Hannie kon van niks een verhaal maken

Bekend werd ze als auteur van een kinderbijbel die las als een roman. Veel minder bekend is dat Johanna Kuiper als feministische socialist vocht voor armen, vrouwen én de vrije liefde.

Toen Johanna Kuiper op bijna veertigjarige leeftijd ten huwelijk werd gevraagd door een jonge dominee, vroeg ze zich af of hij 'zó naar een domineesvrouw verlangde dat hij zelfs een hoer op leeftijd met twee kinderen nog aantrekkelijk zou kunnen vinden'. Niet bepaald woorden die je verwacht van een kinderbijbelschrijfster. Als dochter van een doopsgezinde dominee leefde Johanna Kuiper voor begin twintigste-eeuwse begrippen een onconventioneel leven. Ze zorgde voor zichzelf, kreeg bewust twee buitenechtelijke kinderen en liep openlijk te koop met haar liefdesrelaties. Juist deze vrouw schreef een bijbel waar een hele generatie naoorlogse kinderen mee opgroeide, de 'Bijbel voor de Jeugd', die voor het eerst verscheen in 1948.

Ook emeritus predikant Ferdinand van Melle (1943) weet nog hoe hij op zijn vaders knie luisterde naar Kuipers verhalen. "Ik herinner me de stem van mijn vader die voorlas. Een sigarenwalm vermengd met God, Jezus en Jesaja", zegt hij. Die kinderbijbel kwam bij hem weer in beeld toen Van Melle als dominee in West-Friesland een exemplaar vond, weggestopt in een doos achter een orgelbank. Toevallig kwam hij vlak daarna in contact met Kuipers schoonzus, die haar omschreef als 'een rouwdouwer met twee onechte kinderen'. "Johanna, dat was me een portret", verzuchtte ze. Van Melle wist direct: daar moet ik meer van weten. Onlangs promoveerde hij aan de Vrije Universiteit in Amsterdam op het levensverhaal van de schrijfster.

De 'Bijbel voor de Jeugd' ontstond grotendeels in de oorlog. Kuiper en haar man verborgen onderduikers in de pastorie. Toen ze werden verraden, werd haar man gevangengezet en was Kuiper veroordeeld tot een zwerversbestaan. In die periode begon ze te schrijven aan de kinderbijbel. "De structuur van het schrijven hielp haar uit haar dagelijkse ellende", zegt Van Melle. "Het inleven in die verhalen gaf haar de moed om vol te houden. Die moed en dat perspectief zie je terug in haar bijbel."

De mystica

Ze beschreef haar personages als echte mensen en koos daarbij een mystieke invalshoek. "Het ging niet over de Messias die allemaal wonderen doet en God die almachtig is. De toon is meer: er is een geheim, iets onnoembaars en groter dan wij. Daar moet je veel respect voor hebben, maar het werpt ook een hoop vragen op waar je niet uitkomt", legt Van Melle uit.

Tijdens het schrijven van haar kinderbijbel kreeg Kuiper van haar uitgever nogal eens de opdracht iets te herschrijven of 'over te bakken' zoals ze dat zelf noemde. Volgens Van Melle was de uitgever bang dat Kuipers bijbel als een sprookjesboek zou gaan gelden. "Hannie was een vrouw met een buitengewone fantasie", zegt hij, Johanna bij haar roepnaam noemend. "Ze kon van niks een verhaal maken. Dat was een groot talent, maar tegelijkertijd ook haar valkuil."

In haar verhalen weefde Kuiper allerlei informatie over cultuur en archeologie. "Ze schilderde de couleur locale en dat werd door sommigen als 'niet bijbelgetrouw' gezien. Maar zij probeerde de verhalen begrijpelijker te maken en dichterbij te brengen", legt Van Melle uit. Zoals de profeten, die in de meeste kinderbijbels een ondergeschoven kindje zijn. In Kuipers bijbel spelen ze een grote rol. Voor het eerst werden ze als begrijpelijke figuren neergezet. "Ze beschreef hen als weerbarstige types die zich niet naar de mond lieten praten", zegt hij, "wat ook spoort met haar eigen psyche."

De socialiste

Die profeten waren voor Kuiper een belichaming van het socialisme. "Hannie schetste de profeten als mannen die kritiek hadden op de koning. Zij hadden door dat de samenleving kapotging als mensen alleen maar bezig waren zichzelf te verrijken en geen aandacht hadden voor armoede", zegt Van Melle. Zo schreef Kuiper in haar bijbel bijvoorbeeld over Daniël: 'De koning vertrouwde op Daniël, die vanuit de wet van Mozes had geleerd zich niet te verrijken, geen onrecht aan anderen te doen en de waarheid te spreken'.

Die aandacht voor de zelfkant van de samenleving was bij Kuiper ontstaan toen er op Oudejaarsavond 1911 een zwerfster aan de deur van de pastorie stond. Kuiper en haar broer kregen een rijksdaalder mee en werden erop uit gestuurd om een slaapplek voor de nacht te zoeken voor de vrouw. Voor Kuiper, die aan de deftige Amsterdamse grachtengordel woonde, was het de eerste keer dat ze een bezoek aan de volksbuurt de Jordaan bracht. "Ik wist dat ik even naar binnen had gekeken dien avond in een vreemde wereld, met eigen wetten, eigen vreugde, eigen bewogen leven. Zou het voor mij ooit mogelijk zijn, de bewoners van die wereld werkelijk te benaderen?" schreef ze later over deze avond.

Vanaf die tijd voelde Kuiper zich aangetrokken tot de lagere sociale klasse. In haar studententijd begon ze met vrijwilligerswerk in Amsterdam-Noord, later streek ze zelf ook in die buurt neer. "Ze heeft een rigoureuze sprong gemaakt in klasse", zegt Van Melle. "Ze wilde weten hoe het aan de overkant was." Kuiper deed maatschappelijk werk onder mijnwerkers in Limburg, werd daar actief lid van de SDAP en uitte haar overtuigingen ook in haar bijbel, waar ze het accent legt op 'vrede en recht voor de aarde en haar bewoners'.

De feministe

De SDAP was ook de plek waar Kuiper voor het eerst in contact kwam met de Amsterdamse wethouder en socialistenleider Floor Wibaut en zijn vrouw. Kuiper en de Wibauts hadden niet alleen dezelfde politieke overtuiging, maar dachten ook hetzelfde over seks en het huwelijk. Wibaut en zijn vrouw schreven zelfs een boek over die opvattingen. Daarin pleitten ze onder andere voor gelijke rechten voor vrouwen in het huwelijk, de mogelijkheid om een derde bij de relatie te betrekken en emancipatie van de ongehuwde moeder. Opvattingen die ongehoord waren in die tijd.

Nog ongehoorder was dat het echtpaar die opvattingen ook in de praktijk bracht. Kuiper en Wibaut hadden jarenlang een verhouding met goedkeuring van mevrouw Wibaut. Uiteindelijk vertelde Kuiper het aan haar ouders, die er schande van spraken. Wanneer ze in haar brieven over Wibaut schreef, noemde ze hem liefkozend 'mijn koning'. Het drietal ondernam eens een gezamenlijke vakantie naar Zwitserland. Dat werd geen succes. De dames ergerden zich aan elkaar en elke vorm van intimiteit was ver te zoeken.

Kuiper vond dat 'seksuele vereniging, onafhankelijk van het feit of men getrouwd is, als een door God bedoeld geschenk mag worden gezien om de menselijke eenzaamheid te doorbreken', schrijft Van Melle in zijn proefschrift. Die eenzaamheid doorbrak de schrijfster met enige regelmaat bij verschillende mannen, met twee kinderen tot gevolg. Bij haar eerste zwangerschap was het nog haar familie die op een abortus aandrong, een idee dat Kuiper direct van de hand deed. De tweede keer dat ze in verwachting raakte was het de vader van het kind die hamerde op een abortus. Maar Kuiper werd zo kwaad dat ze hem 'links en rechts om de oren sloeg', aldus Van Melle.

Toen ze uiteindelijk toch koos voor een huwelijk met de tien jaar jongere dominee Klaas Abe Schipper waren de vrouwen om haar heen flabbergasted, vertelt Van Melle. "Jij, trouwen?", zeiden ze, "maar daar was je altijd zo op tegen!" Maar zelfs dat deed Kuiper op haar eigen manier. Ze trouwden op huwelijkse voorwaarden en ze bleef in haar eigen onderhoud voorzien.

Hoewel haar bijbel het gat tussen orthodox en vrijzinnig vulde en zo een belangrijke bijdrage leverde aan de Nederlandse bijbelliteratuur, is Kuiper zelf altijd een vreemde eend in de bijt gebleven. "Ze voelde zich nergens thuis", zegt Van Melle. Ze was ontheemd, zwevend tussen de patriciërs en de proletariërs. En het hielp niet dat ze na de dood van haar man haar ideeën over vrije liefde weer in de praktijk bracht. Als leidster van de zondagsschool van de doopsgezinde gemeente in Amsterdam begon ze een relatie met iemand uit die gemeente. Niet de meest tactische zet, denkt Van Melle: "Dan denk je toch: Oh Hannie, sukkel!"

Minnares van Wibaut

Johanna Engelberta Kuiper (1896-1956) werd geboren als dochter van een doopsgezinde predikant. Na haar studie theologie in Amsterdam werkte ze als woninginspectrice in de Limburgse mijnkolonies. In 1924 beviel ze in Duitsland, ongehuwd, van haar eerste kind. Terug in Nederland betrok ze een woning in Amsterdam-Noord, waar ze leefde tussen de arbeidersgezinnen. In die tijd had ze een verhouding met de wethouder en socialistenleider Floor Wibaut, maar schuwde ze ook andere contacten niet. In 1934 raakte ze opnieuw ongehuwd zwanger en kreeg haar tweede zoon, Kristofer, nu een beroemd sinoloog.

In 1935 trouwde ze met dominee Klaas Abe Schipper, die de kinderen als de zijne aannam. In de oorlog werd Schipper opgepakt omdat het echtpaar onderduikers in huis had. Onlangs is hen daarvoor de Yad Vashem-onderscheiding toegekend. Kuiper ontkwam, zwierf een tijd rond en begon aan haar kinderbijbel. Na de oorlog werd het echtpaar herenigd, maar Schipper stierf in 1949 aan de gevolgen van een beroerte. Kuiper raakte als zondagsschoollerares betrokken bij de doopsgezinde gemeente in Amsterdam. In 1955 vertrok ze naar Indonesië, waar ze in 1956 stierf.

Ze werd vooral bekend door haar 'Bijbel voor de Jeugd' uit 1948 (5 drukken). In 1959 volgde postuum 'De kinderbijbel van Johanna Kuiper' (2 drukken). Daarnaast schreef ze een veertigtal kinderboeken en vertaalde ze tientallen boeken uit het Engels, Duits, Noors en Zweeds.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden