Harde taal

De gedwongen noodlanding van een Amerikaans spionagevliegtuig op Chinese bodem mag dan vooralsnog een incident heten, hij staat symbool voor de nieuwe buitenlandse politiek van George W. Bush. Een analyse van het Amerikaanse 'conflictbeleid', en berichten uit Washington en Peking.

Het is lastig een lijn te ontdekken in het Amerikaanse buitenlandse beleid van de regering van president George W. Bush. Maar het lijkt wel alsof de nieuwe regering haar 'hardheid' wil bewijzen en die lijn vooral bestaat in het afbreken van het beleid van haar Democratische voorganger, president Bill Clinton.

Waar Clinton via zorgvuldige diplomatie goede relaties probeerde op te bouwen en te handhaven met de belangrijkste spelers op het wereldtoneel, lijkt de regering-Bush er vrij snel in geslaagd vele van deze spelers tegen zich in het harnas te jagen. De relaties met het Rusland van president Vladimir Poetin zijn danig bekoeld. Washington heeft recent aangekondigd dat maar liefst vijftig Russische diplomaten het land wegens spionage moeten verlaten en dat doet sterk denken aan dieptepunten in de Koude Oorlog. De uitzetting heeft te maken met de Russische levering van wapens en nucleair materieel aan Iran. Clinton poogde dat via diplomatie te voorkomen, maar de regering-Bush koos al snel voor de beschuldiging dat Rusland actief meewerkte aan de proliferatie van kernwapens. Anderzijds zegt de regering serieus met Rusland over een gezamenlijk raketschild te willen praten en hoopt de regering met Iran beter betrekkingen te kunnen bereiken.

De Zuid-Koreaanse president Kim Dae Jung, bezig met het opbouwen van betere betrekkingen met de noorderbuur Noord-Korea en daarin hartelijk gesteund door Clinton, kwam bij Bush van een tamelijk koude kermis thuis toen deze liet weten dat zogenaamde 'zonneschijn-offensief' wel aardig te vinden, maar de Noord-Koreaanse president Kim Jong-il voor geen cent te vertrouwen. Waar Clinton overwoog Noord-Korea te bezoeken, heet het in de regering van Bush weer een 'schurkenstaat'.

Waar Clinton zich tot het uiterste bemoeide met het vredesproces tussen Palestijnen en Israël en daarbij Israëls premier Ehoed Barak tot verregaande concessies had verleid, liet Bush aan Israëls nieuwe premier Ariel Sjaron weten 'achter' het vredesproces te staan maar een oplossing vooral niet te zullen forceren. Met andere woorden: er zich zo weinig mogelijk mee te zullen bemoeien. Anderzijds krijgt de Egyptische president Hosni Moebarak te horen dat Bush een actieve rol wil spelen in het vredesproces.

Tenslotte China. Natuurlijk had Clinton en zijn regering de nodige aanvaringen met de Chinese leiders over schendingen van de rechten van de mens en gruwde China van Amerika's bescherming van Taiwan. Toch zag Clinton in de Chinese Volksrepubliek een 'strategische partner', met wie overeenstemming gezocht moest worden en die in de Wereldhandelsorganisatie WTO opgenomen diende te worden. De regering-Bush liet al snel weten in China een 'strategische concurrent' te zien, die ook nog eens het verderfelijke Irak van wapens en militaire technologie voorzag. Hoewel zowel China als de VS geen belang hebben bij grote conflicten (het Amerikaanse bedrijfsleven zeker niet), zijn de relaties tussen beide landen verstoord en ongetwijfeld heeft dat bijgedragen tot de confronterende manier waarop nu het incident met het Amerikaanse verkenningsvliegtuig wordt afgewikkeld.

Ruzie, conflict en confrontatie. Ruzie zelfs met China en Rusland tegelijk. Waardoor deze landen in elkaars armen gedreven kunnen worden. Wat is dat voor team dat in Amerika het buitenlandse beleid bepaalt? Want president Bush doet dat niet zelf, daar heeft hij hooggekwalificeerde mensen voor aangetrokken.

De ellende is, schrijft Edward Luttwak in de Los Angeles Times, dat er geen team is. Er zijn slechts zeer ervaren eenlingen die stuk voor stuk een effectief buitenlands beleid op poten zouden kunnen zetten als ze daar de kans toe kregen. Het team bestaat uit vice-president Dick Cheney, minister van defensie Donald Rumsfeld, minister van buitenlandse zaken Colin Powell en nationaal veiligheidsadivseur Condoleeza Rice. Alle vier hebben ze een staat van dienst die slechts geëvenaard wordt door het ego dat ze er op nahouden. Maar zij zijn het zeker niet altijd eens, waarbij Powell de gematigde en diplomatieke man is, Rumsfeld de havik, en Rice wordt gemangeld tussen Powell en de machtige Cheney, steun zoekt bij Rumsfeld en zich meer en meer als havik gaat gedragen. 'Realisme' is haar hartekreet tegenwoordig, zegt Luttwak, een term die vooral in de Koude Oorlog werd gebruikt.

In dit illustere gezelschap zou de president, George W. Bush, als leider van het team, de doorslag moeten geven. Maar Bush is op buitenlands gebied een passieve president die het beleid met liefde overlaat aan zijn zo hoog geprezen team.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden