Recensie

Han Kang omarmt de schoonheid van de vergankelijkheid

Han Kang
Wit Beeld free
Han Kang WitBeeld free

De Zuid-Koreaanse schrijfster Han Kang gaat op zoek naar het witte schemergebied waar ze de ziel van haar overleden zus kan aanraken. 

Han Kang
Wit
Vert. Marijke Versluys, Deborah Smith. Nijgh & Van Ditmar. 148 blz. € 19,99

Mijmerend loopt Han Kang door de donkere straten van Warschau. Terwijl de natte sneeuw op haar huid valt, beziet ze de gevels van de huizen, die nog steeds een gruwelijk verleden ademen. Zo komen ook de herinneringen aan haar eigen familieleed omhoog: de dood van haar zus. “Als het niet zo was dat het leven zich in een rechte lijn uitstrekte, had ze op een gegeven moment misschien gemerkt dat ze een bocht om was gegaan”, verzucht ze in een mysterieuze paradox. “Alles gaat voorbij.”

De Zuid-Koreaanse Han Kang is een van de belangrijkste Aziatische schrijvers van het moment. Vorig jaar won ze de prestigieuze Man Booker International Prize voor ‘De vegetariër’, een bevreemdende roman over een vrouw die uit walging van het menselijk geweld besluit in een boom te willen veranderen. Een fenomenaal boek, juist door de fundamentele vragen die ze zo haarscherp aan de orde stelt: wat betekent het om te lijden? Waarom zijn mensen zo ontevreden? En hoe moeten wij onze vergankelijkheid bezien?

Geen toeval

Het is geen toeval dat Kang zich met deze thematiek bezighoudt. Als twintiger verdiepte ze zich in de boeddhistische filosofie, die zich uitdrukkelijk focust op het doorgronden van het lijden en de vergankelijkheid. Als dertiger besloot ze echter dat het boeddhisme onbevredigend was, en dat ze zich enkel nog tot de literatuur zou richten voor haar levensvragen. Dat geeft haar werk een urgent karakter: hier schrijft iemand niet slechts uit nobele vrijetijdsbesteding, maar uit de oprechte overtuiging dat literatuur iets tot stand kan brengen waarin religie voor haar ontoereikend is gebleken.

In ‘Wit’, Kangs nieuwste boek, brengt deze ongebruikelijke benadering van het schrijverschap haar tot ongekende hoogte. Centraal staat het tragische lot van haar zus, die kort na geboorte overleed. Kang beschrijft hartverscheurend hoe haar 22-jarige moeder twee maanden te vroeg weeën kreeg. Haar vader was aan het werk, en in de wijde omtrek van het platteland was geen telefoon te vinden. Huilend strompelde haar moeder naar de keuken om nog snel een wit babyhemdje te naaien. “In godsnaam, niet doodgaan”, prevelde ze als een mantra toen het meisje geboren werd en ze het hemdje om het bebloede lijfje had gedaan. Twee uur later stierf de baby.

Pijnlijke episode

Deze pijnlijke episode uit haar familiehistorie komt bij Kang naar boven in Warschau, waar ze tijdelijk verblijft als writer in residence. De stad, in 1944 bijna geheel verwoest door Hitler, doet haar in alles denken aan de dood: “Wandelend over het smalle pad dat werd overhuifd door verstrengelde takken, waar het hoge gekwinkeleer van vogels me deed denken aan leeuweriken, bedacht ik dat dit alles eens dood was geweest. Deze bomen en vogels, paden straten, huizen en trams, en al die mensen.”

Zoals Warschau na de Tweede Wereldoorlog is herrezen uit de oude ruïnes, zo is Kang zelf ontstaan uit de ruïnes van haar overleden zus. Zonder dat tragische voorval was ze er naar eigen zeggen zelf niet geweest: “Dit leven hoefde maar door een van ons geleefd te worden. Als jij die eerste uren had overleefd zou ik nu niet leven.” Zou het mogelijk zijn de ziel van haar zus, die zo onlosmakelijk verbonden is met Kangs eigen bestaan, weer tot leven te wekken?

“Nu geef ik je witte dingen”, schrijft Kang alsof ze de te vroeggeboren baby zorgzaam in haar armen vasthoudt, “alleen witte dingen zal ik je geven.” Dat is ook precies wat ze doet: dit boek bestaat uit korte, krachtige hoofdstukken die elk iets wits beschrijven dat ze op de een of andere manier associeert met haar zus, hoofdstukken met titels als ‘Babyhemdje’, ‘Sneeuw’, ‘Maan’ en ‘Rijst’.

Meer dan dat

Traditioneel wordt de kleur wit in veel delen van Azië geassocieerd met de dood en de rouw, maar voor Kang is het meer dan dat. Het wit, dat ze in het sneeuwrijke Polen overal om zich heen ziet, is de kleur van het schemergebied waarin leven en niet-leven in elkaar overgaan. Ze herinnert zich dat ze eens op een Koreaans strand stond en de golven van de winterzee waarnam: ‘Op het moment dat de golf op haar hoogst is spat ze wit sproeiend uiteen. Het verstrooide water glijdt terug over het zandstrand.’ Als Kang haar zus dus ergens kan terugvinden, dan is het ín dat wit.

In de inleiding schrijft Kang: “Ik voelde dat ik dit boek móést schrijven, dat ik erdoor zou veranderen, dat het ook zelf zou veranderen, en wel in een soort witte zalf die op een zwelling wordt aangebracht, een verband dat op een wond wordt gelegd.” Het ongelooflijke, besefte ik bij een tweede lezing van het boek, is dat ze die woorden dus letterlijk meende: ze hoopte in de twee maanden dat ze in Warschau verbleef - de tijd die haar zus nodig had gehad om ‘gewoon’ geboren te kunnen worden - het witte schemergebied te bereiken waarin ze, al was het maar voor een kortstondig ogenblik, de ziel van haar zus kon aanraken.

Bijna geruisloos

Rond de helft van het boek lijkt er inderdaad iets te veranderen: bijna geruisloos begint Kang over zichzelf te schrijven in de derde persoon, alsof ze tijdelijk haar eigen lichaam heeft verlaten. Ze spreekt intiem tot haar zus: “Was je maar niet opgehouden met ademen. Dan was jou al dit leven gegund in plaats van mij, de ik die dan nooit geboren zou zijn. Was het jou maar gegund om resoluut voorwaarts te gaan, met je eigen ogen en je eigen lichaam, met je rug naar die donkere spiegel gekeerd.”

‘Wit’ is van een onpeilbare diepte. Het is een schitterende meditatie op het leven, waarin de auteur in tegenstelling tot haar vorige romans nu de schoonheid van de vergankelijkheid lijkt te hebben omarmd. Maar het is óók een poging om met literatuur iets te bewerkstelligen dat religie voor haar niet kon doen: de ziel van haar zus oproepen. Wie bereid is haar op die tocht te vergezellen, wacht een onvergetelijke leeservaring. Totdat de laatste bladzijde wordt omgeslagen, en alleen het wit overblijft.

Lees hier meer boekrecensies van Trouw.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden