Handen in de aarde, contact met het hogere

Voor de deelnemers aan tuinweek op landgoed Stoutenburg is het oogsten, wieden en rooien. (Trouw) Beeld
Voor de deelnemers aan tuinweek op landgoed Stoutenburg is het oogsten, wieden en rooien. (Trouw)

Overal in Nederland komen ze samen: de mensen die deze vakantie niet naar de zon gaan, maar kiezen voor geestelijke ontwikkeling. Elke week zoekt Trouw ze op. Vandaag: wroeten naar het wonder in de tuin.

’Een monnik zei eens: het was bijzonder dat Jezus over het water kon lopen, maar het is minstens zo bijzonder dat wij over de aarde kunnen lopen.” Met deze woorden nodigt Franciscanenbroeder Guy Dilweg de groep deelnemers aan de tuinweek van het Franciscaans Milieuproject Stoutenburg uit met hem in stilte door het bos te wandelen. „Probeer de schepselen die je tegenkomt als verwanten te zien”, geeft hij als opdracht mee voor onderweg. Bij de ’paddenpoel’, een watertje aan de rand van het bos, houden ze halt. Als vanzelf draaien de deelnemers hun gezicht in de ochtendzon. „Laat de nieuwe dag op je inwerken. Rek je uit naar de hemel”, zegt Dilweg met zijn handen omhoog, „naar de aarde” – voorover gebogen „en naar de wereld om je heen” – het lichaam maakt een cirkelbeweging. De natuur is begroet, de dag kan beginnen.

Het is een klein groepje deelnemers aan de tuinweek op landgoed Stoutenburg, zes man in totaal. Veel meer is ook niet de bedoeling. Tijdens de week leven de deelnemers namelijk mee met de communiteit van het Franciscaans Milieuproject Stoutenburg. Daar wonen vier gemeenschapsleden, die dagelijks worden bijgestaan door vrijwilligers.

De religieuze communiteit, in 1991 opgericht in het voormalig Franciscaanse klooster, wil leven in ’verbondenheid met de natuur’. Een belangrijk onderdeel van hun milieubewuste levenswijze vormt de moestuin: op biologische wijze verbouwt de gemeenschap daar zo veel mogelijk haar eigen eten. Omdat je op die wijze kilometervrij en eerlijk eten hebt. Maar ook om contact te maken met de natuur.

Elke dag volgt een vast ritme: half acht ochtendmeditatie, acht uur ontbijt, elf uur koffie, een uur lunch, drie uur thee, half zes middagmeditatie, zes uur eten en half tien avondmeditatie. Het luiden van een bel markeert de vaste momenten. ’s Ochtends en in de namiddag zijn de deelnemers in de tuin.

„Kijk, de moederaardappel is opgegeten, ze heeft zich aan de kinderen gegeven.” Met een vork heeft Cocky van Leeuwen, al vanaf het begin betrokken bij de tuin, de grond onder een aardappelplant omgeschept. Zojuist zijn in de tuin, zo’n halve hectare groot, de taken verdeeld voor die ochtend: pruimen uit de boom schudden, boontjes oogsten, tussen de aardbeien wieden en aardappels rooien. De twee die gaan rooien doen dat voor het eerst. „Van de aardappel die vorig jaar is gepoot, is alleen een schilletje over”, laat Van Leeuwen zien. „Maar daaromheen liggen zo’n acht nieuwe aardappelen verstopt in de aarde.” Behendig wroet ze in de grond en gooit de aardappeltjes die ze vindt opzij. Bijzonder, reageren de twee vrouwen die naar de uitleg luisteren.

„Het is net schatgraven”, omschrijft Aaltje, die al voor de achttiende keer bij een tuinweek is, lachend het aardappels rooien. „Dat doe ik hier ook figuurlijk”, voegt ze er serieus aan toe.

Na twintig minuten rooien klinkt er een belletje. Tussen de bloemen en groenten komen mensen omhoog, strekken zich uit, en kijken rond. Dan gaat de bel nogmaals en duikt iedereen weer op de grond. „De bel helpt me om weer aandacht te krijgen voor wat ik doe”, verklaart deelneemster Trijnie. „Door even te stoppen en niet met de trein van gedachten mee te gaan.” De hele ochtend, als er in stilte wordt gewerkt, luidt om de twintig minuten de bel. Het is een gebruik dat zijn inspiratie vindt bij de Vietnamese boeddhistische monnik Thich Nhat Hanh. Die stelt dat je elk geluid kan aangrijpen om even bij het nu stil te staan.

Trijnie vindt in deze week op Stoutenburg wat ze noemt een ’aardse spiritualiteit’. „Ik sta hier met beide benen op de grond, en de handen in de aarde, maar er is ook contact met het hogere. Ik zie een wonder in alles wat groeit en leeft.” Spiritualiteit en natuur zijn voor haar onlosmakelijk verbonden. „En ik ben gelukkig niet de tuinvrouw. Ik hoef alleen een stukje te wieden. En als dat vandaag niet lukt, dan lukt het morgen wel.” Dat laatste heeft ze hier geleerd, voegt ze er aan toe.

„Kennis en productie voeren in deze tuin niet de boventoon.” legt communiteitslid Van Leeuwen uit. „We leveren aan niemand. Als er het ene jaar veel bietjes zijn, en het andere jaar veel wortels, maakt dat voor ons niet uit. Als de sla mislukt eten we zevenblad.” Het tuinieren omschrijft ze als een spel met de natuur. „We willen de natuur niet verstoren, zoals je doet met bestrijdingsmiddelen, maar proberen een evenwicht te vinden. Het is een samenwerking met de natuur, waar je voortdurend van leert.”

Als voorbeeld laat ze een plant met groene stengels zien, die op en tussen veel bedjes groeit. Het is heermoes, een hardnekkig onkruid met diepe wortels, ook wel bekend onder de veelzeggende bijnaam akkerpest. „Dit dook ineens overal op. Je eerste reactie is er tegen in gevecht gaan, maar hoe meer je er tegen strijdt, hoe meer er komt. Dus stel je de vraag: wat betekent het dat deze plant hier nu groeit?” Van Leeuwen ging erover lezen, en kwam erachter dat in heermoes veel kiezelzuur zit. „Mensen en planten hebben daar vaak een tekort aan. Het zegt dus eigenlijk: ik kom je helpen. Dus nu houden we het een beetje bij en maken er een aftreksel van voor de planten. Na een aantal jaar zal het vanzelf weg gaan en steekt er een nieuw onkruid de kop op.”

De opbrengst van deze manier van tuinieren vergt in de keuken soms wat creativiteit. Zo staat er bij de broodmaaltijd een ongebruikelijk potje jam op tafel. „Vorig jaar was er een enorme oogst van courgettes. Om die te conserveren hebben we er courgettejam van gemaakt, met gember en citroen”, verklaart Carolien Looman, sinds 2002 communiteitslid en vaak in de keuken bezig. „Je kookt niet vanuit een kookboek, of waar je trek in hebt, maar vanuit wat er voor handen is.” In een ruime kelder worden de oogsten bewaard, ingemaakt als jam of chutney, kisten met aardappelen, en diepvriesvakken vol rode bessen.

In de tuin doen de deelnemers graag het nodige werk om te helpen dit voedsel te verbouwen. Deelneemster Diny is op haar knieën aan het wieden tussen de bietjes en de pastinaak. Dat vindt ze het leukst, maar eigenlijk vindt ze alles leuk wat noodzakelijk is. „Ik heb gisteren de hele morgen in mijn uppie gewerkt. Heerlijk. Je kunt wat dingen overdenken, stil staan bij het diepere”, zegt ze, terwijl ze goed moet opletten de schorseneren niet mee te wieden. Die staan nogal verstopt. „Maar niet te zwaar hoor, het is ook ontspannen. En ik vind het heerlijk als de bel weer gaat.”

’s Avonds worden op een lange tafel onder een pergola van druiven de schatten uit de tuin opgedist. Nieuw geoogste aardappeltjes uit de oven met verse sperzieboontjes, koolsla en chutney van appel, basilicum en rode bessen. De deelnemers laten het zich smaken. Een leven in soberheid is zo vies nog niet.

Lees hier eerdere afleveringen van de zomerserie Werkvakantie.

Bekijk hier welke religieuze en spirituele activiteitencentra er bij u in de buurt zijn.

Kijk voor meer informatie over de tuin- en meeleefweken op www.stoutenburg.nl

(Trouw) Beeld
(Trouw)
Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden