Hard leren voor de toekomst

Bijna niets herinneren oud-leerlingen van het Joods Lyceum in Den Haag zich van de invallen in de klas. De school bestond maar anderhalf jaar, van 1941 tot 1943. Nederlandse politieagenten haalden leerlingen weg, vooor deportatie. Het kostte historica Wally de Lang moeite om de verhalen los te krijgen. Wie ze leest begrijpt waarom.

,,Ik probeer bij mijn verleden te komen maar het lukt niet'', zegt Ralph Italie, bankier in ruste uit New Jersey. En oud-leerling van het Joods Lyceum in de Haagse wijk Transvaal, dat anderhalf jaar heeft bestaan en waar van oktober 1941 tot april 1943 een gestaag afnemend aantal Joodse middelbare scholieren in Den Haag onderwijs kreeg. Omdat andere scholen voor hen verboden waren.

Ralph doet zijn best. De volgende dag is in de bibliotheek aan het Spui de aanbieding van het boek 'Slotakkoord der kinderjaren', van de historica Wally de Lang, een geschiedenis van de school. Ralph is er speciaal voor overgekomen. Hij vecht met het onwillige archief in zijn hoofd, wordt soms emotioneel, maar veel kan hij niet zeggen over de school. ,,Ik herinner me die reusachtige kolenkachels'', zegt hij. En dan komt er toch nog iets. Direct verband met de school heeft het niet maar het was wel in die tijd, zijn bar mitzwa, de rituele afsluiting van de kindertijd. De ster was net ingevoerd. Moeder haalde een enorm kaaswiel uit de kelder, nog van voor de oorlog. Groot feest dus. ,,Een hoogtepunt in een dieptepunt'', zegt Ralph.

Over andere onderwerpen praat hij vlotter, zelfs Theresienstadt, waar in mei 1945 de Russen zijn ouders en hem bevrijdden. Hij legt uit waarom hij in 1947 naar de VS is geëmigreerd. ,,Ik vond Nederland te klein, fysiek maar ook mentaal'', zegt hij. Het komt er wat schokkerig uit, zoals veel van wat hij zegt. We voeren het gesprek op het terras van een motel in Wassenaar. ,,Nederland is nog steeds koloniaal'', zegt hij ineens. ,,Je komt het ook hier in dit motel tegen, die mentaliteit, dat soort mensen. Amerika is informeel, dat ligt me beter.''

Wally de Lang botste geregeld op het probleem dat zich voordoet in het gesprek met Ralph. Oud-leerlingen vertellen boekenkasten vol verhalen. Maar over de school weten ze minder. De interesse is er wel. Er hebben mensen geweigerd te komen, ze vonden het te pijnlijk, maar bij de boekpresentatie zijn toch 35 oud-leerlingen aanwezig. Velen zijn uit Israël en Amerika overgekomen, al dan niet met aanhang. Ze denken dat andere, ingrijpender ervaringen de school (het gebouw is afgebroken) hebben weggedrukt. Toch moet ook die schoolperiode diepe sporen hebben nagelaten. De Duitsers trekken juist dan het wurgkoord aan. Steeds verder raken de Joodse kinderen geïsoleerd. Met niet-Joodse vrienden mogen ze niet meer omgaan, geen club komen ze meer binnen, zwembaden, parken en tal van straten zijn niet toegankelijk. De lijst van verboden wordt ellenlang. Het bestaan wordt even saai als bedreigend. In 1942 beginnen Nederlandse agenten kinderen uit de lessen te halen, voor deportatie.

Het Fisherlyceum gaat open in oktober 1941. In het eerste jaar na de Duitse bezetting blijven Joodse kinderen naar hun oude scholen gaan, daarna verbieden de Duitsers dat. Joodse leraren krijgen ontslag. Ambtenaren en ook de Joodse raad verrichten een herculische inspanning om onderwijs mogelijk te maken voor Joodse scholieren. Ruim 200 leerlingen melden zich bij de nieuwe school in de Fisherstraat in de arme wijk Transvaal, nu Fischerstraat. Een opmerkelijke plek want in het Den Haag van die tijd komen middelbare scholen alleen in 'betere' buurten voor. De leerlingen moeten lange afstanden lopen, ook omdat de tram verboden is. Een flinke groep komt uit Scheveningen, waar dan nog een bloeiende Joodse gemeenschap is, met veel immigranten uit Oost-Europa. In sommige gezinnen is Hebreeuws de voertaal. In Scheveningen zijn ook de eerste razzia's.

Twee jaar geleden kregen een paar oud-leerlingen het idee om een boek uit te geven over het Joods Lyceum, nadat er in het Nieuw Israëlietisch Weekblad een foto was afgedrukt van een eindexamenklas uit 1942. Een belangrijke rol speelde Rolf Nihom, oud-wiskundeleraar aan het Haagse Vrijzinnig Christelijk Lyceum (VCL). Nihom en zijn vrouw woonden voor de oorlog in Scheveningen en keerden daar in 1959 terug. Nihom komt oorspronkelijk uit Winterswijk. In 1942 doet hij op het Joods Lyceum eindexamen HBS, weet niet wie Beethoven was en redt zich eruit met de opmerking dat hij in een dorp is opgegroeid, zonder symfonieorkesten.

Twee jaar geleden plaatste Nihom een oproep aan oud-leerlingen in een tijdschrift voor Nederlandse immigranten in Israël. ,,Ik voel me geweldig'', zegt hij een paar dagen na de presentatie. ,,Er is recht gedaan aan de leerlingen, die het niet hebben overleefd.'' Bij de voorbereiding maakt hij gebruik van de diensten van oud-leerlingen van het VCL. Ook krijgt hij alle medewerking van het gemeentearchief. Via via komt hij in contact met Wally de Lang. Wally is niet Joods, ook niet Haags. Ze komt uit Amsterdam en raakte in Joodse geschiedenis geïnteresseerd door de verhalen over de razzia's en deportaties, die haar vader vertelde, als ze bij Artis wandelden.

De emotie van het boek hult zich in nuchtere feitelijkheid. Een belangrijke bron is een dagboek van de leraar klassieke talen dr. G. Italie, de vader van Ralph uit New Jersey. Een bladzijde uit het origineel staat als illustratie afgedrukt. In zijn moeilijke handschrift meldt hij dat zijn oudste zoon Paul is opgepakt in België: ,,Vreselijk heeft God mij gestraft. Als ik Ralf niet had, zou ik me het liefst dadelijk naar een concentratiekamp laten brengen.'' Het is een van de plekken in het boek waar je stopt.

De leiding probeert ondanks de barre omstandigheden van het Joods Lyceum een normale school te maken. Er heerst orde, de straffen zijn soms pittig. De leerlingen spelen toneel, halen streken uit en zijn verliefd. Het niveau is hoog, veel leraren zijn gepromoveerd. Nihom krijgt zelfs, buiten school, les van de beroemde wiskundige Van Dantzig. De serieuze aanpak heeft voor leerlingen die overleven het voordeel dat hun diploma's later voor vol worden aangezien. Maar al die ijver is, met de op gang komende massamoord op de achtergrond, natuurlijk ook heel wrang. Bij het eindexamen in 1942 zakt er één leerling. Twee maanden later wordt hij vermoord in een vernietigingskamp. Van de 276 leerlingen, die de school langere of kortere tijd hebben bezocht, hebben 161 de oorlog zeker niet overleefd. Ook twintig personeelsleden kwamen om.

Ondanks alles praten oud-leerlingen vaak positief over hun schooltijd. Maar uit dagboeken blijkt óók hoe erg ze die tijd vonden. Dagboeken veridealiseren en verdringen niet. Geheugens doen dat wel. Wally de Lang kon aanvankelijk niemand vinden, die kon vertellen hoe de politie scholieren uit de lessen haalde voor deportatie. Pas toen een oud-leerling psycho-analytische methoden op zichzelf toepaste kwam de ellende omhoog.

Een van de ambtelijke perversiteiten: telkens wanneer er leerlingen afgevoerd zijn eist de gemeente onverwijld teruggave van leermiddelen. Wally de Lang: ,,Dit boek is niet bedoeld als een aanklacht. Wel moet je vaststellen dat er bijna geen Duitser aan te pas komt. De uitvoerders zijn Nederlanders. Je bent opgegroeid met filmbeelden van Duitsers die deuren intrappen. Maar in de Fisherstraat pakten Nederlandse agenten kinderen op. En de wethouder, die al voordat iemand daarom had gevraagd een lijst had laten aanleggen van alle Joodse leerlingen in Den Haag, was een Nederlander.''

De titel gaat terug op een uitspraak van Dov Matz. ,,Dat verraste me'', zegt Matz in de woning van zijn nicht in Amstelveen. Met zijn vrouw is hij overgekomen uit Israël. Zijn drie zonen reisden mee. Aan hen heeft Matz de 14 plekken laten zien, waar hij en zijn broer zaten ondergedoken. Hij heeft één jaar de Fisherstraat bezocht, in de eerste klas. Al kwam hij vaak half bevroren of kletsnat thuis, aan de wandelingen van en naar school bewaart hij goede herinneringen, ze liepen in groepjes, er ontstond een band. ,,Op school was je verlost van de spanning, die er thuis wel heerste,'' zegt hij. ,,Je leerde elkaar vergeten wat er om je heen gebeurde.''

Andere dingen zijn hem beter bijgebleven dan de school. Een grote Nederlandse agent heeft zijn zus afgevoerd, zijn ouders zijn verraden. In Baarn zat hij via de ondergrondse met zijn broer ondergedoken bij een jong echtpaar, dat het huis had volgehangen met Hitler. De vrouw verkocht zich aan Duitse soldaten. Matz: ,,Wij hadden geen seksuele voorlichting gehad, zagen haar steeds met een ander truitje de trap afkomen en begrepen er niets van.'' De moeder van die vrouw had contact met de Gestapo, verried Joodse onderduikers, maar juist aan haar dankten ze hun redding: ,,Ze had een zoon, een SS-er, in Rusland. Ze hoorde niets meer van hem. Ons zag ze als compensatie, ze gaf ons kleren en waarschuwde ons voor een razzia. 'Jullie mogen ze niet pakken', zei ze.'' Voor Nederlandse agenten was Matz het bangst: ,,Die joegen op Joden, niet de Duitsers''. Na de oorlog is hij een jaarlang compleet mensenschuw. Buren hebben het ouderlijk huis leeggehaald, al is er een prachtige uitzondering, een vrouw aan wie zijn vader geld in bewaring heeft gegeven, dat ze keurig aan de twee zonen geeft.

Geen traumateams in die dagen, geen slachtofferhulp. Ralph Italie zit drie maanden na zijn bevrijding uit Theresienstadt al weer in het Gymnasium Haganum te blokken voor zijn eindexamen en Dov Matz zit als getraumatiseerde zeventienjarige in de tweede klas van het Maerlantlyceum, als een vreemde eend in de bijt tussen dertienjarigen. Een van de leraren daar is Italie senior, die in 1956 overlijdt.

Even wil Matz katholiek worden. Hij is prima behandeld bij een katholiek onderduikgezin in Schipluiden. In gedachten houdt hij requisitoirs tegen God. In 1950 emigreert hij naar Israël. Het besluit daartoe neemt hij, als een van de mensen, bij wie hij heeft ondergedoken hartelijk zegt: ,,Als er opnieuw een Jodenvervolging komt dan ben je weer welkom''. Veertig jaar is hij, tot zijn pensioen, met hart en ziel leraar in een landbouwkolonie bij Haifa.

In een e-mail aan de schrijfster noemde hij het Joods Lyceum het 'slotakkoord van de kinderjaren'. ,,Zo was het inderdaad'', zegt hij. ,,De kindertijd ging ten onder in een donderend mengsel van harmonie en kakofonie, met een oorverdovende klap.''

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden