Hangende buurman

JEAN JACQUES SUURMOND

Vakantie. Met onze Franse buurvrouw aan de arm lopen we langzaam de heuvel op naar het oude dorpskerkje. Ze heeft pas een kunstheup gekregen, vandaar. Mijn eigen benen zijn stijf van het timmeren en metselen in ons huis. En het kerkje is ook al niet meer erg gezond en lenig. De klok mag niet geluid worden, vanwege instortingsgevaar.

Binnen worden we begroet door de buurman die dichtbij mijn huis op het kruispunt hangt. Hier bevindt hij zich hoog in de balken. Als een verlegen meisje klemt hij zijn dijen tegen elkaar. Zeker bang dat we zijn dorpse vriendenkring niet sjiek genoeg zullen vinden.

Inderdaad vraag ik me af waar ik nou toch in terecht ben gekomen. Een beetje in de trant van Gerard Reve: het is onzin om naar de kerk te gaan als er geen maatschappelijk voordeel aan verbonden is.

Ik zie een onzeker koortje, bestaande uit dames met steunkousen. Een zwetende dikke man wiegt in zijn bank heen en weer. De kaarsen op het altaartje staan scheef en de emotionele heiligenbeelden lijken zo weggelopen uit het televisieprogramma 'Spoorloos'. De oude pastoor mompelt in een microfoon die veel te luid staat. Na de kerkdienst zal hij ons op roddeltoon bijpraten over een geval van seksueel misbruik in het bisdom.

Hij leest de evangelietekst 'Laat de doden hun doden begraven, maar jij, volg jij mij'. In zijn preekje zegt hij: 'Il faut ici pénétrer le coeur du Christ' (we moeten hier doordringen tot in het hart van Christus). En opeens zie ik hoe die nepbeelden tot leven komen en ik hoor hoe het steunkousenkoortje met engelenzang de hemel opent. Alsof mijn hangende buurman zegt: welkom jij levende dode met al je zelfgenoegzaamheid, welkom in het echte leven.

Ik voel me betrapt en moet denken aan hoe ik vier jaar geleden als geestelijk verzorger in een huis voor ouderen begon. Ook toen dacht ik: waar ben ik nou in godsnaam terechtgekomen? De kerkdiensten werden gehouden in de kale eetzaal, zonder cantorij, mooie muziek of indrukwekkende liturgie. Ik ging daar wel voor, want dat hoort tot mijn takenpakket, maar innerlijk hield ik kritisch afstand. Ik stond daar met mijn stijve vooroordelen als een levende dode.

Totdat ik bij het avondmaal het brood in de handen van de dementerende deelnemers legde die het geroerd ontvingen, of er verbaasd naar staarden, of zeiden: 'Dat gaat er wel in'. Een vrouw zei afwerend: 'Ik niet, gekkie'. Ze reageerden volstrekt echt, naturel, zonder zich ook maar een snippertje anders voor te doen dan ze waren. Die dementerende ouderen waren meer levend dan ik toen was. Ik herinner me hoe beschaamd ik me voelde. Alsof er ergens in mij iets gebroken werd. Sindsdien sta ik daar veel spontaner in de kerkdienst en is alles gaan bewegen. Zo is er nu zelfs een mooie liturgische ruimte gebouwd.

Een tikje stram schuifel ik in het Franse kerkje in het rijtje kunstheupen en steunkousen naar voren voor de communie. Ik kijk omhoog naar mijn hangende buurman in de balken: hij is niet verlegen maar heeft X-benen, zie ik nu. Dat komt ervan als je je te veel met anderen identificeert.

Ik houd mijn hand op om het brood te ontvangen van de pastoor met zijn kegel (is hij al vanochtend vroeg in zijn lege pastorie met pimpelen begonnen?).

'Lichaam van Christus', zegt hij terwijl hij mij het gebroken brood geeft.

'Ik wel, gekkie', denk ik terwijl ik het in mijn mond stop.

Met verende tred loop ik terug naar huis.

undefined

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden