Handel krijgt vreselijk visioen bij verdrag tegen kunstroof

AMSTERDAM - Nederland wil af van zijn slechte imago op het gebied van de illegale kunsthandel. Daarom zet het vandaag zijn handtekening onder het Unidroit-verdrag. Zwitserland heeft dat twee dagen eerder gedaan. Naar verwachting zullen andere Europese staten het voorbeeld van deze twee kunsthandelnaties bij uitstek snel volgen.

Het Unidroit-verdrag is een initiatief van de Unesco, die al sinds de jaren vijftig probeert te voorkomen dat landen hun culturele erfgoed kwijtraken. In 1970 stelde de organisatie een conventie op, maar die vonden veel landen onaanvaardbaar. Ook Nederland kon zich er om praktische redenen niet in vinden. Volgens Marise Hueber, hoofd van de delegatie die namens Nederland de nieuwe onderhandelingen voerde, zat daar iets anders achter: “De geest en tijd waren er nog niet rijp voor.”

Inmiddels is doorgedrongen dat internationale regels nodig zijn. Het Unidroit-verdrag komt waarschijnlijk op de agenda van de Europese Unie als Ierland het voorzitterschap overneemt. Finland, Portugal, Frankrijk en Italië hebben het al ondertekend. En Duitsland is door de toetreding van Nederland opeens minder anti.

Groot-Brittannië blijft zich wel verzetten tegen het verdrag. Hueber: “Ze zijn daar doodsbang geworden sinds Griekenland de Elgin-marbles terugeiste. Bovendien voert de kunsthandel daar, uit angst voor haar broodwinning, een sterke lobby. Maar sinds bekend is dat zestig procent van de gestolen voorwerpen in Engeland op de markt komt, neemt de druk om maatregelen te nemen toe.” Net als in Nederland, waar recentelijk een aantal louche zaken aan het licht kwam.

Zo ontdekte de Rotterdamse douane in 1995 en 1996 containers vol kunstvoorwerpen uit Cambodja, Ghana en Thailand. De laatste twee hebben het Unidroit-verdrag nog niet ondertekend, maar Cambodja wel. Ook Kroatië, Hongarije, Zambia, China, Mexico, Costa Rica en Roemenië besloten al toe te treden.

In de ontwerptekst van het Unidroit-verdrag die vorig jaar in Rome werd aangenomen, staat onder meer dat een cultuurgoed mag worden teruggeëist door degene van wie het is gestolen. Dat kunnen ook staten zijn als het gaat om nationale monumenten. Nu beschermt de wet de (bonafide) eigenaar.

Volgens de nieuwe overeenkomst heeft degene die te goeder trouw een cultuurgoed bezit, recht op een redelijke vergoeding bij teruggave. Hij moet wel kunnen aantonen dat hij zorgvuldig heeft gehandeld bij de aanschaf. De bewijslast berust bij die persoon. Op dat punt wijkt het verdrag af van het Nederlands recht waarin de bewijslast bij de eisende partij wordt gelegd - met uitzonderingen in het milieurecht. Voor cultuurgoederen is de bewijslast in de bestaande EG-richtlijn al omgekeerd.

Volgens de huidige regels is het onmogelijk actie te ondernemen. De douane heeft geen opsporingsbevoegdheid voor illegale kunst en antiek, dus moet zij zich beroepen op een vermoeden van heling. Zij kan het materiaal ook laten taxeren. Als de waarde hoger blijkt dan in de papieren staat, mag zij invoerrechten berekenen.

Kunstrovers

“Ik ben blij dat Nederland een rem zet op de illegale export van cultuurgoederen”, zegt Rogier Bedaux van het Museum voor Volkenkunde in Leiden. “Want er gebeurden dingen die je niet meer kon uitleggen. Kunstrovers sloopten op grote schaal twaalfde-eeuwse tempels in Cambodja. Hun buit werd hier vrijelijk verhandeld, maar Nederland steunde wel de restauratie van die tempels.”

Bedaux heeft de vernielingen van archeologische vindplaatsen onlangs gezien op Mali. Ruim veertig procent van deze plekken is daardoor ongeschikt geworden voor archeologisch onderzoek. Dat is des te erger, omdat de geschiedschrijving een orale traditie is op Mali. Historici zijn in belangrijke mate afhankelijk van opgravingen.

Het Unidroit-verdrag valt goed bij de musea, maar slecht bij de kunst- en antiekhandel. Directeur Leo Lemmens van The European Fine Art Foundation (TEFAF) vertelt dat veilinghuizen vreselijke visioenen krijgen bij het idee ze voor alle voorwerpen die ze verhandelen een bewijs van goed gedrag moeten kunnen tonen.

Dat klinkt wat paranoïde, geeft Lemmens toe. “Maar als je zegt dat het wel mee zal vallen, zit je straks met een verdrag dat je niet meer kunt veranderen.” Alle overkoepelende verenigingen hebben dus een convenant opgesteld tegen de invoering.

Hier past een compliment voor Unidroit, want het heeft de Pictura Antiquairs Nationaal (PAN), de Vereeniging van Handelaren in Oude Kunst in Nederland, de TEFAF en de Nederlandse Vereniging van Galeriehouders (NVG) samengebracht.

Hun bezwaren richten zich onder meer tegen de ruime definitie van cultuurgoederen. De kunsthandel verwacht dat zij voortdurend onzeker zal zijn of een voorwerp er al dan niet onder valt. Die zorg is terecht, volgens Piet Pouw, Nederlands vertegenwoordiger van het International Council of Museums (ICOM). Hij ondersteunt de ondertekening van Unidroit van harte, maar hij noemt omschrijvingen zoals 'zeldzame collecties' of 'voorwerpen van etnologisch belang' ook wat vaag.

De kunsthandel protesteert verder tegen de lange verjaringstermijn (75 jaar vanaf het tijdstip van de diefstal). Museummedewerker Bedaux juicht deze richtlijn juist toe: “Tot nu toe konden kunstrovers hun buit tien jaar in een kluisje bewaren. Nu doen ze alle moeite voor hun achterkleinkinderen. Dat is in die wereld toch iets minder interessant.”

Over één bepaling in het verdrag slaakt TEFAF-directeur Lemmens een zucht van verlichting: als er een civielrechtelijke procedure wordt aangespannen, vindt die in Nederland plaats. “Ik moet er niet aan denken dat een Thaise rechter gaat bepalen of iets illegaal is uitgevoerd.”

De angst voor tientallen processen is volgens Justitie-medewerkster Hueber ongegrond. Want al ligt de bewijslast bij de nieuwe eigenaar, de tegenpartij moet ook veel huiswerk doen. Zo is er een bewijs nodig dat aangifte van diefstal is gedaan; dat het voorwerp beschermd wordt door de wet en dat het in strijd met de wet is uitgevoerd. Bovendien moet de roof hebben plaatsgevonden nadat het verdrag in werking is getreden. De bepalingen gelden niet met terugwerkende kracht.

“Ik verwacht ook geen golf van processen”, zegt Pouw van het ICOM. “Maar ik denk wel dat er meer onderhandelingen zullen plaatsvinden. Eind vorig jaar heeft veilinghuis Sotheby's in Londen al genereus meegewerkt aan de teruggave van gestolen kunst uit Cambodja. Zo'n houding is beter voor de reputatie van de kunsthandel dan haar strijd tegen het verdrag.”

Leo Lemmens reageert eerst fel op de kritiek: “De musea hebben dankzij hun gigantische budgetten en vaste salarissen alle tijd om gestructureerd na te denken over Unidroit. Wij zijn al blij dat we al die kleine antiquairtjes om de tafel krijgen. Maar onze opstelling is wat defensief, ja. Misschien hadden we duidelijker moeten maken dat we de bedoeling van het verdrag onderschrijven.”

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden