Hancock doet waar hij zin in heeft, en soms is dat jammer

Jazz

Herbie Hancock ¿¿¿

Het blijft een onderbelichte plaat in de omvangrijke en diverse catalogus van toetsenist Herbie Hancock. 'The Piano' uit 1978 laat een ongekend sobere Hancock horen die even intelligent als invoelend standards vertolkt als 'My Funny Valentine' en 'Someday My Prince Will Come'. Deze soloplaat volgde op Hancocks meest experimentele periode. Begin jaren zeventig had hij met de Mwandishi band de vrije improvisatie verkend om vervolgens met de Head Hunters een hippe mix van rock, jazz en funk te creëren. Die experimenten brachten Hancock commercieel succes maar ook veel en vaak venijnige kritiek. De vrijheden die Hancock zich permitteerde, werden hem niet altijd in dank afgenomen.

Bijna 35 jaar later lijkt Hancock nog altijd omzichtig te manoeuvreren tussen de twee uiteenlopende rollen die hij zich heeft toegemeten. Hancock is zowel een pleaser die het publiek trakteert op wat het horen wil, als de speelse musicus van wie niets dan het onverwachte te verwachten valt. Dat dit een moeilijk vol te houden spagaat is, bleek opnieuw tijdens Hancocks allereerste solo-optreden in het Concertgebouw. Het begon veelbelovend met een vrijzinnige, maar scherpe interpretatie van Wayne Shorters 'Footprints' waarbij Hancock met vernuftige vondsten verraste en niet met kekke geluiden uit een van de vele keyboards en computers.

Na 'Footprints' werd het concert spoedig overvallen door een karakteristieke halfslachtigheid. Van alles wat; ingetogen stukken aan de vleugel werden afgewisseld met tamelijk bombastisch werk waarbij het hele elektronische arsenaal werd aangesproken. Hancock heeft onvergetelijke nummers gecomponeerd, maar zijn nieuwe arrangementen zijn soms ronduit drakerig. Zo ontstaat een vreemde mengvorm. Enerzijds werkt Hancock een voorspelbare set af waarin klassiekers als 'Maiden Voyage', 'Cantaloupe Island', 'Rock-it' en 'Chameleon' de revue passeren. Anderzijds worden al die nummers uit elkaar gehaald en compleet anders weer in elkaar gezet. "Weten jullie waarom ik steeds de vorm verander?" vroeg Hancock het publiek. "Omdat ik het kan." Dat is een twijfelachtige motivatie, maar het is wel waar. Hancock doet wat hij wil, op zijn eigen irriterende en imponerende manier.

Mischa Andriessen

Musical

Shrek ¿¿¿¿

Hoezo crisis? Wanneer je bij de musicaluitvoering van 'Shrek' zit, glijdt alle pijn van bezuinigingen en somberheid van je af. Wat een enorm rijke productie heeft producent Albert Verlinde daar vol lef neergezet: een groots en kleurrijk decor, een mega-cast, een groot orkest, uitbundige kostuums en een gigantische draak die door vier personen bewogen moet worden.

Die grootsheid past precies bij het over-de-top-verhaal van 'Shrek'. In dit eigenwijze sprookje geen roze zoetigheid maar net als in de (vier) Shrek-films: scheten, boeren en vette knipogen.

De musical (uit 2008) vertelt vrij letterlijk het verhaal van de eerste Shrekfilm (2001). Het draait daarin om Shrek, een oger, ofwel een dik, lelijk, groen wezen dat in zijn eentje in een moeras woont. Tot zijn ongenoegen wordt zijn moeras ineens bevolkt door tientallen opstandige sprookjesfiguren. Zij zijn verbannen door Heer Farquaad, een extreem klein en ijdel mannetje dat de inwoners van Du Loc onderdrukt. Om zijn moeras terug te krijgen moet Shrek voor Farquaad prinses Fiona uit een door een draak bewaakte toren redden, zodat Farquaad met haar kan trouwen. Maar natuurlijk wordt de lompe stinkende Shrek verliefd op de mooie prinses - die ook stevig boerend en cynisch uit de hoek kan komen en die telkens 's nachts in een oger verandert.

De uitwerking (regie: Eddy Habbema) is groot en hilarisch. Allard Blom vertaalde de teksten pittig, met zinnen als deze voor Pinokkio: "Als ik één keer jok, groeit meteen die gok". Humor is een van de sterkste punten van deze 'Shrek'. Komen de sprookjesfiguren in opstand, dan dragen ze een spandoek met: "Baas in eigen Bos". Een paard - dat duidelijk tweedimensionaal is, en van hout gemaakt, heet Triplex. Ook de muziek is 'groot', maar dan niet in positieve zin. De pompende showmuziek is vooral hard, met weinig subtiele (scherpe) zangstemmen. En de melodieën (Jeanine Tesori) zijn niet aansprekend. Geen lied blijft na afloop hangen.

Sowieso is er in de eerste helft van de voorstelling bijna geen moment klein of kwetsbaar. Maar gelukkig 'smelt' Shrek (William Spaaij) in de tweede helft en weet hij met zijn stuntelige liefdesverklaring ook enorm te ontroeren. Kim-Lian van der Meij doet het leuk als de stoere Fiona. Rogier Komproe is de geweldig geestige ADHD-ezel die Shrek tijdens zijn avonturen bijstaat. Maar de grote topper is het droogkomische talent van Paul Groot die (op zijn knieën!) goed-gedoseerd-schmierend het machtsbeluste mini-mannetje Farquaad speelt. Een feest van entertainment.

Bianca Bartels

www.shrekdemusical.nl alleen te zien in RAI Theater, Amsterdam

Dans

How long is now Conny Janssen Danst ¿¿¿¿

Na afloop van de première van de locatievoorstelling 'How long is now' kreeg choreografe Conny Janssen uit handen van de Rotterdamse burgemeester Aboutaleb een lintje - dat van Ridder in de Orde van Oranje-Nassau. In zijn toelichting karakteriseerde Aboutaleb Janssen als iemand met die typische Rotterdamse mentaliteit van 'niet lullen maar poetsen'. Hij memoreerde hoe Janssen met haar gezelschap Conny Janssen Danst al twintig jaar onverstoorbaar in de meest onvoorspelbare naden van de stad Rotterdam kruipt - zoals nu in de RET tramremise Hillegersberg, de weemoedig stemmende opslag van tramtoestellen die in de loop der tijd met pensioen zijn gegaan.

Maar ook buiten het stroomgebied van de Maas heeft Janssen zich de afgelopen twintig jaar gemanifesteerd als een van de belangrijkste choreografen van Nederland. Wars van ivoren cultuurtorens, altijd bezig met het ontsluiten van de kunstvorm dans. Of het nou amateurs zijn in bijzondere dansprojecten, of de profs met wie ze werkt aan toegankelijke voorstellingen; steeds weer is er sprake van dat ene centrale thema: het verbeelden van de metropool in al zijn dynamische verschijningsvormen en de plaats daarin van het individu.

In 'How long is now' omarmt Janssen het begrip 'tijd', uitgedrukt door een lange strook van letters die als een uitgestoken tong de publiektribune met het achterland van de tramremise verbindt. 'Once upon a time', lezen we, 'Time flies', en andere uitdrukkingen die iets zeggen over ons ons gestuntel met begrippen als eeuwig- en vergankelijkheid.

De dansers bewegen tussen roestige tramrails, het stof van generaties stuift op. De kostuums roepen associaties op van voorbije tijden - een ingesnoerd lijfje, een pandjesjas - en zijn toch eigentijds. Zoals hun ontmoetingen ook niet tijdgebonden zijn en gaan over liefde en verlangen, het vangen van dierbare momenten, en eigenlijk alles wat ons tot mensen maakt. Janssen is sterk in de emotionele finesses van het duet, hier zijn het vooral ook de groepsdansen die indruk maken. Hulpeloos de tijd wegtikkend als vleesgeworden metronomen, of een voor een de immense tramremise in tijgerend.

Janssen is niet iemand van de opgelegde filosofische strekking, en je zult haar ook niet snel betrappen op modieus vormexperiment. Maar haar focus op het kleine, en daarmee juist dat grootse menselijke, verfijnt zich nog steeds. Goed om te zien dat Conny Janssen na twintig jaar nog flink kan 'poetsen'.

Sander Hiskemuller

T/m 25/11 RET tramremise Hillegersberg. www.connyjanssendanst.nl

undefined

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden