Handballers komen in 'finale' kracht te kort

HAARLEM - Het moet lang geleden zijn geweest dat de Nederlandse handballers vier interlands op rij ongeslagen bleven. In Haarlem was die serie niet voldoende voor de eindzege in de tiende handbalweek. Die ging naar Egypte dat op de slotdag met 21-18 te sterk was voor Oranje.

Na overwinningen op Slowakije, Estland, Italië en Turkije stond gisteren in de 'finale' tegen de Egyptenaren de hoofdprijs op het spel. Dat kwam aan de ene kant wel, maar aan de andere kant niet als een verrassing. Het nationale team onder leiding van bondscoach Harry Weerman bevindt zich namelijk in een opbouwfase. Een hoge klassering in de Haarlemse handbalweek lag derhalve niet in de lijn der verwachtingen. Daarentegen was de jubileumuitgave van het toernooi in sporthal de Melkerij niet van uitzonderlijke kwaliteit. De late afzegging van Cuba kon niet op een behoorlijke manier worden gecompenseerd.

Het was het toernooi van de middelmaat, waarin Egypte de favorietenrol waarmaakte. In het Afrikaanse land floreert de handbalsport. Geld speelt geen enkele rol, ook niet als het gaat om het organiseren van grote evenementen. Vorig jaar vonden in Cairo de WK voor jeugd èn voor militairen plaats en in 1997 zijn de Egyptenaren gastheer van de mondiale titelstrijd voor A-landen. Nederland was vorige maand te gast en de drie oefenwedstrijden gingen allemaal verloren. Gisteren zat een revanche er niet in. In de tweede helft gooiden de Egyptenaren al hun fysieke geweld in de strijd en dat was te veel voor het verjongde Oranje, dat bij rust nog met 9-7 aan de leiding ging.

Nederland kwam duidelijk kracht te kort. Alleen de twee routiniers Lambert Schuurs en Patrick van Olphen, die door de buitenlandse coaches werd uitgeroepen tot beste speler van het toernooi, lieten af en toe hun spierballen zien. Met name in de opbouw konden Patrick Kersten en Frank van der Zanden niet opboksen tegen de massieve Egyptische muur van verdedigers. Claus Veerman (familie-omstandigheden) en Job Hagreize (ernstige knieblessure) werden node gemist. Nederland werd in de 150ste wedstrijd uit de tienjarige geschiedenis van de handbalweek gewogen en te licht bevonden, maar Harry Weerman ziet wel toekomst in de formatie. “Het is belangrijk dat wij twee, drie jaar met deze groep doorgaan”, zei de bondscoach, die met name de hechte band en de discipline binnen het team benadrukte. De Drent erkende dat er vooral op de linkerhoek-positie en op de cirkel behoefte bestaat aan versterking. Coos ter Mors liet zien dat hij niet de beoogde opvolger van Schuurs is. Maar de E en O-speler volgt, in tegenstelling tot Remco Jongen, wel trouw de trainingen van de nationale ploeg.

Takenpakket

Hoewel Weerman slechts part-time in dienst is bij het handbalverbond, heeft hij het er maar druk mee. De Drent verricht een groot aantal werkzaamheden, dat niet tot het takenpakket van een bondscoach behoort. Vanaf het moment dat hij Guus Cantelberg opvolgde, ruim een jaar geleden, moet Weerman het doen zonder assistent en manager. “Er zijn veel te veel zaken waarmee ik mij nu moet bemoeien”, geeft de oud-trainer van E en O toe. Hij zegt het niet met zoveel woorden, maar in zijn ogen laat de 'rugdekking' van de mensen op het bondsbureau te wensen over. “Er gebeurt ook een heleboel wel”, is in dat verband een veelzeggende uitspraak.

Weerman heeft zijn bedenkingen over de efficiency waarmee de professionele krachten in Bunnik te werk gaan. Een fax mag nooit een week blijven liggen, een telefoon mag nooit meer dan drie keer overgaan. Dus steekt Weerman vaak zelf de handen uit de mouwen. Als directeur van een school in Emmen bracht hij het verbond in contact met een mogelijke geldschieter. Tevens zeurt hij net zo lang aan het hoofd bij de kledingsponsor totdat beloofde zaken zijn geregeld. In februari van het volgend jaar gaat hij met het verbond praten over contractverlenging. Veel noten heeft Weerman niet op zijn gezang, maar een ding staat volgens hem vast: “Er moet een assistent bijkomen.”

Onlangs kwam Weerman nog in botsing met verbondsofficials over de uitzending van Jong Oranje naar het WK-kwalificatie-toernooi van volgend jaar in Argentinië. In verband met de financiën besloot het NHV, zonder overleg, deze trip te schrappen. Daar kon de bondscoach nog wel mee leven, ware het niet dat de Jong Oranje-vrouwen voor hetzelfde doel wel naar Brazilië mochten. Gelijke kappen, gelijke monniken, vond Weerman, waarna het verbond de reis naar Argentinië alsnog op de agenda plaatste. “En nu moeten ze hopen dat wij ons niet plaatsen, want dan wordt het nog een dure grap”, glimlachte Weerman.

Over de invulling van de internationale kalender door het verbond is Weerman toch al niet zo tevreden. Hij eist van de internationals dat ze tien uur per week trainen, maar hij kan er niet veel tegenover stellen. De wedstrijd van gisteren tegen Egypte betrof pas de veertiende interland van dit jaar. “En dat zijn er zeker een stuk of tien te weinig”, aldus Weerman. In 1995 worden het er in ieder geval meer dan veertien. In januari staat er een toernooi in Litouwen op het programma en in maart is Oranje welkom op een toernooi in Noorwegen. Tussen de bedrijven door werkt Nederland de EK-kwalificatie-wedstrijden af tegen Macedonië en Bulgarije. En over twaalf maanden is er de elfde Haarlemse handbalweek, met hopelijk een bezetting die de middelmaat weer ontstijgt.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden