Hans Vonk / Dirigeren voorzover mogelijk

Sinds drie jaar voelt dirigent Hans Vonk (61) dat zijn spieren het steeds meer laten afweten. Eerst redde hij zich door zittend te dirigeren, nu heeft hij al zijn concerten moeten afzeggen. Hij neemt het zoals het is. ,,Dit is nu eenmaal gebeurd. Dat is jammer. Maar ik heb geen zin om er de rest van mijn leven onder te lijden.''

door Sandra Kooke

Hij wil niet op de foto voor dit interview. ,,Ach nee, zo'n man in een rolstoel, daar wordt niemand vrolijk van. Neem maar een oude foto.'' Hans Vonk zit thuis, in de tuinkamer aan het Amsterdamse Vondelpark, in zijn rolstoel. Zijn handen liggen werkeloos, in een wat onnatuurlijke houding, op het tafelblad. Hij praat moeizaam, maar zijn ogen staan alert en levendig.

Hij maakt zich kwaad over de voorgenomen bezuinigingen op de omroeporkesten. Staatssecretaris Medy van der Laan besloot onlangs dat het Muziekcentrum van de Omroep wel met een orkest minder toe kan. Voor de zoveelste keer in de afgelopen jaren staat het Radio Symfonie Orkest (RSO) aan de rand van de afgrond. Hans Vonk is nog altijd de chef-dirigent van het RSO. En hij windt zich enorm op. ,,Natuurlijk grijpt deze discussie me aan. Toen ik bij het RSO kwam, was ik verbluft over het hoge niveau. Het is een prachtig orkest. En daar gaat dan het rode potlood doorheen. Er zijn wel veertig orkesten in Moskou. Londen en Berlijn hebben er tien. En dan roepen ze dat we in Nederland te veel orkesten hebben. Dat er wel eentje af kan. Het woord cultuurbarbarisme is hier op zijn plaats.''

In september besloten Vonk en het RSO dat de chef-dirigent alle concerten van dit seizoen zou afzeggen. Zijn spierziekte maakt het hem onmogelijk om te dirigeren. Er staan alleen nog studio-opnames voor een cd-box met de Brahmssymfonieën op het programma. Toen het RSO en Vonk het twee jaar geleden eens werden over zijn aanstelling, dirigeerde hij al zittend. Dat belemmerde hem niet om bij zijn Amerikaanse orkest, het St. Louis Symphony Orchestra, op hoog niveau te werken.

Maar vanwege zijn gezondheid wilde hij terug naar Nederland om meer in de luwte zijn carrière af te ronden. Zijn allerlaatste concert dateert van een jaar geleden en dat was 'op het randje van wat nog mogelijk was'. Iemand anders sloeg de bladzijden van de partituur voor hem om. Vonk: ,,Dat was een treurige avond met het Nederlands Philharmonisch Orkest. Fysiek ging het niet meer. Maar je blijft in zo'n situatie hoop houden. Je weet niet hoe de ziekte zich gaat ontwikkelen.''

Het gastdirigentschap bij het Nederlands Kamer Orkest gaf hij vorig jaar al terug. Hij is nog altijd chef-dirigent en artistiek leider van het RSO. In naam en zoveel mogelijk in daden, wat inhoudt dat hij naar repetities en proefspelen gaat en gesprekken voert over het artistiek beleid.

Vonk: ,,Toen ik uit Amerika terugkeerde naar Nederland was het mijn ideaal om met het RSO en het NKO een paar concerten per maand te geven. Lekker rustig, alleen bezig met de muziek, geen reizen en geen gedoe. Dat is niet doorgegaan. Het werd fysiek steeds moeilijker. Maar je hoopt steeds dat het stabiel blijft of misschien wel verbetert.''

In 1988 kreeg hij acuut het Syndroom van Guillain Barré, een verlamming door een zenuwwortelontsteking. Na vijf weken op de intensive care zette de genezing in. Uiteindelijk was hij twaalf jaar vrij van kwalen. Toen kreeg hij opnieuw verlammingsverschijnselen, eerst in de spier tussen de linkerduim en -wijsvinger, later in de hele hand. En zo ging het verder tot zijn armen en benen waren uitgeschakeld. Wat heeft hij nu eigenlijk precies? ,,Het is een soort spierziekte. Meer kan ik er niet over zeggen. Ik wil er niets van weten en verdiep me er niet in. Ik heb toevallig dit, maar ik hoor van zoveel mensen om me heen van mijn leeftijd die andere erge ziektes hebben. Het lijkt wel alsof boven de vijftig je tijd eigenlijk op is. Vanaf die leeftijd heb je een ruime keuze uit verschillende ziektes. Ik heb dit, een ander krijgt wat anders.''

,,Ik heb er vrede mee. Ik heb het gevoel dat al mijn behoeftes zijn vervuld. Ik ben 37 jaar dirigent geweest, van mijn 23ste tot mijn zestigste. Ik heb meer bereikt dan ik ooit van mijn leven had gedacht. En ik ben er buitengewoon tevreden mee. Had het langer geduurd, dan was het meer van hetzelfde geworden. Er is maar één ding dat ik graag nog had willen doen en dat is Wagner's 'Ring des Nibelungen'. Voor de rest heb ik alles gedaan wat ik wilde.''

Hans Vonk begon als dirigent bij het Kunstmaandorkest en het Nederlands Balletorkest. Dat laatste was geen succes. ,,Nee'', lacht hij, als hij erop terugkijkt. ,,Dat was een catastrofe. Ze wilden me niet. Waarom wist ik niet. Nu wel, ja. Ik kon er namelijk helemaal niets van. Ik kende de muziek, maar ik was nog een kind. Een kind van 25. Ik was er totaal niet aan toe om zo'n moeilijke groep te leiden. Ik was een makkelijke prooi. Bij het Kunstmaandorkest (de voorloper van het Amsterdams Philharmonisch Orkest, later Nederlands Philharmonisch Orkest en als assistent van Bernard Haitink bij het Concertgebouworkest werd ik daarna liefdevol opgenomen.''

Het echte werk begon voor Hans Vonk met de Nederlandse Opera en het Residentie Orkest, waar hij na tien jaar met slaande ruzie vertrok. In het buitenland, bij de Staatskapelle Dresden, het radio-orkest in Keulen en vooral in St. Louis in Amerika, bereikte Vonk zijn top. ,,In Dresden heb ik ongelooflijk veel geleerd. Ik heb er voortdurend op de toppen van mijn tenen moeten lopen en heb mij er omgevormd van een chaotische zonderling tot een pietje precies. De arbeidsethos is daar heel bijzonder. In Amerika heb ik kunnen oogsten bij een prachtig orkest.''

Vroeger voelde Vonk zich in Nederland miskend. Hij was teleurgesteld dat het Concertgebouworkest geen interesse in hem had. In interviews klonk hij verbitterd en boos. Een grotere tegenstelling met zijn huidige tevredenheid is niet denkbaar. Vonk: ,,Ik wilde toen van alles maar moest braaf afwachten tot mensen mij zouden vragen. Je moet dan verstandig en geduldig zijn. Ik heb nu een jaar de tijd gehad om tot dit inzicht te komen. Als ik in die tijd ondankbaar was, dan was dat gezeur. Ik heb de Nederlandse Opera, het Residentie Orkest, het Concertgebouworkest gedaan. Voor die verbittering en teleurstelling had geen plaats moeten zijn. Het is flauwekul dat er in Nederland geen waardering voor me was. Natuurlijk was ik graag chef van het Concertgebouworkest geworden. Maar ik begrijp hoe die dingen zijn gegaan en waarom.''

Het dirigeren mist hij niet. ,,Ik heb gemerkt dat ik er niet aan verslaafd ben. Misschien was ik eigenlijk al uitgedirigeerd toen ik terugkwam uit Amerika.'' Maar het vak fascineert hem nog steeds. Hij brengt veel tijd door met het bijwonen van repetities van allerlei dirigenten, in een poging het geheim van het dirigeren te begrijpen. ,,Concerten interesseren me niet. Repetities wel, want daar kun je zien wat werkt en wat niet, welke houding of gebaren effect hebben en welke niet. Nee, het geheim van het dirigeren heb ik nog niet gevonden. Ik begrijp er eigenlijk steeds minder van. Een dirigent moet in elk geval volstrekt eerlijk zijn, ten opzichte van de musici, de muziek en zichzelf. Peter Santa (die onlangs het Amsterdam Symphony Orchestra oprichtte) is een voorbeeld hoe het niet moet. Hij presenteert een biografie van zichzelf met hele en halve onwaarheden. Ik haat opscheppers. Een dirigent moet eerlijk zijn. En, heel belangrijk, hij moet emotioneel onafhankelijk zijn. Je moet de eenzaamheid van het dirigeren aankunnen. Riccardo Muti noemde de bok een 'isola della solitudine', een eiland van eenzaamheid. Je bent nooit one of the boys met een orkest. En toch redt een dirigent het alleen als een orkest hem accepteert. Het is iets mysterieus: één man die door zijn persoonlijkheid, door zijn concentratie een heel orkest beter laat spelen.''

Zijn ideale dirigent werkt met een minimum aan gebaren en plaatst zichzelf niet tussen de muziek en de luisteraar. Hoe ouder Vonk werd, hoe beter hij dat zelf kon, zegt hij tevreden. ,,Vijf jaar geleden dirigeerde ik een Don Giovanni. Toen werd me gevraagd of ik niet wat groter kon slaan. En ik had er juist dertig jaar over gedaan om zo klein te kunnen dirigeren. Want dan is de ballast weg en blijft de essentie over. Eduard van Beinum had dat. Hoe meer ik terugkijk naar hoe hij werkte, hoe meer ik hem het goede voorbeeld vind.''

Wat doet hij nu zoal? Vonk: ,,Ik bekijk van dag tot dag wat ik kan. Het leven is minder zorgwekkend voor me dan veel mensen denken. Ik hoef niet meer te reizen en te razen. Ik heb andere dingen leren waarderen: rust, met vrienden praten, schaken en naar kamermuziek luisteren. Ik heb pas het pianotrio van Ravel leren kennen. Dat kende ik niet eens, nooit tijd voor gehad. Ik luister naar strijkkwartetten van Schubert en naar mijn favoriete pianist Svjatoslav Richter.''

Ziet hij nog een rol voor zichzelf in het Nederlandse muziekleven? ,,Ik ga niet lesgeven of in een of andere adviesraad zitten. Wat ik te zeggen had, heb ik gezegd door dirigeren. Dat is voorbij. Tja, die studio-opnames met Brahms'', zegt hij weifelend. ,,Die staan nog op het programma. Geen idee wanneer. Ik probeer het, maar weet niet of dat nog wat wordt. Er is een grens aan alles. En wat wil ik nou nog bewijzen? Dat ik een Brahmssymfonie kan dirigeren? Waarom zou ik? Het is afgelopen. Oké, dat is jammer. Maar daar wil ik niet te dramatisch over doen.''

Hij is nog niet gewend aan dit lichaam. 's Ochtends als hij wakker wordt, heeft hij er moeite mee om te aanvaarden dat hij vrijwel niets meer kan. Zijn rust en tevredenheid zijn verbazingwekkend. ,,Ik heb het gevoel dat ik al mijn boosheid heb opgebruikt. Ik had het liever anders gehad. Maar dit is nu eenmaal gebeurd. En ik heb - hoe gek dat ook klinkt - geen zin om daar de rest van mijn leven onder te lijden.''

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden