er om die reden af.

Er zijn nog gebouwen die herinneren aan de universiteit. In de St. Catharinakapel zit nu een creatief centrum, de professorenwoningen herbergen het Riagg. Het Linnaeustorentje, gevangenis voor studenten die te diep in het glaasje hadden gekeken en bij vechtpartijen waren betrokken, staat in de academiewijk. Als de weledelgeboren heren het érg bont hadden gemaakt, werden ze in een juten zak aan een stok van de toren gehangen. De anatomiehuisjes, waar de hoogleraar met zijn studenten sectie verrichtten (meestal op geëxecuteerde misdadigers) zijn jongerencentrum.

De studenten woonden verspreid. Op de tentoonstelling wordt duidelijk dat zij nogal eens voor overlast zorgden. Knokpartijen waren regel en liepen niet zelden uit op een duel. Ook ruitentikken was populair, evenals kippendiefstal, die in studententaal eindigden in de 'kippenpromotie': het opeten ervan.

Uiteindelijk telde de universiteit 2000 promovendi. Er zijn zo'n 120 hoogleraren geweest, onder wie de medici De Gorter en Bleuland, de historicus Pontanus, de rechtsgeleerde Kemper en de plantkundige Reinward. De Gorter bracht het in 1754 tot lijfarts van tsarina Elisabeth.

De ondergang tekende zich al af eind 18e eeuw, toen de meeste professoren patriotten werden. Het leidde tot felle reacties van de orangisten. De komst van de Fransen in 1795 gaf de genadeklap: professoren en studenten ontvluchtten de stad en uiteindelijk bleek er in de eenheidsstaat van de Franse keizer geen plaats meer voor de kleine academie.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden