Händel bleef het zwaartepunt in zijn rijke carrière

Hij was na zijn studie bij Gustav Leonhardt gewoon in Amsterdam blijven hangen. Het waren de jaren zeventig en de uit Michigan stammende klavecinist en dirigent Alan Curtis - woensdagnacht op 80-jarige leeftijd in zijn woonplaats Florence overleden - was terechtgekomen in het bruisende centrum van de revolutionaire oude muziekbeweging. Voor historisch verantwoord barokmuziek maken moest je in die jaren in Amsterdam wezen.

In de hoofdstad richtte Curtis zijn barokorkest Il Complesso Barocco op, dat in die tijd bestond uit Nederlandse pioniers op oude instrumenten als Ku Ebbinge, Lucy van Dael, Wouter Möller, Ab Koster, Danny Bond en Bob van Asperen. Voor EMI maakte Curtis in 1977 met deze musici in een Haarlems kerkje een plaatopname van Händels opera 'Admeto'. Het orkestje, precies gemodelleerd naar de orkesten waar Händel in Londen mee werkte, had de opera daarvóór live uitgevoerd in het Amsterdamse Concertgebouw met zangers als James Bowman, René Jacobs, Rachel Yakar en Max van Egmond.

Het succes was groot en 'Admeto' stond aan het begin van een ware renaissance van de opera's van Händel, waarin Curtis tot aan zijn dood een grote rol zou blijven spelen. Curtis ontdekte meer fantastische barokmuziek, ook als klavecinist. Hij was aan de universiteit van Illinois afgestudeerd met een doctoraal proefschrift over de klaviermuziek van de Nederlandse componist Jan Pieterszoon Sweelinck. Dat Sweelinck-proefschrift leidde hem naar Leonhardt in Amsterdam, bij wie hij de muziek van Louis Couperin, Monteverdi en Rameau leerde kennen en appreciëren.

Maar Händel was en bleef het zwaartepunt in zijn rijke carrière. Ruim vijftien opera's van de meester legde hij op cd's vast, en steeds was het niveau hoog, met zangers als Joyce DiDonato, Patrizia Ciofi, Vesselina Kasarova, Franco Fagioli en Karina Gauvin. Dat een leerling van Leonhardt zich een leven lang met Händel bezighield is opvallend, omdat juist Leonhardt altijd een bijzondere hekel aan diens muziek had gehad en dat nooit onder stoelen of banken stak. In een interview in 2012 met deze krant vertelde Curtis dat het misschien wel die overduidelijke minachting van Leonhardt was geweest die hem op het spoor van Händel had gezet. "Alsof ik wilde kijken of dat wat Leonhardt steeds beweerde, wel waar was. Maar wat Leonhardt ook vond, Händel is een meester in wat hij doet. Het hoge niveau is er altijd en hij ontwikkelt zich constant."

Leerling Curtis hield desondanks respect voor leraar Leonhardt. Vlak voor diens dood in januari 2012 zocht Curtis zijn oud-docent in Amsterdam op. "Ik had de behoefte om afscheid van hem te nemen en wilde dat niet telefonisch doen. We hebben een fijn gesprek gehad. Bij het weggaan zei ik ter geruststelling dat in de hemel vast alleen maar Bach zou klinken en hoegenaamd geen Händel. Leonhardt kon wel lachen om die opmerking."

Curtis' liefde voor Händel begon in 1955 toen hij in München bij een uitvoering van 'Giulio Cesare' was. Hij vond het een achterhaalde uitvoering, maar Curtis was verkocht. Een levensveranderende ervaring. Ruim 55 jaar later zou Curtis ook die opera uitvoeren en opnemen. Hij was full circle gekomen.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden