HANS BERVOETS

Hans Bervoets (26), keurmeester bij de Amsterdamse Keuringsdienst van waren. In het vorige week verschenen jaarverslag 1994 staat: “Met verontrusting constateert de Amsterdamse dienst een toename van de agressie tegen keurmeesters. Niet alleen verbaal maar ook lichamelijk. Er waren twee gevallen van mishandeling.”

CO WELGRAVEN

Met deze supermarkt is vrijwel nooit wat mis. Het is een grote keten, die weet exact wat de eisen zijn. Ze nemen ook geen enkel risico. De temperatuur in deze vrieskist is perfect, heel laag. De pizza's zijn diep bevroren. Mensen denken vaak dat je in een open vrieskist de spullen onderop moet pakken, dat dat veiliger is. Dat is niet zo. Het winkelpersoneel vult de kist van onderen op. De pizza's en zakken frites bovenop liggen er dus het langst in, en hebben de laagste temperatuur. Je moet wel opletten dat ze niet boven de rooilijn liggen, dat zijn die rode strepen aan de zijkanten.

Zo'n supermarkt heeft zo'n hoge omzetsnelheid, produkten kunnen bijna niet bederven. Tot een paar jaar geleden stond er op een pak melk of yoghurt: te gebruiken tot drie dagen na, en dan kwam er een datum. Daar is men van afgestapt. Nu staat er alleen een uiterste datum op. En in deze supermarkt zul je nooit spullen zien die de datum van die dag hebben. In deze tijd van het jaar moeten we goed op de banketstaven letten. Daar wil nog wel eens mee gerotzooid worden. Dan stoppen ze er witte bonen in. Dat mag wel, maar dan mag je het geen banketstaaf meer noemen. Kijk, hier zie je ze naast elkaar staan. Die goedkoopste, daar zitten witte bonen in, dat weet ik zeker.

In zo'n supermarkt ben ik altijd gauw klaar. Alleen dat hakblok in de slagerij is niet goed. Daar is een stuk af, waarschijnlijk een keer misgeslagen, en één kant is nu versplinterd. Daar kunnen vleesresten in gaan zitten. Ik heb er de vorige keer al een opmerking over gemaakt, maar ze hebben er niks aan gedaan. Dat zullen ze nu wel moeten doen, anders krijgen ze de volgende keer een schriftelijke waarschuwing. Nee, nog geen proces-verbaal, zo erg is het ook weer niet.

De mensen van de groentewinkel waar we nu heengaan, klagen altijd over de eisen die met het jaar strenger worden. Ik kan ze wel begrijpen. Het kost allemaal een hoop geld. Steeds komen er nieuwe voorschriften uit Brussel. Het is bijna niet bij te houden.

Zij denken dat de ene keurmeester strenger is dan de andere. Nou is niemand gelijk, en de aanpak zal ook niet altijd gelijk zijn. Maar we houden ons aan dezelfde voorschriften. Willekeur mag niet, dan krijgen we voortdurend ingeprent.

Met die groenten kan weinig fout gaan. Maar ze verkopen hier ook kant-en-klaar-maaltijden, die ze zelf in de keuken bereiden. Het ziet er schoon uit, maar er zijn produkten, die kunnen binnen de kortste keren barstensvol bacteriën zitten. Moussaka bijvoorbeeld, of gekookte rijst. Daarom neem ik er nu een paar monsters van. Dat vinden ze niet leuk, maar ik doe dit werk niet om overal aardig gevonden te worden.

Met lichamelijk geweld heb ik nog niet te maken gehad. Wel met verbaal geweld. 'We weten je wel te vinden', zeggen ze dan bijvoorbeeld. Ik haal m'n schouders erover op. Soms is het ook als een geintje bedoeld. Maar als je het goed bekijkt, is zo'n opmerking natuurlijk wel een bedreiging.

Vorig jaar zijn twee collega's van me in mekaar geslagen. Eentje wilde in een bakkerij, die helemaal vervuild was, proces-verbaal opmaken. Toen viel de bakker de keurmeester aan.

We zijn erop voorbereid. We hebben een cursus gevolgd hoe je met geweld moet omgaan. Die duurde een dag of zeven. Ik vond dat wel goed, ja. Er deden acteurs aan mee, die hun rol perfect speelden. Het was levensecht.

Wat ons geleerd wordt, is dat we de confrontatie altijd uit de weg moeten gaan. Je moet nooit in discussie gaan, want dan ben je verloren. Merk je dat de spanning oploopt, dan moet je weggaan. Dan kom je een paar dagen later terug. Op z'n minst met een collega, en misschien ook wel met de politie.

In mijn rayon zit een slagerij, daar ga ik nooit in m'n eentje heen. Die man is agressief. Die ziet de Keuringsdienst van waren als z'n natuurlijke vijand. Als ik daar alleen heen zou gaan, dan zou ik me in feite schuldig maken aan uitlokking van geweld.

Preventie, dat is heel belangrijk in ons beroep. Het herkennen van gevaarlijke situaties, daar gaat het om. Soms heb je aan een opmerking genoeg, dan denk je: dit kan fout lopen. Dan pak ik m'n koffertje en m'n laptop, en dan maak ik in de auto proces-verbaal op. Je moet ook geen domme dingen doen. Je moet niet in een bomvol restaurant op luide toon gaan zeggen dat de boel smerig is. Je moet de chef of de eigenaar apart nemen.

's Avonds gaan we altijd met z'n tweeën op pad. Dat is voorschrift. Zeker in de Amsterdamse binnenstad, in de horeca, kun je niet om negen uur in je eentje binnenvallen om te kijken of de bitterballen wel in orde zijn. Dat is vragen om moeilijkheden.

Ik kom altijd onaangekondigd, dat hoort bij m'n beroep. Maar je weet natuurlijk niet hoe de stemming is. Misschien hebben de bakker en z'n vrouw net ruzie gehad, komt er zo'n keurmeester die weer wat te zeiken heeft. Dat kan helemaal verkeerd vallen. Een collega van me kwam eens een keer in een zaak, waar diezelfde week al de milieupolitie was geweest, de belastingdienst en nog een of andere instantie. Toen de keurmeester op de stoep stond, ging de eigenaar helemaal uit z'n dak.

Deze Chinees is een matig restaurant. D'r is altijd wel wat mee. Maar voor geweld hoef ik niet bang te zijn. Chinezen doen niet moeilijk. Ook als ze een proces-verbaal krijgen of een waarschuwing, knikken ze heel begrijpend. Ze doen er ook gelijk wat aan, maar de volgende keer is het weer ergens anders mis mee.

Ik durf in dit restaurant wel met m'n koffertje en m'n spullen in deze pijpela te gaan staan. Er kan me niks gebeuren. Bij andere zaken weet ik gewoon dat ik dat niet moet doen. Dan blijf je in de buurt van de deur, zodat je gelijk weg kunt als er moeilijkheden komen.

Ik ga dit restaurant nu een schriftelijke waarschuwing geven. De gekookte rijst is te warm, zo'n achttien graden, terwijl zeven graden het maximum is. Of het moet boven de 55 graden zijn, dat zijn de grenzen. Dat weten ze donders goed. Hij stopt die rijst nou wel snel in de koelcel, maar ik heb de temperatuur al gemeten.

De satehsaus en de babi pangang-saus zijn ook te warm. Kijk maar, 35 graden, bijna de lichaamstemperatuur, ideaal voor bacteriën. Die eigenaar mag dan zeggen dat die sauzen net uit de koelkast komen, en ik weet ook best dat het restaurant net open is voor de lunch, maar hij moet die sauzen niet in de bain marie opwarmen. Dat moet op het vuur gebeuren, en pas als ze eenmaal warm zijn, mogen ze in de bain marie.

In dit restaurant zal ik niet zo gauw gaan eten. Maar dat geldt voor meer gelegenheden. Ik heb een hele eenvoudige stelregel. In het restaurant waarvan ik de keuken ken, ga ik niet eten. En van het restaurant waar ik ga eten, wil ik de keuken niet kennen.

Ik vind het een leuk beroep. Afwisselend, altijd onder de mensen, en je weet dat het werk nuttig is. Met de meeste mensen kan ik prima opschieten. De eigenaar van deze kaaszaak is blij als ik 'm adviezen geef. Twee keer was er iets met de geraspte kaas, dat is ook een gevaarlijk goedje, voor je het weet zit er schimmel op. Hij zei tegen me: nog één keer, en ik verkoop het niet meer. Gewoon een reële vent.

Nee, gevaarlijk is het niet. Het is echt niet zo dat ik elke keer met knikkende knieën een winkel of restaurant binnenstap. Dat er nou net vorig jaar in ons rayon twee gevallen van geweld zijn geweest, dat is voor een deel ook toeval. Die gevallen staan in het jaarverslag, en daar duikt de pers dan op. Maar voorzover ik weet, heeft dit jaar nog geen enkele keurmeester met geweld te maken gehad. Toch zit de schrik er bij sommigen wel in. We krijgen nu zaktelefoons, en ik wil ook zo'n waarschuwingspieper zodat ze op m'n werk of bij de politie meteen weten dat er wat aan de hand is. Je weet maar nooit.

Maar eigenlijk valt het bij ons nog wel mee. Bij parkeerbeheer in Amsterdam werken, dat vind ik pas gevaarlijk. Ga maar eens kijken op de Cruquiuskade, daar waar je je auto kunt ophalen als-ie weggesleept is. Daar zitten ze achter gepantserd glas. Zo agressief kunnen die automobilisten zijn.

Ach, geweld komt overal voor. Een tijdje geleden is een collega van me in mekaar geslagen. Bij een benzinestation, waar hij stond te tanken. Dat had helemaal niks met z'n werk te maken. Die vent die 'm aanviel was gewoon helemaal over de rooie, en gaf de eerste de beste die op z'n pad kwam een stoot voor z'n kop. En dat was toevallig m'n collega.''

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden