HARDDRUGS AAN ZEE

Kinderen van twaalf jaar verslaafd aan de heroïne, jongeren die stoned in de schoolbanken zitten, een klasgenootje dat dealt op het schoolplein om in zijn gebruik te voorzien. Tot voor kort waren het alleen maar verhalen, maar inmiddels heeft Katwijk aan Zee geleerd wat drugs zijn. Er wordt zelfs gedacht aan drugsvoorlichting tijdens catechisatie.

Met een inwonertal van meer dan 40 000 en nauwelijks werkloosheid zijn het de hechte familiebanden die de mentaliteit bepalen. Over problemen wordt thuis niet gepraat, zeker niet als de man des huizes aanwezig is. “Als mijn vader van zee terugkeert is hij moe. Dan hangt hij de hele avond op de bank voor de televisie met een fles bier. Dan hoef ik hem echt niet aan te spreken. Voor ik het weet heb ik een dreun voor m'n harses”, vertelt een scholier van een jaar of vijftien.

De rust is schijn. Het drugsgebruik onder jongeren is zorgelijk. Het zijn niet alleen softdrugs, Katwijk heeft ook een harde kern van harddrugsgebruikers. RPF-wethouder en huisarts J. H. ten Hove weet uit ervaring te vertellen over gezinnen die verscheurd worden door drugs. Het heeft lang geduurd voordat Katwijk het onder ogen wilde zien, geeft hij toe. “Katwijk wordt vaak gezien als vriendelijk klein plaatsje. Ten eerste zijn we geen klein dorpje en ten tweede liggen we onder de rook van Leiden en Den Haag. De problemen gaan heus niet aan ons voorbij”, zegt de wethouder.

De dorpsbewoners steken hun problemen al lang niet meer onder stoelen of banken. “Het is vaak genoeg het gesprek van de dag”, vertelt een moeder van twee jonge kinderen. Ze maakt zich zorgen over de toekomst. Op de middelbare school wordt regelmatig drugs aangeboden, weet ze. “Ik vraag me angstig af hoe ik kan voorkomen dat ze gaan experimenteren met die troep.”

Volgens een groepje jongeren van een jaar of veertien op het parkeerterrein van de plaatselijke supermarkt wordt er veel te hysterisch gedaan over een beetje wiet. “Als je hier een joint opsteekt, ben je gelijk een junk”, zegt een van hen. Een joint gaat rond.

Katwijkse jongeren hoef je niets te leren over nederwiet en maroc. Een coffeeshop is er niet, maar er zijn mogelijkheden genoeg om aan drugs te komen. Er is een tiental dealers en er zijn zelfs besteldiensten, soft- en harddrugs, die opgeroepen kunnen worden via een 06-lijn, tweeëneenhalve gulden voorrijkosten. En als ze zeker willen zijn van goede kwaliteit, is een ritje naar Leiden geen bezwaar. De jongeren willen ook geen coffeeshop. “Dan staat straks mijn moeder voor het raam te kijken of ik binnen zit.”

Als het aan wethouder Ten Hove ligt, hoeven de jongeren zich daar niet druk om te maken. Die coffeeshop komt er niet. “Het landelijk beleid is erop gericht, met coffeeshops een scheiding aan te brengen tussen hard- en softdrugs. Ik pleit voor een stevige aanpak van zowel soft- als harddrugs. Ik wil niets weten van gedogen, ook niet van softdrugs.”

Volgens landelijke onderzoeken stijgt de gemiddelde leeftijd van de heroïnegebruiker in Nederland. Dat zou betekenen dat er minder jeugdigen bij komen. Jongeren zouden het veel meer zoeken in softdrugs en XTC. Politiechef Kees de Koning heeft het opvallend genoeg over honderd tot tweehonderd jeugdige harddrugsverslaafden in Katwijk. “De heroïneverslaafde is hier niet ouder dan 28 jaar.”

Verslaafde Sjaak is 26 jaar. Nog niet zo lang geleden kwam hij helemaal clean uit de gevangenis. Nu haalt hij een keer per week zijn methadon bij het consultatiebureau in Leiden en zijn dagelijkse Chineesje (heroïne) heeft hij net achter de kiezen. Hij heeft het volgens eigen zeggen aardig onder controle. Volgens Sjaak kwam de heroïne in de jaren tachtig met bakken Katwijk binnen. “De hippietijd hebben we hier overgeslagen. Daarom zijn de meeste heroïneverslaafden van mijn leeftijd. Ze worden zelfs steeds jonger. Ik kom kinderen van twaalf tegen bij de dealer.”

Volgens Katwijkse jongerenwerkers loopt het gebruik van soft- en harddrugs duidelijk in elkaar over. “Als je op een zomeravond hier rondloopt, vind je zo honderd tot honderdvijftig jongeren die rondhangen op pleintjes en in de duinen”, vertelt Dick Barnhoorn. Hij is bloemenverkoper in Aalsmeer en in zijn vrije tijd jongerenwerker bij een christelijke jongerenvereniging. Hij maakt deel uit van een straatteam dat enkele avonden per week op zoek gaat naar jeugd die dreigt af te glijden. Verhalen heeft hij zat, van jonge kinderen die in de duinen zitten te Chinezen tot zelfmoordpogingen. “Ik heb ze gezien hoor, kinderen van twaalf jaar en verslaafd aan de heroïne. De jongeren experimenteren bij het leven, ze willen alles proberen.” Na de verhalen over de avonden in de duinen denkt hij even na en zegt dan: “Je moet nu niet de indruk krijgen dat Katwijk een narco-dorp is. Ik denk dat het in andere steden en dorpen niet anders is.”

Maar dat er in Katwijk overmatig drugs gebruikt worden is zeker, en dat het niet van gisteren is, is ook duidelijk. De eerste die de knuppel in het hoenderhok gooide, was in 1987 commissaris van politie Peter de Jong. Hij verweet het gemeentebestuur laksheid en noemde daarbij een getal van 500 regelmatige gebruikers van cocaïne. De gemeenteraad schoof de opmerkingen terzijde. Maar voor Joop Burgerhout, voormalig medewerker van het Jongeren adviescentrum (Jac) was het aanleiding om zijn dossiers open te slaan op zoek naar gebruikers. Hij haalde een getal van 225 verslaafden boven tafel. Oud nieuws, zei het gemeentebestuur en wees naar de plannen van het Consultatiebureau voor Alcohol en Drugs in Leiden en Den Haag dat een kantoor wilde openen in Katwijk.

Het kantoor is er nooit gekomen, maar de beer was los. Straathoekwerker Marcel van Tol brak een lans voor meer jeugdzorg en kwam met verhalen van zeer jeugdige gebruikers. Ook huisarts Hans Moolenburgh sprong op de bres. Hij werd in zijn praktijk steeds vaker geconfronteerd met drugsgebruikers. “Ik wist toen nog niets van de omvang. De jongerenwerkers hebben het laten zien; zij hebben mij met de straat geconfronteerd. Ik ben me rot geschrokken.”

Marcel van Tol en Joop Burgerhout waren de aanjagers van het Platform Verslavingszorg Katwijk. In het platform zijn jeugdwerk, GGD, verslavingszorg, politie en de gemeente vertegenwoordigd. Huisarts Moolenburgh is de voorzitter. Door het platform bruist het nu van activiteiten in Katwijk: voorlichting op school en in de christelijke jongerensoos, zelfhulpgroepen voor ouders van harddrugverslaafden, cursussen in het herkennen en begeleiden van jongeren met overmatig drugsgebruik, bijeenkomsten voor ouders in de kerk en het kerkelijk initiatief De Brug, een inloophuis voor harddrugsverslaafden.

Dominee Glashouwer stond aan de wieg van De Brug. Het inloophuis is alleen 's middags open en werkt nauw samen met het Evangelisch centrum voor verslaafden De Hoop in Dordrecht. “Eens in de week houdt een psychologe van De Hoop spreekuur bij De Brug voor verslaafden en ouders van verslaafden. Nu zijn we aan het kijken of er een 24-uurs opvang mogelijk is.”

Tijdens huisbezoeken kwam dominee Glashouwer regelmatig problemen met drugs tegen in zijn gemeente. Maar door zijn onwetendheid moest hij toch eerst aangespoord worden door Moolenburgh voordat hij iets ondernam. “Eigenlijk wisten we het allemaal. Het was een soort stilzwijgende erkenning. Katwijkers zijn hardwerkende mensen, die in het weekend van pretmaken weten. Drank is een onderdeel van het leven hier, drugs is een heel ander verhaal. Ik weet niets van drugs en daar ben ik niet alleen in. Ik weet alleen dat het lichaamsvernietigend werkt”, vertelt Glashouwer. Voorlichting vindt hij dan ook heel belangrijk. Hij pusht zijn collega's om voorlichting te geven tijdens catechisatie.

In opdracht van het platform deed anderhalf jaar geleden de Rijksuniversiteit Leiden een onderzoekje naar de verslavingsproblematiek onder jongeren van 10 tot 21 jaar. Het onderzoek maakt een schatting van vijf- tot zeshonderd heroïnegebruikers, van wie er honderd jonger zijn dan 21 jaar. Daarmee zou het heroïnegebruik in Katwijk wel ruim twee keer zo hoog zijn als het landelijk gemiddelde. Moolenburgh vindt dat het “een stuk genuanceerder” ligt. “Maar het onderzoek heeft wel zijn doel bereikt. We hebben de hele boel wakker getoeterd.”

Joop Burgerhout vindt dat de gemeente nog veel te weinig initiatief toont. “Nu wordt er dan eindelijk voorlichting op school gegeven, maar wat betreft hulp voor de jeugd op straat, daar staan jongerenwerker Marcel Van Tol en een handvol vrijwilligers toch echt alleen voor. Zeker nu de subsidie aan het Jac is stopgezet.” Hij beschuldigt de christelijke bestuurders van conservatisme. “Ze zeggen wel dat ze de problemen erkennen, maar in de praktijk blijkt daar niet veel van.” Burgerhout heeft zich altijd hard gemaakt voor meer jeugdzorg. Zijn Jac-onderzoek naar het drugsgebruik in Katwijk heeft een bijdrage geleverd, maar een onderzoekje naar incestmeldingen in Katwijk kostte hem zijn baan. Zijn rapportage lekte uit naar de pers en Burgerhout werd ontslag aangezegd omdat hij zijn beroepsgeheim geschonden had. “Als je weet dat het Jac in Katwijk toen, naar aantal bezoekende jongeren, groter was dan het Jac in Leiden, dan mag je je toch wel afvragen of er niet iets aan de hand is met de jongeren in Katwijk.”

Marcel van Tol werkt nu als jongerenwerker bij het niet-christelijke jongerencentrum Scum. Zijn jongeren haalt hij van de straat, hij organiseert feesten en vakanties voor ze en geeft ze een taak in het clubhuis. Voor de jongeren die helemaal dreigen weg te zakken, heeft hij een aantal survivaltochten georganiseerd. Ook Van Tol ziet dat jongeren steeds vroeger drugs gaan gebruiken. “Je moet ze heel goed in de gaten houden, maar het verbieden kan ik ze niet. Als ik dat wel doe, ben ik ze kwijt.”

Verscholen in de duinen kan er achter het gebouw van Scum rustig een jointje worden opgestoken. Veel jongeren die in het jongerencentrum komen, zijn niet meer welkom in de christelijke sociëteiten in het dorp. “Als ze ook maar denken dat je hasj rookt, kom je er niet meer in”, vertelt een van hen. “Met dat christelijke gedoe wil ik niets te maken hebben.” Ze worden thuis al genoeg geconfronteerd met de kerk, is hun verhaal. Desondanks denkt geen enkele jongere erover Katwijk te verruilen voor de grote, anonieme stad. Ze hebben het prima naar de zin in hun geboorteplaats, laten ze zelf weten.

Of ze wel eens het straatteam van Dick Barnhoorn hebben ontmoet? “Ja”, zegt een meisje. “De sukkels, ze vertellen dat als je een stickie rookt, je binnen de kortste keren aan de harddrugs zit. Ze weten niet waar ze het over hebben.”

Ook Van Tol vindt het straatteam wel een beetje naief. “Je kunt jongeren niet benaderen door ze enkel op de gevaren te wijzen. Je moet ze iets te bieden hebben.”

Dick Barnhoorn denkt helemaal niet dat hij naief bezig is met zijn straatteams. “Ik wil ze zo goed mogelijk voorlichten. Ouders hebben vaak een schrikreactie als het over drugs gaat. Het is vies en gevaarlijk, zeggen ze dan. Als hun kinderen het dan toch een keer proberen, en ze vinden het lekker, luisteren ze helemaal niet meer naar hun ouders.” Drugs zijn lekker, maar gevaarlijk, is dus het verhaal. Al weet hij niet uit ervaring wat er lekker aan is. “Softdrugs zijn ook verslavend en leggen een basis om verder te experimenteren”, waarschuwt hij.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden