Opinie

Hans van Manen kiest wat hij leuk vindt

Het Nationale Ballet met ’His Master’s Choice’. Balanchine: ’Kammermusik no.2’; Robbins: ’A Suite of Dances’; Brandsen: ’Stealing Time’; Schlüpfer: Streichquartett’. Gezien: 16/6 Het Muziektheater Amsterdam, aldaar nog op 20/6 en 21/6. www.hetballet.nl.

Voor ’His Master’s Choice’ kreeg Hans van Manen de vrije hand om zijn ’ideale’ balletavond samen te stellen. „Ik doe gewoon wat ik leuk vind”, besloot de dansmeester na veel piekeren. Na een in vele opzichten memorabel Holland Festival-programma kon zijn aldus intuïtieve keuze rekenen op een enorm slotapplaus.

Van Manen wilde niet alleen werk van zijn grote inspiratoren presenteren, ook de jonge generatie komt in nieuw werk aan bod. Hieruit blijkt dat de ’Mondriaan van de dans’ zélf een grote bron van inspiratie is.

Met een grote helderheid in lijnen toont de Zwitser Martin Schlüpfer zich in ’Streichquartett’ (2005) schatplichtig aan Van Manen. Hand in hand met de muziek van Witold Lutoslawski zet de artistiek leider van Ballett Mainz in dit grote ensemblestuk klassieke middelen lekker brutaal in. Onder een golvende sluierwolkenhemel van aluminium buizen schakelt Schlüpfer moeiteloos tussen solo’s, duetten en groepsstukken. Spitzen worden driftig in de grond geboord en danseressen als postpakketjes gelift. Met een soms groteske expressie legt Schlüpfer dynamische accenten: kolderiek nuffige dribbelpasjes, een tong die wordt uitgestoken. Een verrassende bewegingsrijkdom.

Naast Schlüpfers balleteske driestheid oogt Ted Brandsens ’Stealing Time’ rechttoe rechtaan maar zeker niet minder fraai. Het is een regelrechte ode aan leermeester Van Manen, inventief citerend uit diens grote balletten als ’Adagio Hammerklavier’. Vier koppels dansen onder een grimmig zwevende zwarte kubus de spannende strijd der seksen, waarmee de link met Van Manen ook thematisch wordt gelegd. Waar Van Manen meester is in ’less is more’, zet Brandsen – door Sjostakovitsjs zware muzikale intenties gedreven – zijn danslyriek hier en daar wat al te ijverig in.

George Balanchine’s ’Kammermusik no.2’ op de rappe Hindemith-compositie, wist juist in de vereiste vaart niet helemaal te overtuigen, maar het werk van Van Manens andere grote inspirator, Jerome Robbins, maakte dat meer dan goed. Robbins creëerde zijn ’A Suite of Dances’ in 1994 voor sterdanser Mikhail Baryshnikov, die toen voor dansbegrippen al behoorlijk op leeftijd was. Nu is het de jonge danser Cédric Ygnace die een zinderend balletwondertje levert in de perfecte balans tussen terloopsheid en technische precisie. Robbins bracht kleine verwijzingen aan naar balletten waar Baryshnikov ooit in schitterde, gelardeerd met relativerende zelfspot als een huppelpasje of stoer swingende heupen. Op de scheidslijn tussen levenslust en melancholie zijn we ook getuige van momenten van verstilde bezinning, waarna Ygnace zichzelf letterlijk bij de kraag grijpt om de ene na de andere prachtige balletreeks uit zijn mouw te schudden. Subliem is Ygnace’ samenspel met celliste Quirine Viersen die live op toneel delen van Bachs cellosuites ten gehore brengt. Zelden heeft een publiek, onder wie de koningin, zo ademloos gekeken.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden