Handelsvolk uit Ecuador trommelt zich rijk in Europa

OTAVALO - 's Zomers verschijnen ze voor veel Europese treinstations: de tokkelende, trommelende en fluitende indianen uit Ecuador met een dikke zwarte vlecht en indiaanse hoed. Ze zeggen allen afkomstig te zijn uit de stad Otavalo, op ongeveer drie uur rijden ten noorden van de hoofdstad Quito. Terwijl de gemiddelde Ecuadoraan zich gesloten en apathisch opstelt, schitteren de indiaanse bewoners van deze stad - Otavaleños - door assertiviteit en handelsgeest.

MARIANO SLUTZKY

“Moeilijk te zeggen. Wij zijn altijd reislustig geweest”, krijgt men in het, voornamelijk door indianen bevolkte Otavalo iedere keer als uitleg op de vraag waarom dit stadje in het nooren van Ecuador er zo uitpringt. Historisch gezien vertonen de Otavaleños niet veel verschillen met andere indianen: ze zijn ook door de Spanjaarden gekoloniseerd en tot het katholicisme bekeerd. Maar, anders dan de Sulasacas, Pilahuines en andere indianenstammen vertonen de Otavaleños een nadrukkelijke trots en geloof in eigen volk en cultuur, die ze uiten door onder andere een opvallender en kleuriger kleding. Daarnaast accepteren ze geen vernederingen door mestiezen, hebben een vlotte babbel en een ondernemingszin die andere indiaanse stammen minder kennen.

Maar ze worden door de volksmond in Ecuador van etnocentrisme beschuldigd. Gemengde huwelijken en vriendscahppen met leden van ander etnische groepen en indianenstammen zouden afgekeurd worden en ze zouden in hun streven naar maximale winst over lijken gaan.

Dat valt wel mee. In Otavalo blijken gemengde huwelijken voor te komen, zij het minimaal. “Wij blijven graag bij elkaar want wij begrijpen elkaar”, luidt iedere keer het antwoord. Daarnaast hebben de Otavaleños de naam keiharde handelaren te zijn.

“Tja, in zaken hebben wij geleerd hard te zijn. Anders worden wij door anderen continu opgelicht”, zegt marktvrouw Maria de la Fuente, die samen met haar moeder en twee dochters elk weekend souvenirs aan toeristen verkoopt. Ze kan er goed van rondkomen, al wil ze niet zeggen hoeveel ze verdient. Haar man, die panfluit speelt in een muziekgroep, bevindt zich thans in Europa. Waar precies weet ze niet, maar dat kan haar eigenlijk niet zoveel schelen. “Als hij maar met veel geld terugkomt”, zegt ze.

De Otavaleños zijn al vele jaren een ondernemend volk. Door hun ondernemersgeest zijn ze oververtegenwoordigd in de binnenlandse handel. Zo'n twintig jaar geleden begonnen ze ook Ecuadoriaanse produkten in buurland Colombia te verkopen. Later zijn er vele jongeren als muzikanten naar Europa en de VS vertrokken. Het geld dat ze op braderieën, stations en winkelcentra verdienden heeft vele anderen aangemoedigd om de overtocht te wagen.

Maar bij de vraag hoe ze het vliegticket en de verblijfskosten bekostigen blijkt dat velen met weinig weggaan en nog met minder terugkomen. Jaime Gonzalez vertrok als één van de eersten. “Als een tournee mislukt, is niet alleen het aanzien van de muzikanten beschadigd maar zijn ze ook bankroet. Velen geven namelijk hun landgoed, paarden of een huis aan de reisagent of het familielid, dat het geld leent als onderpand.”

Gonzalez heeft inmiddels gekozen niet meer weg te gaan want hij vindt deze vorm van seizoenarbeid een van de belangrijkste oorzaken van verloedering. “Jongeren gaan weg voor een half jaar en ze kunnen vaak niet aan de verwachtingen van de familie voldoen. Velen raken verslaafd aan alcohol of gaan ergens anders wonen.”

Ook ziet hij met lede ogen hoe schrijnend de scheidslijn tussen de armen en de rijken in Otavalo zich ontwikkelt. Terwijl in andere Ecuadoriaanse steden deze scheidslijn parallel loopt met etnische verschillen - mestiezen rijk en indianen arm - zijn de rijken in Otavalo vaak van indiaanse afkomst. “Degene die in Europa succes heeft en rijk terugkomt, heeft geen zin om aan mingas (werkzaamheden voor gemeenschappelijke voorzieningen - red.) mee te doen. Dit is even pijnlijk”, zegt Gonzalez.

Inderdaad, in de stad kan men op enkele meters van zeer luxueuze huizen hele gezinnen zien die op straat leven. Opvallend is dat draagbare telefoons en stoere jeeps inmiddels statussymbolen zijn geworden voor de indiaanse Otavaleños.

In het economische leven van de Otavaleños blijft de mercado de artesanias centraal. Op dit centrale plein verdringen zich elk weekeinde enkele honderden indiaanse marktlui om kettingen, geweven rugtassen, instrumenten en andere ambachtelijk vervaardigde produkten te verkopen aan de vele toeristen die gedurende het hele jaar Otavalo bezoeken. Voor deze marktlui zijn overigens vele Otavaleños als leveranciers, vervoerders en sjouwers werkzaam.

Na afloop van de markt begeven de meeste indiaanse mannen zich naar de arena voor het hanengevecht. Daar, waar geen toerist komt, wordt tussen de weddenschappen door de balans van de dag opgemaakt. Onder veel gejuich en met veel sterke drank wordt de naïviteit van de gringos - verzamelnaam voor Westerse toeristen - op de korrel genomen. Kraamhouder Luis Cordero: “Ach weet je, sommige toeristen vragen erom opgelicht te worden. Ze gaan niet afdingen, niets. Ze zijn zo onder de indruk van de indiaanse goederen dat ze vaak niet door hebben dat ze teveel geld betalen.”

Maar hij heeft ook redenen om te klagen: “Colombiaanse toeristen zeuren en kijken zonder iets te kopen. Bovendien gaan ze onze spullen in hun land voor woekerprijzen verkopen.” En over zijn landgenoten zegt hij: “De meeste Ecuadoranen zijn lui. Ze trekken trouwens veel profijt van onze naam. Er zijn er velen met een indiaans uiterlijk maar niet van Otavaleño-afkomst die het haar laten groeien, een hoed opdoen en zich voordoen als één van ons.”

Maar de grootste ergernis voor hem is de moeilijkheid om in Europa muziek te maken. “Vroeger konden wij onbeperkt door Europa reizen. Maar tegenwoordig moeten wij steeds bewijzen dat wij voldoende geld bij ons hebben. Terwijl wij juist naar Europa gaan om er geld te verdienen! Bovendien, het kopen van een auto voor vervoer is voor niet-ingezetenen van Europa praktisch uitgesloten.”

Maar zijn buurman José wil ook toegeven dat er ook sprake is van verzadiging: “Met zoveel muziekgroepen is het dringen in Europa. Het komt voor dat er op één station verschillende groepen spelen. Dan kunnen wij hooguit met elkaar concurreren door ons leuker aan te kleden en muziekcassettes te verkopen. Het publiek geeft trouwens tegenwoordig minder want iedereen heeft ons deuntje al eens gehoord.”

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden