Hard werken, maar geen slavernij (opinie)

De nazaten van de 34.000 Hindoestaanse contractarbeiders in Suriname schieten niets op met excuses.

Als tweede generatie Hindoestaanse in Nederland ben ik opgegroeid met opa’s en oma’s die vertelden over de eerste contractarbeiders in Suriname, afkomstig uit India. Vol afgrijzen luisterde ik naar de verhalen over de zware lijfstraffen voor de contractarbeiders, in opdracht van Nederlandse plantage-eigenaren. Bijzonder onder de indruk was ik van de fysieke gesteldheid en het doorzettingsvermogen van mijn voorouders. Iedere keer besefte ik dan vol trots dat ik van deze sterke mensen afstam.

Romantisch zijn de verhalen over mijn Adja (opa), die in zijn jonge jaren als militair (ook in WOII), mijn Adjie (oma) leerde kennen in Paramaribo. Na hun trouwen, in het district Nickerie, werkte mijn Adja zich op tot een bekende verkoper. Mijn vader, een van tien kinderen, kon hilarisch vertellen hoe hij door de polders van Nickerie scheurde op zijn motor –met mijn Adjie achterop.

Mijn ouders liepen als kind dagelijks kilometers in de brandende zon naar school. Bij thuiskomst moesten zij werken op het land, en daarna huiswerk maken bij kaarslicht. Toen ze migreerden naar Nederland gaven zij ons de boodschap mee van de eerdere generaties: dat je door hard werken steeds hogerop kan komen en met doorzettingsvermogen alles kan bereiken wat je wil. Dit heeft mijn identiteit verrijkt en wellicht ben ik zo zelfs behoed voor een problematische identiteitsbeleving.

Aan dat alles moest ik denken bij het artikel ’Ook Hindoestanen zitten met pijnlijk verleden’, van Sharmila Badloe (Podium, 20 mei). Zij stelt dat de contractarbeid in feite ’verkapte slavernij’ is geweest. Als er discussie is of premier Balkenende alsnog excuses moet aanbieden voor de ’gewone’ slavernij, moet het dan ook niet gaan over de contractarbeid?

Ook Badloe legde de link met de identiteit van Hindoestaanse jongeren in Nederland. „Weten wie je bent, waar je vandaan komt en waar je bij hoort geeft de zekerheid om met beide benen in de maatschappij te staan”, schreef ze, terecht.

Gelukkig zijn er al initiatieven ondernomen om de geschiedenis te bewaren; het Sarnamihuis in Den Haag, het Sarnami-Nederlands woordenboek. Maar er moet nog hard gewerkt worden aan meer bekendheid van de Hindoestaanse geschiedenis. Die is immers onderdeel van de Nederlandse geschiedenis.

Dat is wat anders dan de vraag of er excuses voor de contractarbeid moeten komen. Ik zie er geen toegevoegde waarde in. Het was niet hetzelfde als slavernij.

Hindoestanen in Nederland zijn afstammelingen van de ruim 34.000 Brits-Indische contractarbeiders die vanaf 1873 naar Suriname migreerden. Na de afschaffing van de slavernij was er een dringend tekort aan arbeidskrachten op de plantages. Nederland tekende met de Brits-Indische regering een immigratietraktaat. De contractarbeiders moesten inderdaad bijzonder hard werken onder slechte en soms schrijnende omstandigheden. Toch waren zij geen slaven. Dit verschil ontstond onder andere doordat de Britse regering een ’protector of immigrants’ aanstelde. Toen in het eerste jaar bijna 20 procent van de immigranten stierf en de opvang onder de maat bleef, schortte de Britse regering zelfs tijdelijk het immigratietraktaat op. Eerst moest er betere geneeskundige hulp komen.

Het klopt, plantage-eigenaren konden naar willekeur zware (lijf)straffen opleggen. Maar ze waren niet het bezit van de plantage-eigenaar. Het contract dat door de Brits-Indiërs ondertekend werd duurde vijf jaar (in andere Britse en Franse koloniën was dit zelfs tien jaar). De arbeider kreeg loon en had recht op een gratis terugtocht naar India. Na werktijd, op zondag en op Hindoe- en moslimfeestdagen was hij vrij. Het leven van de contractarbeiders was zwaar, maar het waren vrije mensen vol dromen en plannen.

Belangrijker dan een spijtbetuiging is dat de geschiedenis van de Hindoestanen meer gewicht en bekendheid krijgt in Nederland. De kennis hierover is beperkt, terwijl deze periode een belangrijk onderdeel uitmaakt van zowel de Surinaamse als de Nederlandse geschiedenis.

Kennis doet recht aan het harde werk van de contractarbeiders. En aan alles wat ze voor latere generaties hebben opgebouwd.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden