Hans Blankert

Als pasbenoemd voorzitter van de sportkoepel NOC-NSF reed Hans Blankert deze week meteen een scheve schaats. Kamerleden vonden zijn voorstel Prinsjesdag met een week te vervroegen vanwege de opening van de Olympische Spelen, getuigen van 'geen respect voor het parlement'. Of het nu een eerste teken van sportverdwazing was (de scheidend werkgeversvoorzitter is oud-basketballer, oud-hockeyer, Feyenoordfan, tennisser en golfer), het illustreert in ieder geval zijn pragmatische aanpak en afkeer van rituelen.

Wendelmoet Boersema en Esther Lammers

Johan Cornelis Blankert (1940, Medan in Indonesië) houdt niet zo van de politiek. Als voorzitter van VNO-NCW zat hij er dagelijks middenin, maar aan de zwijgzaamheid, dubbele agenda's en 'uitruilmentaliteit' van politici heeft hij een hekel. ,,Dan bellen ze en zeggen: ik heb je dus niet gebeld. Dat is voor mijn werk heel lastig'', zei hij vorig jaar in Intermediair.

Volgens FNV-voorzitter Lodewijk de Waal ging Blankert in zijn afkeer van politiek soms te ver. ,,Hij verklaarde bij de presentatie van ons alternatief voor de sociale zekerheid: Wij (lees: sociale partners, red.) schrijven hier het regeerakkoord wel. Dat is niet handig, dat werkt tegen je. Dan zat ik naast hem en dacht ik: 'Hans, Hans. Wat zeg je nou!' Ook niet handig zoals hij onlangs zei genoeg te hebben van het gejank van het parlement ten opzichte van minderheden. Dat is toch echt onnodig, anderen tegen je in het harnas jagen.''

Onderhandelaar tot in zijn tenen, die aimabele man die zo goed nee kan zeggen. Ook uit een van zijn afscheidsspeeches deze week blijkt dat Blankert zichzelf vooral ziet als de man die met zijn 'medespelers van de VV Polderboys' de overlegeconomie uit het slop trok. Begin jaren negentig zat in de overlegorganen weinig elan meer, het zwarte pieten was populair. Aan Blankert waren de emoties van de klassenstrijd en de theoretische beschouwingen in de Sociaal economische raad niet besteed.

De Waal: ,,Blankert is een man met heldere opvattingen en zeer oplossingsgericht. Hij is een pragmaticus, waar je heel goed mee kunt onderhandelen.'' Cees van der Knaap (oud-CNV-bestuurder en nu CDA-kamerlid) herinnert zich: ,,Blankert had duidelijk een hekel aan de vergaderingen van de Ser of de stichting van de Arbeid. Hij was ook altijd wat chagrijnig als er weer zo'n vergadering was. Dan riep hij vlak voor de bijeenkomst dat hij de stukken niet gelezen had. In de Ser zat dan een aantal professoren hele goede beschouwingen te geven. Maar dan zeiden wij tegen elkaar: hoe vertellen we dit aan onze kinderen (lees: achterban). Hij was op zijn best als er concrete afspraken gemaakt konden worden. Was er eenmaal een compromis bereikt, dan maakte hij zich daar hard voor. Hij vindt ook ten diepste dat de politiek zich te vaak met zaken bemoeit waarover ze helemaal niets te zeggen heeft, zoals met deeltijdwerk of de nota arbeid en zorg.''

De kunst van het samensmeden kwam Blankert vooral van pas bij een van zijn huzarenstukken: de fusie tussen het VNO en het christelijke NCW in 1994. Een jaar na zijn aantreden in 1992 als NCW-voorzitter - 'Ik word graag afgerekend op mijn daden en niet op mijn kerkgang' - begonnen de gesprekken met VNO. CNV'er Van der Knaap: ,,Dat was toch een heel gevaarlijk zaakje. De angst dat het overleg tussen de christelijke organisaties zou verdwijnen was groot. Maar ook daarvoor had hij gevoel.''

Zijn wapen in die onderhandelingsstrijd: onverstoorbaarheid en onderkoelde humor. Over de uitreiking van de Bertelsmannprijs twee jaar geleden in Duitsland, een prestigieuze prijs voor de Nederlandse overlegeconomie, zei Blankert: ,,Even overwoog ik in mijn dankwoord te zeggen dat we het geld (drie ton, red.) zouden besteden aan een Mercedes, om de Duitse economie te stimuleren. Maar je weet nooit hoe zo'n grap daar valt.''

Dat zijn humor vooral bedoeld was voor de onderhandeltafels en informele bijeenkomsten, bezorgde Blankert naar buiten toe een wat saai, droog imago. Over zijn loopbaan was lang weinig meer bekend dan de feiten. Op twaalfjarige leeftijd naar Nederland gekomen uit Indië, gymnasium bèta, een studie bedrijfseconomie aan de Erasmus Universiteit Rotterdam (later afgemaakt in de avonduren), bestuursfuncties bij Dura en het Gemeentelijk energiebedrijf in Rotterdam, bouwbedrijf Wilma, voorzitter bij de werkgeversclub FME (metaal en elektro). Bij zijn aantreden als eerste VNO-NCW voorzitter, als opvolger van de flamboyante Rinnooy Kan, leidde dat in de pers tot kwalificaties als 'publieke nietszeggendheid' en 'geen mediaprofiel'.

Een paar interviews in Opzij en Nieuwe Revu lichtten een tipje van de sluier op. Over zijn lang verstoorde relatie met zijn vader, die het niet eens was met zijn vroege huwelijk (als 21-jarige) met Thea van Veen en het afbreken van zijn studie. ,,Maar je moet een clash nooit hoog laten oplopen. Ik laat mijn twee kinderen nu hun eigen gang gaan.'' Over de plannen van een anti-apartheidsorganisatie om zijn gezin te kidnappen, omdat zijn bedrijf Dura in Zuid-Afrika zat, wat deels Blankerts publieke terughoudendheid verklaart.

Toch is de liefde voor opereren achter de schermen vooral een karakterkwestie. Gevraagd naar de invloed van zijn jeugd in het Verre Oosten, waar hij met zijn moeder in een Jappenkamp zat, zei hij ooit: ,,Ik houd van rijsttafels.'' Aan deze eigenschap kunnen ze ook in de wereld van sportbonden waar al genoeg grote ego's rondlopen -in de woorden van interim-NOC-NSF-voorzitter Van der Reijden een 'kruiwagen vol kikkers' - nog veel hebben.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden