Handel in aardbevingspapiertjes

Beeld Kees van de Veen

De frustratie in Groningen over de afhandeling van aardbevingsschade loopt op. Een ander systeem om huiseigenaren te compenseren ligt op de tekentafel.

Hij heeft het zelf ook meegemaakt. Edwin Woerdman zat met zijn vrouw op de bank in Warffum, Noord-Groningen, toen er een beving aan kwam rollen. "De hele woonkamer ging heen en weer. Iedereen in de straat ging naar buiten toe, met kloppend hart sta je daar. Het duurt een tijd voordat die angst weer uit je systeem is."

Het oude huis uit 1913 liep schade op, scheuren. "Dan komt er een meneer, die loopt om je huis heen en beoordeelt of het wel of niet een aardbevingsscheur is. Er komt een rapport, het is een heel proces. Later denk je wel: hoe zit het met de fundering, met de draagkracht van muren en balken, met de schoorsteen? Hij keek slechts vanaf de oprit naar boven. Daar kreeg ik een raar gevoel bij."

Emissierechten

Vervolgens wordt vastgesteld of de huiseigenaren wel of niet in aanmerking komen voor een eenmalige schadevergoeding. Maar bevredigend is die gang van zaken allerminst, ontdekte Woerdman. De zorgen blijven, er kunnen nieuwe bevingen komen, de waarde van het huis is gedaald, verhuizen is bijna niet mogelijk.

Dat kan anders, dacht Woerdman die universitair hoofddocent is aan de Rijksuniversiteit Groningen en gespecialiseerd is in verhandelbare CO2-rechten, het Europese ETS. Dat systeem werkt volgens economische logica: zet een prijs op de uitstoot van kooldioxide en creëer er een markt voor. Het externe effect van uitstoot, de schade aan de omgeving en het klimaat, wordt daardoor 'geïnternaliseerd', ofwel meegewogen in bedrijfsbesluiten.

Het idee van verhandelbare emissierechten inspireerde Woerdman en econoom Minne Dulleman, ook woonachtig in het bevingsgebied, tot het ontwerpen van 'verhandelbare aardbevingscertificaten'. Zo'n papiertje moet de bezitter van een huis in het aardbevingsgebied ieder jaar een inkomen geven. De hoogte ervan is gekoppeld aan het aantal en de intensiteit van de bevingen, ter compensatie van de schade. Daarbovenop krijgt iedere woningeigenaar een percentage van de gezamenlijke gasopbrengsten van de Nederlandse Aardolie Maatscahppij en de overheid. Dit is bedoeld als genoegdoening voor het verminderde woongenot. Woerdman en Dulleman lanceerden hun idee in het economenblad ESB.

"Zo'n constructie geeft jaarlijks een schade-uitkering en is naar onze mening transparanter en breder toepasbaar dan de huidige eenmalige vergoedingen. Maar we denken ook in termen van efficiëntie. Dat hele proces met rapporten over de schade is bij de grootste groep huizen niet per se nodig, doe het slimmer."

Trillingen

De aardbevingscertificaten zouden bovendien de ingezakte woningmarkt weer op gang kunnen brengen - ook Woerdmans eigen huis is inmiddels flink in waarde gedaald. Iemand die een huis in het aardbevingsgebied wil kopen, betaalt dan ook voor het certificaat. De huidige eigenaar, die de trillingen zat is maar nu niet weg komt, krijgt zo meer voor het huis. De nieuwe bezitter weet zich verzekerd van een jaarlijkse inkomstenstroom om eventuele schade te repareren en durft het risico dan eerder aan.

Als de certificaten ook nog verhandelbaar worden, net als CO2-rechten, helpt dat om de vastgelopen woningmarkt in beweging te brengen. Een handige klusser kan ervoor kiezen het huis zonder certificaat te kopen, voor minder geld dus. De verkoper kan het certificaat houden en nog steeds de jaarlijkse compensatie krijgen of het document verkopen, als een soort beleggingsproduct.

Er zijn allerlei praktische vragen die opgelost moeten worden voordat zo'n systeem kan werken, erkent Woerdman. Waar ligt de grens van het bevingsgebied bijvoorbeeld, hoe ga je om met historische schade, welk percentage van de gasopbrengsten is redelijk om aan Groningers uit te keren? "Maar de essentie is dat mensen als individu gecompenseerd worden en weer keuzemogelijkheden krijgen. Dat is heel belangrijk om iets aan de frustratie van mensen te doen. Nu is er een standaard bedrag voor energiebesparende maatregelen en een fonds voor dingen als restauratie van dijken en speeltuintjes. Dat klinkt leuk, maar het moet dichter op de huid van de Groningers. We hebben trouwens nog geen speeltuintje gezien."

Depressief

Ook de recente uitspraak van de rechter dat immateriële schade vergoed zou moeten worden voor getroffen Noorderlingen, biedt volgens Woerdman geen soelaas. "Dat moet je wel kunnen aantonen, dat je er depressief of ongelukkig van wordt. Een rapport van een arts of psycholoog is nodig om de causaliteit te bewijzen. Niet laagdrempelig en lastig bovendien."

Met het voorstel voor de aardbevingscertificaten willen Woerdman en Dulleman vooral de discussie aanzwengelen over hoe het verder moet met de mensen en de huizenmarkt in het aardbevingsgebied. Ze zijn zich ervan bewust dat het idee, dat nog op de tekentafel ligt, behalve praktische ook ethische kwesties oproept. "Als het certificaat ook een beleggingsproduct is, dan heeft dat een bijsmaak: anderen profiteren van de ellende van de Noorderlingen. En stel iemand koopt een huis in bevingsgebied zonder certificaat en er komt een aardbeving, is de staat dan niet alsnog aansprakelijk voor de schade? Ook zal de gaskraan uiteindelijk dicht moeten vanwege het klimaat, hoe laat je de compensatie dan doorlopen? Tegelijk zal volgens geologen nog lang daarna de bodem onrustig blijven."

Hoe hoog die jaarlijkse stroom inkomsten uit het aardbevingscertificaat dan zou zijn, is moeilijk te zeggen omdat het ook afhangt van toekomstige bevingen en gasopbrengsten. "Economen hebben al wel gerekend aan de waardedaling van huizen in het aardbevingsgebied. De berekeningen variëren per gemeente, van zo'n 1000 euro tot wel 20.000 euro per huis. Die daling kan een indicator zijn van de minimumwaarde van het certificaat. Dat moet verder uitgezocht worden."

Ook een idee voor windparken

Het is de handel in CO2-rechten die Edwin Woerdman en Minne Dulleman aanzette tot het bedenken van een verhandelbaar aardbevingscertificaat. Maar er is nog een voorbeeld uit de energiewereld dat ze aanhalen, uit Denemarken. Daar krijgen omwonenden aandelen in windparken ter compensatie van verminderd woongenot door geluidsoverlast en horizonvervuiling. Producenten van windenergie moeten omwonenden de mogelijkheid bieden om, tegen kostprijs, voor minstens 20 procent eigenaar te worden van een windturbine. Zo dragen burgers niet alleen de lasten maar delen ze ook mee in de opbrengsten. Het aandeel is in principe verhandelbaar. Uit onderzoek blijkt dat het in Denemarken een tamelijk effectieve manier is om de diverse belangen te verenigen.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden