Handen af van onze kolenmijn en gascentrale

erfgoed | Zijn windmolens gedrochten? Niet in de ogen van de komende generaties, stelt de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed in een rapport. Nieuwe energieprojecten werden vroeger ook verfoeid, maar nu zijn ze geliefd.

Aan de oever van de IJssel in Zwolle staat een gascentrale. Een grote jongen. Dit monumentale bouwwerk, de Harculo-centrale van energiebedrijf Engie, gaat na de zomer tegen de vlakte. Na zestig dienstjaren is hij niet meer nodig. Het oude besje draait, mede vanwege de hoge gasprijs, al tijden niet meer.

Gaat de vlag uit in Zwolle, om het afscheid van de fossiele reus te vieren? Nee. De regio reageert overwegend sentimenteel op het besluit. Belangengroepen willen de centrale behouden. De plek waar door velen noeste arbeid werd verzet is cultureel erfgoed, vinden ze. Te mooi om af te breken.

Breekt er in de toekomst ook een moment aan dat burgers in verzet komen als windmolenparken of hoogspanningslijnen weg worden gehaald omdat ze met pensioen kunnen? Het klinkt gek. Onwaarschijnlijk ook, gezien alle weerstand. Maar geheel ondenkbaar is het niet, leert het verleden.

Omarming komt met de jaren. "Toen er in de Zaanstreek klassieke windmolens verschenen vonden Amsterdamse gilden dat niet fraai", weet Hans Lars Boetes van de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed. "Door hun weerstand werden pas twintig jaar later de eerste molens in Amsterdam neergezet." Lokaal protest is écht van alle tijden, zegt Boetes. Durf de oer-Hollandse molens in Mokum nu maar eens aan te raken. Dan zwaait er wat. Afblijven.

Nog zoiets: de Limburgse kolenmijnen. Ja, de regio beseft dat de mijnbouw vervuilend is. Maar vorig jaar, het 'Jaar van de Mijnen', herdacht Limburg vol nostalgie dat een halve eeuw geleden besloten werd tot sluiting van de mijnen. Vroegere mijnkoloniën kregen de status van beschermd dorpsgezicht. En in kunstcollecties doen lieflijk geschilderde gezichten op schatbokken, koeltorens en schoorstenen in het Limburgse landschap het goed.

Verzoening

Zeker als omwonenden het nut en de baten gaan zien, kunnen ze zich verzoenen met energiebouwwerken en -infrastructuur. Om zich er uiteindelijk sterk aan te hechten, stelt de Rijksdienst in het rapport 'Energie, Erfgoed en Ruimte'. Directeur energie & omgeving Meindert Smallenbroek van het ministerie van economische zaken neemt het document in ontvangst op een symposium in Amersfoort. Het thema van de bijeenkomst: de integratie van nieuwe energievormen in het Nederlandse landschap. Ontwikkelaars en ambtenaren kunnen lessen trekken uit het verleden. Immers: verandering van het landschap door invulling van de energiebehoefte is van alle tijden. Steeds weer drukte de honger naar energie zijn stempel op landschap: door groei van houthakbossen, droogleggingen voor turfwinning, de plaatsing van klassieke windmolens en winning van olie en gas.

Energiewinning leverde in het verleden allerlei industrieterreinen en centrales op. Lelijk en degelijk vond men die destijds. Precies die gebouwen en gebiedjes worden nu gewaardeerd. Ze komen op lijsten om ze te conserveren, ze gelden als werelderfgoed. Denk aan het terrein van de Amsterdamse Westergasfabriek. Ooit industrieterrein met een grote gassilo, nu geprezen om de architecturale waarde en in gebruik als cultuurbolwerk.

"Met de overgang naar een andere energievoorziening voegen we aan die rijke biografie van Nederland een nieuw en spannend hoofdstuk toe", zo slaat de Rijksdienst de brug naar het heden. In 2023 moet 16 procent van de energie in Nederland schoon zijn. Dat vraagt om allerlei installaties en centrales die in meer of mindere mate het aanzicht van stad en land gaan bepalen. Zonnepanelen op daken en velden, windturbines op land en te water, biomassavelden, waterkrachtinstallaties, aardwarmteputten en ga zo maar door.

Landschapsmonumenten

Door nieuwe energieprojecten met zorg te integreren kunnen ze de schoonheid en geschiedenis van een landschap soms onderstrepen, denkt landschapsarchitect Berthe Jongejan van de Rijksdienst. Volgens haar duurt het niet lang meer voordat de eerste 50 kV-stroomlijn bij Dodewaard uit 1969 erkend erfgoed wordt. Net als het eerste windmolentje, een exemplaar uit 1981 bij Petten. En wie weet wacht op termijn hetzelfde lot voor nu nog uitgejoelde windmolens en hoogspanningsmasten. Dit kunnen de 'toekomstige monumenten van ons landschap' zijn, denkt Jongejan.

Haar collega-landschapsarchitect Dirk Sijmons is ook aanwezig vanmiddag bij de presentatie van het advies van de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed. Hij houdt zich bij het bureau H+N+S bezig met het vraagstuk: hoe pas je hernieuwbare energieprojecten mooi en goed in binnen het landschap? Volgens hem is de wijze waarop een omgeving reageert op verse energieopwekkers goeddeels een psychologisch proces.

De weerstand vandaag de dag tegen windmolens en zonneparken - een walletje moet die vaak ook aan het oog onttrekken - heeft volgens Sijmons te maken met het besef dat fossiele energie eindig is. En daarmee ook de ongebreidelde consumptie van brandstoffen en spullen. Sijmons vergelijkt de energietransitie van fossiele naar schone energie met de komst van baanbrekende maatschappelijke veranderingen in het verleden. Wonen in flats, de opkomst van televisie en film: het leverde in eerste instantie ook een 'gistend mengsel van emoties' op. Angst en woede.

De snelheid waarmee het landschap verandert, is enorm toegenomen, erkent de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed. "We deden er vierhonderd jaar over om het veenlandschap te ontginnen en polders te maken. Binnen een eeuw transformeerden we van een agrarische samenleving tot een industrieel land dat afhankelijk werd van steenkool, aardolie en gas."

Of de omgeving in de huidige transitie genoeg tijd heeft om van gewenning over te gaan tot liefde, is daarom de vraag. Elk type landschap kan een bepaalde hoeveelheid energie-installaties aan, denken ze bij de Rijksdienst.

Generatiekloof

Uit een onderzoek van energiebedrijf Nuon bleek deze maand dat windenergie voor jongeren nu al vanzelfsprekend is. Een generatiekloof wordt zichtbaar. Voor jongeren zijn turbines niet meer weg te denken uit het landschap, constateert hoofd ontwikkeling windenergie Margit Deimel van Nuon. "Het gevolg is ook dat men er door de bank genomen veel minder moeite mee heeft dan de ouderen, die zich wellicht het landschap zonder windmolens nog herinneren."

Nederland is volgens de Rijksdienst verre van uniek met de 'nee-houding' tegenover nieuwe energievormen die het blikveld bepalen. In Europese landen die wel veel ruimte hebben, neem Portugal, zetten mensen net zo goed de hakken in het zand.

Weerstand ontstaat niet door verandering, denkt Boetes, maar door de vrees dat gevestigde waarden verloren gaan. Het is eigenlijk net de Brexit. "De oudere generatie stemde tegen omdat ze good old England wilden redden. De jongeren zagen in Europa de nieuwe waarde voor de toekomst."

undefined

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden