Hanna Bervoets: Ik wil een tien halen

Hanna Bervoets (Amsterdam, 1984) is columniste - onder andere voor Volkskrant Magazine en Viva- en schrijfster. In 2009 verscheen haar debuutroman 'Of Hoe Waarom'. In 2011 volgde 'Lieve Céline' waarmee ze de Opzij Literatuurprijs 2012 won.

I Gij zult geen andere goden voor mijn aangezicht hebben
"Er is natuurlijk geen antwoord op de vraag waarom ik hier op aarde ben. Ik ben er gewoon. In een soort dierenpark onder constructie. We bewegen ons toevallig op twee benen voort, maar we hadden ook op vier poten kunnen lopen. Met hoefjes. Geen idee welke kant het opgaat. Ik kijk niet zo ver vooruit. Half jaar, hooguit. Dan komt mijn nieuwe boek uit. Die gebeurtenis zie ik als een soort stationnetje waar ik naartoe op weg ben. Daarna komt weer een nieuw stationnetje. Zo leid ik mezelf af van de gedachte dat het uiteindelijk toch allemaal zinloos is."

II Gij zult u geen gesneden beeld maken noch enige gestalte van wat boven in de hemel, noch van wat beneden op de aarde, noch van wat in de wateren onder de aarde is
"In 'Lieve Céline' is Celine Dion een soort Jezus, de enige houvast van de jonge laagbegaafde Brooke. Aan het eind van het verhaal, in Las Vegas, legt Brooke haar hand op de poster waarop Celine met gestrekte armen staat afgebeeld. Brooke verafgoodt Celine, ze voelt enorm veel liefde voor haar idool. Dat vind ik iets moois. Het is nooit mijn bedoeling geweest om met mijn boek fans belachelijk te maken. Ik vind fans helemaal niet raar, of sneu. Ik weet wat het is om een fan te zijn. Ik verzamelde tussen mijn dertiende en mijn zestiende alle cd's van No Doubt. Ik hield een plakboek bij en ben zelfs naar Amerika geweest voor een optreden. Het was echt een fantastische tijd, maar op een dag was het over. Als een hevige verliefdheid die voorbij gaat.

"In extreme gevallen, zoals bij Brooke, gaat het nooit meer over. Is dat erg? Of je nu fan bent van Celine Dion of van Jezus Christus: zo lang het je helpt om op een leuke manier door het leven te gaan - en je die afgod niet aangrijpt om enge dingen te doen - is er toch niets mis mee?"

III Gij zult de naam van de Here, uw God, niet ijdel gebruiken
"Waarom zou ik 'godverdomme' zeggen? Of 'kanker'? Ook zo'n heftig woord. Het voelt gewoon niet goed. Ik zeg wel 'kut' of nee, ik zeg meestal: 'nou! Nóu! Stommerd!' Ik word gewoon niet snel boos. Ik ben heel mild naar andere mensen toe. Ze vinden mij ook eigenlijk altijd lief. Als ik een keertje chagrijnig ben, of bot, schrikt iedereen daarvan. O mijn god, Hanna doet bot! Dan moet er écht iets aan de hand zijn.

"Er wordt mij niet snel iets aangedaan, ja, er verschijnen wel eens nare berichten op Twitter, maar die mensen ken ik niet. Daar word ik niet boos, maar vooral verdrietig om. Soms begrijpen mensen mij verkeerd, of ze interpreteren het anders dan ik het heb bedoeld. Laatst schreef ik een column over mijn oma. Dat ik haar te weinig zag. Ik stelde een bezoekje keer op keer uit, tot mijn moeder op een dag belde en zei dat oma ziek was, en dat ik haar nu echt moest opzoeken. Dat verzoek - mijn ouders vragen mij eigenlijk nooit iets - raakte mij en ik ben onmiddellijk bij haar langsgegaan. Dat was de column. Nou, ik ben helemaal verrot gescholden. Meer dan veertig mailtjes van mensen die woedend waren dat ik mijn oma liet zitten, dat het kennelijk een te grote opgave voor mij was om even naar haar toe te gaan, dat als ik hún dochter was geweest dan... Het waren vaak oudere mensen, dat zag ik aan de woorden die ze gebruikten: 'Nijdige meid!' De strekking van mijn column was nou juist dat ik de hand in eigen boezem stak, maar omdat ik het luchtig probeer te beschrijven denken mensen vaak dat ik ergens mee spot. Ik heb al die mailtjes beantwoord. Hopelijk heb ik het rechtgezet. Ik wil niet dat ze boos op mij zijn - of het in ieder geval niet al te lang blijven."

IV Gedenk de sabbatdag, dat gij die heiligt, zes dagen zult gij arbeiden en al uw werk doen; maar de zevende dag is de sabbat van de Here uw God, dan zult gij geen werk doen
"Ik probeer van zondag tot en met donderdag te werken. Dan word ik onrustig en móet ik er uit. Mensen zien. Na een paar dagen ben ik zo overprikkeld - gesprekken die maar door blijven gaan in mijn hoofd - dat ik weer een tijdje alleen moet zijn.

"Het zondagsgevoel ken ik niet. Ik sta nooit op met de gedachte: wat zal ik vandaag eens gaan doen? Ook als ik niet lang heb geslapen, schrijf ik nog wel een column. Als ik niet brak ben, werk ik. Het is zonde om een nuchtere dag te verklooien."

V Eer uw vader en uw moeder
"Mijn ouders kregen pas iets samen toen ik er al was. Eerst was mijn vader alleen de donor. Mijn moeder kende hem uit de kraakbeweging. Het was de bedoeling dat we in de woongroep zouden blijven en dat ik ook door twee andere vrouwen zou worden opgevoed, maar uiteindelijk ben ik toch samen met mijn moeder ergens gaan wonen en heeft zij het in haar eentje gedaan. Ze had een lat- relatie met mijn vader - ik zag hem een keer per week - maar die is sinds een paar jaar weer voorbij.

"Ik vind dat mijn moeder mij goed heeft opgevoed. Ja, ik heb in een interview gezegd dat zij mij in feite niet heeft opgevoed, maar dat is een beetje overtrokken. Ze heeft de opvoeding na mijn twaalfde losgelaten. Ze zei: 'Je bent een zelfstandig en verantwoordelijk meisje'. Ze vertrouwde mij, ik mocht alles, maar ik denk dat ik veel minder had gemogen als haar was gebleken dat ik een bandeloos kind was dat alleen maar wilde roken en naar de drugs verlangde.

"Dus hing er 's middags, als ik uit school kwam, een touwtje uit de brievenbus en kon ik komen en gaan, wanneer ik maar wilde. Ik vond het heerlijk. Het gaf ook zo'n rust; ik hoefde er niet over in te zitten of er iemand thuis zou zijn, ik kon mijn eigen gang gaan. Ik houd er nog steeds niet van als iemand mijn handje vast wil houden.

"Ik ben van haar gemaakt, uit haar genen opgebouwd. En dan ben ik ook nog eens alleen door haar opgevoed. Het spreekt bijna vanzelf dat mijn moeder een voorbeeld voor mij is. Zij is heel zelfstandig, laat zich niet zo maar iets vertellen. Net zoals mijn moeder zie ik mezelf ook niet met man en kinderen aan de keukentafel zitten. Ik zou niet weten hoe zoiets moet. Er waren in mijn buurt nauwelijks traditionele gezinnen. Ik zat op een zogenaamde zwarte school. Het enige andere Nederlandse meisje dat ik kende werd ook alleen door haar moeder opgevoed en mijn beste vriendin, een Marokkaanse, had wel zes zusjes maar die vader was er niet zo vaak. Ik heb dus nooit iets interactiefs tussen ouders en kinderen of broers en zussen gezien. Misschien gaat het allemaal vanzelf, ik weet het niet.

"De band met mijn vader is iets minder krachtig omdat ik hem minder zag, maar als ik bij hem was, waren we wel echt samen. Een lieve vader. Op een goede dag gingen we naar McDonald's of keken we samen televisie. We delen een interesse in techniek en wetenschap; die bèta-kant heb ik van hem. Misschien heb ik die lieve kant óók van hem. Mijn moeder ergerde zich er aan dat ze nooit eens iets over iemand kon zeggen - wat een rare man, of zo - zonder dat hij het dan voor die ander ging opnemen. Dat doe ik ook, automatisch. Zit ik met mijn vrienden, zegt er iemand: 'dat is zo'n stom meisje!', begin ik haar te verdedigen. Terwijl ik haar dus helemaal niet ken. Pas halverwege denk ik: wat lul ik nou eigenlijk?

"Ik ben blij met mijn ouders. Ze houden onvoorwaardelijk van mij en zijn erg open-minded. Misschien heb ik daardoor ook zo weinig hang naar hun erkenning; ik weet toch wel dat ze het goed vinden wat ik doe."

VI Gij zult niet doodslaan
"Laatst droomde ik dat ik iemand had vermoord en daarbij ook nog dat het zo'n kutgevoel opleverde. Mijn leven was verpest, besmet, niet omdat ik die ander had gedood, maar omdat ik nu voor altijd met dat gevoel zat opgescheept. Dat was de grootste opluchting toen ik eenmaal goed wakker was: yes! Ik hoef me niet zo rot te voelen. Ik wil dus om egoïstische redenen niet doden. Voor dieren geldt dat niet nee... alhoewel ik een soort fobie heb voor halfdode dieren - een soort nicheje in de angstsector - en om die reden niet zelf een dier zal doodmaken. Ik heb wel eens muizengif gestrooid maar dan krijg je van die halfdode, nog nahijgende beesten overal. Dat vind ik niet per se zielig, ik vind het vooral vies. Ik ben ook niet echt bang voor spinnen, maar sommige zijn net kreeften. Als ik er zo een zie lopen zet ik er een pan overheen - die ik vervolgens niet meer durf op te tillen. Staat er dus een half jaar zo'n omgekeerde pan in huis. Toch kan ik me voorstellen dat ik er in sommige gevallen minder moeite mee zou hebben om een dier te doden. Als ik in de rimboe was en ik had vet honger, dan schoot ik zo een aap neer."

VII Gij zult niet echtbreken
"Mijn langste relatie heeft drie maanden geduurd. Ik vond het beknellend. Eigenlijk al na twee weken, maar... Ik weet niet of ik beter was geweest in het onderhouden van relaties als ik door twee ouders was opgevoed. Misschien heb ik het niet in me. Ik heb het, eerlijk gezegd, ook wel een beetje laten verslonzen.

"Een paar jaar geleden vond ik het nog moeilijk om er goed op te reageren als iemand met wie ik een beetje scharrelde ineens meer wou dan ik. Dat brak ik meestal gewoon af, of ik liet niks meer van mij horen. Inmiddels word ik al een beetje bang als ik uitga met mannen die mij leuk vinden; ik begin er niet meer aan omdat ik er tegenop zie er weer mee te moeten stoppen. Ik probeer er nu voor te zorgen dat we allebei weten waar we aan toe zijn: het kan één avond duren, of tien, maar we gaan niet meteen samen op vakantie of elkaar de eeuwige trouw beloven. Maar goed, iets meer dan een scharrel? Soms denk ik dat ik er wel aan toe ben. Hoe zou het zijn om de teugels een beetje te laten vieren? Om uit te vinden hoe dat gaat. Ik zie hoe leuk het soms bij anderen is. Ik ben nog niet actief op zoek hoor, maar ik ben er wel wat minder strikt in. Volgens mij zou het kunnen, een relatie, naast mijn werk. Ik schrijf toch wel door."

VIII Gij zult niet stelen
"Ik zal mezelf, of anderen, niet zo maar iets opleggen. Regels zijn vaak contextgebonden. Als een hongerig kind een appel steelt, heb ik daar niks op tegen. Maar wij, zoals we hier zitten, willen elkaar toch niet beroven? Ik voel in ieder geval die impuls niet. Stel je voor dat ik straks thuiskom en jouw opname-apparaatje uit mijn tas haal? Dan zou ik me niet prettig voelen. In overdrachtelijke zin zal ik zeker niet stelen. Het is mijn eer te na om iets van een ander over te schrijven. Alsof ik het zelf niet kan bedenken. Renske de Greef (columniste NRC-Next, AV) is een vriendin van mij. We denken zo'n beetje hetzelfde, we zitten in dezelfde scene, hebben dezelfde vrienden. De kans is dus best groot dat onze columns een bepaalde overlap hebben. Ze zal een heel andere column schrijven over - ik zeg maar wat - 'snorren' dan ik, maar het lijkt me toch naar om te moeten lezen dat we hetzelfde onderwerp hebben behandeld. Daarom hebben we afgesproken elkaars columns niet meer te lezen.

"Onafhankelijk zijn. Dat heeft er altijd al ingezeten. Op school schreef ik ook nooit iets van iemand over. Het was eerder andersom. Ik wil gewoon niet dat iemand denkt dat ik het zelf niet kan. Dat ik niet goed ben. Of zwak. Ik weet niet hoe dat komt. Groot ego, misschien."

IX Gij zult geen valse getuigenissen spreken tegen uw naaste
"Mijn columns zijn altijd één op één. Natuurlijk laat ik ook dingen weg, maar dat doe jij straks ook. Deze zin heb je laten staan, andere hebben het niet gehaald. Als ik mij ellendig voel, schrijf ik dat op. Maar niet iedere week. Niet drie depressieve columns achter elkaar, na twee serieuze stukjes, één grappige - daar denk ik over na, zo houd ik het leesbaar.

"Ja, soms laat ik ook #levensverdrietjes op Twitter achter. Heb je het gelezen? Wat lief! Die moet je niet al te serieus nemen hoor. Ik heb er eens een geschreven over een knijpbal, een poppetje, waar ik het neusje van had afgetrokken. Dat werd: 'En toen sloeg de zondag zomaar om in de dag waarop ik per ongeluk het topje van zijn neus trok'. En onlangs had ik een nieuw levensverdrietje: 'Om 4.00 stond ik op en noteerde ik zaken die alles anders zouden maken, nu kan ik ze niet meer lezen.'

Dat zijn komisch-melancholische dingetjes. Leuk om op Twitter te zetten. Ik vind het vanzelfsprekend om te schrijven over wat ik voel. Het is voor mij nog altijd net alsof ik mij tot mijn vrienden richt. Ik wil tijdens het schrijven er niet over nadenken dat zoveel mensen het zullen lezen. Tot dit moment dacht ik ook niet na over de reden waarom ik hier met jou zit te kletsen. Nu bedenk ik ineens: o, mijn god, Trouw-lezers! Hoe zullen ze over mij denken? Hoe groot is de oplage eigenlijk?"

X Gij zult niet begeren uws naasten huis; gij zult niet begeren uws naasten vrouw, noch zijn dienstknecht, noch zijn dienstmaagd, noch zijn rund, noch zijn ezel, noch iets dat van uw naaste is
"Een tijdje geleden zag ik op Facebook dat iemand die ik leuk vind al met iemand anders was en toen ik een paar weken later een bericht kreeg van een vriendin die met haar nichtjes in de rij stond bij de Python, dacht ik: huuu, ik heb bijna geen familie, ik heb geen relatie en ik ben al heel lang niet in de Efteling geweest! Jaloezie is woede om wat je niet hebt. Doordat ik mij heb gestort op wat ik wel kan - schrijven - is datgene waar ik minder goed in ben - een relatie onderhouden - er nogal bij ingeschoten. Als ik dat óók wil, zal ik er mijn best voor moeten doen.

"Het succes in mijn werk is tot nu toe een mooie compensatie geweest. Ik wilde een tien halen. Dat wil ik nog steeds. Ik ben een streber, maar niet op een vervelende manier. Wat ik heb, wil ik graag houden. Ik wil graag steeds beter leren schrijven, maar ik wil vooral dat mensen mij blijven erkennen.

"Bij het verschijnen van mijn eerste twee boeken was ik supernerveus. Eerst vanwege het debuut, toen vanwege de opvolger - het waarmaken van een belofte. Het duurt nog een half jaar voordat mijn derde boek verschijnt, maar ik geloof dat ik dit keer minder zenuwachtig zal zijn. Ik denk dat ik beter kan relativeren. Toen ik met Renske meedeed aan de Boekenquiz (De avond van het boek 2012, 12 maart j.l. AV) besloten we in Wikipedia de lemma's van alle overleden en bekroonde schrijvers van dat jaar uit ons hoofd te leren. Ik zou Hella Haasse voor mijn rekening nemen en toen ik die enorme lijst romans zag staan dacht ik: als ik over veertig jaar ook zoveel boeken heb geschreven, wat doet deze derde titel er dan nog toe? Nul. Dus probeer ik mezelf bezig te houden met dit moment: een mooie recensie of een Facebook-like desnoods. Kleine dingen om naartoe te leven. Ik denk nooit zo aan later, aan waar ik op mijn sterfbed op terug wil kunnen kijken. Dat vind ik altijd zo'n rare gedachte, dan is het net alsof je alleen maar voor die laatste tien minuten hebt geleefd."

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden