Interview

Handbiker Jetze Plat: In het ziekenhuis werd nog gevraagd of ik mijn voet mee wilde hebben

Beeld Patrick Post

Jetze Plat, handbiker en triatleet, gaat op de Paralympics van 2020 voor twee gouden medailles. Maar eerst wil hij het werelduurrecord handbiken verbeteren.

Jetze Plat (27) zet een espresso­machine op tafel in de kantine van de wielerbaan van Alkmaar. Hij neemt het apparaat sinds kort zelf mee. “Ik was die automaakoffie zat”, zegt de paralympisch triatleet en handbiker.

Plat brengt deze dagen veel uren door in het sportpaleis. Hij is in training voor een poging om het werelduurrecord handbiken te verbeteren. Woensdag is het zover. Dan moet hij in een uur meer dan 42,165 kilometer afleggen.

De wielerbaan is vrijwel uitgestorven. Plat wordt bijgestaan door een team van acht specialisten, maar de trainingen doet hij vaak alleen. “Ik heb geen trainingspartner nodig om het maximale eruit te halen”, zegt hij, terwijl hij een stuk of acht boterhammen uit een zakje vist. “Aan mijn wattagemeter heb ik genoeg. De paralym­pische sport is pionieren. Van A tot Z.”

Avontuur

Plat houdt van dat avontuur. Hij kan niet stilzitten. In zijn jeugd deed hij aan allerlei sporten. Motorcross, waterpolo. Gewoon bij de valide sporters. Zijn benen zijn niet goed, maar zijn bovenlichaam kan veel, ­getuige zijn enorme spierbundels. Van het handbiken, en later de triatlon, maakte hij zijn beroep.

Plat heeft bijna alles gewonnen wat er te winnen valt. In de nieuwe paralympische discipline triatlon is hij onverslaanbaar. Hij won goud in Rio. Bij het handbiken, sinds 2000 op de kalender, won hij brons. Plat werd vorig jaar op het sportgala bekroond tot paralympisch sporter van het jaar en wil op de Paralympics van 2020 in Tokio de dubbel pakken met goud in beide sporten.

Hij heeft veel zelf moeten uitzoeken. Voorbeelden waren er in eigen land amper. “Het begint bij materiaal. Je bent overal zelf verantwoordelijk voor. Het is niet zoals in het wielrennen dat er een Team Sky voor je klaarstaat dat voor je zorgt en jij alleen maar hard hoeft te fietsen.”

Sleutelen

Plat denkt veel mee over de afstemming van zijn handbike en racerolstoel. Hij sleutelde vroeger met zijn vader en broers eindeloos aan brommers. Na een studie fijnmechanische techniek ging hij werken bij een bedrijf dat rolstoelen maakte. Die kennis komt nu van pas. “Ik doe niet zozeer alles zelf, maar het is wel makkelijk overleggen met de experts. Ik weet snel of het realistisch is wat ik vraag aan de mensen die mijn prothese of zitkuipjes maken.”

Plat is een beetje een speciaal geval, waardoor protheses niet makkelijk te maken zijn. “Er is niet echt een naam voor wat ik heb, maar rechts mist de hele heupstructuur. Daar zit mijn onderbeen aan mijn romp vast.” Links heeft hij wel een heupgewricht, maar dat staat uit de kom. In die knie mist hij zijn kniebanden. Om makkelijker in een ­prothese te kunnen, liet hij op zijn 18de jaar zijn rechtervoet amputeren. Die zat alleen maar in de weg. “Het klinkt misschien gek voor mensen die gezond zijn, maar ik had helemaal niks aan die voet. Ik had er alleen maar last van. Toen heb ik voor een amputatie gekozen.”

In het ziekenhuis werd nog gevraagd of hij de voet mee wilde hebben. Plat had geen interesse. “Sommige mensen willen dat blijkbaar. Je kunt hem invriezen, of weet ik veel wat mensen ermee doen. Ik ben niet zo emotioneel over dat soort dingen. Voor mij telt alleen dat het praktisch functioneert.”

Morfine

De nasleep viel hem zwaar. Plat had veel pijn. Door de morfine die hij tegen de pijn nam was hij erg vermoeid. Na vijf kilometer op zijn handbike was hij al op. “Het was een heftige periode. In het begin had ik ook fantoompijn. Dat is heel vervelend. Je hebt pijn op een plek die er niet is. Nu heb ik nog weleens het idee dat ik een teen kan bewegen die er niet is.”

Na een half jaar revalideren was hij weer de oude. Plat kan met zijn prothese nog kleine stukjes lopen. Dat gaat wel achteruit. Om slijtage te beperken pakt hij vaker de rolstoel of krukken. Maar zijn sport, waar hij zijn bovenlichaam voor nodig heeft, lijdt daar niet onder.

In maanden voor de amputatie werd hij in 2008 samen met een groep talenten uitgenodigd in Peking om de Paralympics te zien. Daar zag hij handbiker Ernst van Dyk winnen, in die tijd zijn grote voorbeeld. De kracht van de Zuid-Afrikaan imponeerde. “Ik vond het machtig om te zien. De manier ­waarop hij racet, de snelheid. Echt indrukwekkend.”

Klaar met fietsen

Vier jaar later werd Plat in Londen bij zijn paralympisch debuut vierde. Hij was er ziek van. “Ik was helemaal klaar met fietsen, terwijl ik er altijd zoveel lol in had. Ik heb maanden niet naar mijn handbike gekeken. Toen ben ik gaan zoeken waarom ik alles af liet hangen van het resultaat.” In de aanloop naar Rio 2016 richtte hij zijn sport anders in. Er kwamen meer tussendoelen, winnen werd niet meer het belangrijkste. Triatlon was een welkome afwisseling erbij. Door de nieuwe aanpak won Plat meer.

Hoewel hij zelf paralympisch atleet is, denkt Plat dat er behoorlijk wat verbeterd kan worden bij de paralympische beweging. Hij vindt dat er veel te veel klassen zijn, waardoor het voor toeschouwers niet leuk is om naar te kijken. “Nu zijn er bij wijze van spreken tien handbikers voor vier klassen. Dat zijn wel erg veel medaillekansen. Dan kom je bijna altijd op het podium.”

Om de paralympische sport op de kaart te zetten, pleit Plat voor veel minder klassen. Het liefst maar één per sport. “Er zullen atleten moeten stoppen, maar de breedte zal breder worden. Topsport is per definitie niet eerlijk. Je bent altijd afhankelijk van wat je met je lichaam hebt meegekregen en wat je ermee doet. Er is ook geen speciale NBA-klasse voor mensen van 1,50 meter. Als je klein bent kun je boos worden dat je niet goed bent in basketbal, maar dat heeft geen zin.”

Jetze Plat Academy

Plat hoopt dat zijn relaas gehoord wordt, maar hij verwacht niet dat er op korte termijn iets zal veranderen. Daarom besteedt hij zijn energie liever aan dingen waar hij blij van wordt, zoals het helpen van jong talent. Plat gaat revalidatieklinieken langs om jongeren iets te leren over behendigheid in een rolstoel of handbike.

Zijn ogen twinkelen als hij erover vertelt. “Ik zie daar veel jongens vanuit de motorcross die een dwarslaesie hebben opgelopen. Die gasten zijn vaak heel jong, zestien jaar soms. En dan kun je ineens helemaal niks meer. Dat raakt me.”

Plat helpt de jongeren uit de revalidatieklinieken om weer wat van hun leven te maken. Het is zijn droom om na zijn carrière een talententeam op te richten. Het plan voor de Jetze Plat Academy ligt al klaar. Hij wil een pooltje jongeren verzamelen die hij op weg helpt. “Ik wil ze leren hoe je naar een sponsor gaat, hoe je de beste handbike kiest. Met die tools kunnen ze zelf aan een ­carrière werken.”

Lees ook:

‘Deze paralympiër wil dat u weet: mensen met handicap zijn niet zielig’

Voormalig zitskiër Kees-Jan van der Klooster denkt dat de vijver van paralympisch talent veel groter zou kunnen zijn.

‘Ik heb gewoon een zwarte prothese. Dat is duidelijker en dan hoeven mensen niet zo te staren’

Ze vormen een snowboardstel en in hun huis in Arnhem slingeren overal benen rond. Paralympiërs Chris Vos (‘Mijn snowboardbeen ziet er heel vet uit’) en Lisa Bunschoten vinden het heel normaal. 

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden