Handige hemeldoos

(Trouw)

In de hemeldoos van Joost Veerkamp kun je eindeloos grasduinen. Onschuldzeep, brandzalf. Inclusief toegangskaart voor het hiernamaals.

Joost Veerkamp verpakte zijn zestiende postzegelsupplement in een hemeldoos. Daarmee viert hij zijn twintigjarig jubileum als postzegelmaker. De doos is inclusief een toegangsbewijs voor het hiernamaals. „Dat hebben trouwe verzamelaars wel verdiend.”

De doos met de titel ’Mijn Hemel’ is tot in detail uitgewerkt. Onschuldzeep, brandzalf, een kaart. Je kan er eindeloos in grasduinen.

Een begeleidend boekje verklaart de artikelen die in de doos te vinden zijn. „Was vlak voor u doodgaat kleverige, hardnekkige zonden weg met onschuldzeep.”

Ook raadt het aan om altijd het meegeleverde label in te vullen en aan een teen of vinger te bevestigen. „Het transport van uw geestelijke en lichamelijke bagage is niet onfeilbaar.” De tekst bij het kopje ’evaluatieformulier’ zegt dat de inhoud is samengesteld naar de huidige, ontoereikende inzichten en roept op het formulier terug te sturen. „Desnoods oningevuld: dan is duidelijk dat u in elk geval ergens bent.” Want „dankzij uw inspanning zullen toekomstige generaties beter op het hiernamaals zijn voorbereid.”

Het postzegelalbum, waar de doos deel van uitmaakt, had op hoogtijdagen zo’n duizend abonnees. Inmiddels zijn dat er een kleine vijfhonderd. De cinderella’s (postzegels zonder frankeerwaarde) die in het album zitten, zijn bijna allemaal door Veerkamp zelf gemaakt.

Joost Veerkamp (1953 en woonachtig in Heemstede) noemt het album ’absoluut het idiootste project’ tot nu toe. Hij maakt verder kaarten, prenten en boeken. Zijn tekeningen zijn realistisch en uitgevoerd in de klare lijn.

Twee kunstenaars ontwierpen elementen uit de doos. Eerst zou Veerkamp de doos maken samen met ’multitalent’ André Olgers, die al eerder soortgelijke projecten uitvoerde, maar overleed. „Een idioot toeval dat hij voortijdig afreisde.”

Het postzegelalbum, waarvan de doos het zestiende deel is, werd onder meer geboren uit wroeging. Veerkamp komt uit een katholiek nest. „Mijn vader wilde me leren sparen, ik was te wild.” Het idee was dat vader Veerkamp een postzegelcollectie begon en dat zoonlief later verder zou sparen.

„Ik zeuren natuurlijk. Waneer krijg ik dat album nou?” Maar toen het op zijn vijftiende verjaardag zover was, bleek Veerkamp toch andere plannen te hebben.

Hij nam het album meteen mee naar de postzegelmarkt. „Een elektrische gitaar vond ik veel mooier”, lacht de kunstenaar. Vijfentwintig gulden leverde het album op. Precies genoeg om een Egmond-gitaar te kopen. „Legendarisch slecht.” Het beroerdste was volgens de gitarist in spe, dat hij helemaal geen gitaar kon spelen. „Ik had ontzettend veel spijt, dat ik mijn album verkocht had.”

Om het een beetje goed te maken, begon Veerkamp zijn eigen postzegelalbum. Hij laat een blauw, linnen album zien. ’Het postzegelalbum van Joost Veerkamp’ staat er in sierlijk gouden letters op, geflankeerd door twee leeuwen.

De ontwerpen van de zegels zijn geïnspireerd op werk van ervaren kunstenaars. Van die mensen leer je tenminste wat, in tegenstelling tot zijn opleiding aan de Rijksakademie van Beeldende Kunsten, beweert Veerkamp. „Daar leer je alleen een trucje. Omdat ik de hele dag modellen tekende, kon ik dat na een jaar heel goed. Maar na twee maanden vakantie, was ik dat automatisme weer kwijt.”

Het geheim van goed tekenen zit volgens Veerkamp in de hoofden van kunstenaars. Hij wijst naar een stoel die buiten in de tuin staat. „Als ik hier tien kunstenaars naast elkaar zet, krijg ik tien verschillende interpretaties van die stoel. Die bekijk ik een voor een, en plotseling zie ik: déze tekening laat het wezen van de stoel zien! Maar hoe heeft die kunstenaar dat voor elkaar gekregen? Die vertaling, daar leer je wat van.”

Dus besluit hij –op postzegels– het werk van kunstenaars na te maken die hij bewondert. „Want van jezelf kun je niets leren.” Bijvoorbeeld Cornelis Jetses die onder meer Ot & Sien tekende. „Geweldig.”

Op de zegels herken je Ot & Sien direct aan de stijl, maar als je kijkt wat de kinderen uitspoken, blijkt dat Veerkamp er zijn eigen draai aan geeft. „Natekenen is te simpel.”

Ot kruipt bij Sien onder de jurk en ze liggen te vrijen in een ton. Een parodie op Kuifje naar Amerika – Cruijffje mist Amerika – laat Dick Advocaat zien die de wereldbeker in zijn ene hand houdt en een middelvinger naar Cruijff opsteekt die boos achter een doelpaal staat. Want Cruijff wilde in 1994 toch niet als bondscoach naar het WK in de VS. De ’Kuifjezegels’ zijn een van de weinigen die Veerkamp oorspronkelijk niet als postzegels ontwierp. Zij sierden ooit de omslag van Vrij Nederland. De tekeningen leken zo echt op de originelen, dat Veerkamp door de erven van Kuifje’s geestelijk vader Hergé werd aangeklaagd wegens plagiaat.

Ook de hemel moest een plekje krijgen in de verzameling. Want volgens Veerkamp is de hemel als concept fantastisch en voor een kunstenaar geweldig om iets mee te doen. Het interesseert hem eigenlijk niet zoveel of de plaats ook daadwerkelijk bestaat.

Hij vindt het wel vreemd dat christenen zo weinig met de hemel doen. „We gaan dood en hopen maar dat het goed komt.”

Chinezen geloven dat de rook je meeneemt naar de hemel, vertelt de kunstenaar „Mijn vrouw zag eens hoe ze een levensgrote papieren Mercedes verbrandden. Dat noem ik nog eens nazorg.”

Zo’n functie heeft de hemeldoos ook. „Als je die meeneemt, kun je in ieder geval bewijzen dat je in de hemel geloofde.”

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden