Hans de Roo zorgde voor frisse wind in operaleven

Deze week overleed, 75 jaar oud, Hans de Roo. De Roo werd vooral bekend als intendant van de Nederlandse Operastichting, een functie die hij in de periode 1971-1986 vervulde. Daarvoor was De Roo hoboïst en violist in het Residentie Orkest, het orkest waarvan hij van 1960 tot 1969 directeur was. In die functie wist hij Bruno Maderna en Pierre Boulez voor gastdirecties naar Den Haag te lokken. Na het laatste seizoen van de Operastichting in 1986 in de Amsterdamse Stadsschouwburg nam De Roo afscheid. De Nederlandse Operastichting veranderde de naam in De Nederlandse Opera en begon met intendant Jan van Vlijmen aan een nieuw avontuur in het Muziektheater.

In dat Muziektheater werd De Roo in september '86 voor aanvang van een 'Falstaff'-voorstelling door Van Vlijmen gehuldigd. Het liber amicorum dat hem werd overhandigd bevatte de gegevens van alle producties die onder zijn leiding totstandkwamen, aangevuld met brieven, herinneringen en artikelen van naaste medewerkers, dirigenten, regisseurs en zangers. Wie dat boek doorbladert, krijgt een beeld van wat De Roo voor het Nederlandse operaleven heeft betekend. In navolging van voorganger Maurice Huisman ontwikkelde De Roo bij de Operastichting mooie plannen. Nikolaus Harnoncourt en Gustav Leonhardt konden er een Monteverdi-cyclus doen, Alban Bergs 'Lulu' ging met Teresa Stratas voor het eerst in de volledige versie in drie akten, Maderna presenteerde er zijn 'Satyricon', Philip Glass zijn 'Satyagraha', Hans Henkemans zijn 'Wintercruise', Theo Loevendie zijn 'Naima', Peter Schat zijn 'Houdini'.

De Roo gaf de Nederlandse diva Cristina Deutekom grote kansen, hij haalde Joan Sutherland naar Nederland en ontdekte zangers als Catherine Malfitano, Gabriela Benackova, Neil Shicoff en Frederica von Stade, die later tot de wereldtop zouden gaan behoren. Harry Kupfer behoorde in het De Roo-tijdperk tot de vaste regisseurs, evenals Götz Friedrich en David Pountney. Ook regisseuse Rhoda Levine mocht hier veel doen, maar dat wordt algemeen gezien als een van De Roo's minder gelukkige keuzes. In 1976 kreeg de Nederlandse Operastichting (en dus Hans de Roo) de prijs van de Vereniging van Nederlandse theatercritici. Daarmee werd de grote waardering uitgesproken voor het artistieke beleid van de vijf seizoenen daarvoor. In de tien jaar daarna was de waardering voor De Roo's beleid wisselend. Grote successen wisselden elkaar steeds vaker af met regelrechte zeperds.

Na zijn afscheid bij de Nederlandse Operastichting bleef De Roo op de achtergrond actief in het Nederlandse operaleven. Hij werkte onder meer mee aan de oprichting van de Nationale Reisopera, waar hij ook enige tijd bestuurslid was.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden