'Hamlet heeft een waanzinnige verbeelding, en dus grote angst'

DEN HAAG - Een woensdagnamiddag in december. Op de schouders van acht hovelingen uit de Deense burcht Elsinore wordt Ophelia naar haar graf gedragen. Ze is zojuist niet haar 'modderdood' - (Gerrit Komrij), haar 'slijkerige dood' (Willy Courteaux) noch 'muddy death' (William Shakespeare) - maar haar 'modderige dood' gestorven. In het voormalige Haagse zwembad de Regentes repeteert Het Nationale Toneel 'Hamlet' in de vertaling van Frank Albers.

Maar Ophelia's teraardebestelling hapert. De zestien benen schrijden niet symmetrisch; regisseur Johan Doesburg schikt en herschikt de groepering. Met de voor lijk liggende Ophelia nog steeds op de schouders, schuifelt de stoet achterwaarts terug. Fluitend bootsen de spelers de sirene van een achteruit rijdende vrachtwagen na. Op het achtertoneel zijn koning en koningin (Rik van Uffelen en Will van Kralingen) er maar even bij gaan zitten.

Voorwaarts maar weer, aangevoerd door kloeke rouwkreten van Jérome Reehuis. Omdat hij geruime tijd geen tekst had, zat Hamlet zelf kwartieren op de lege tribune. Maar sinds er schot in de stoet zit, staat Gijs Scholten van Aschat samen met zijn aartsvriend Horatio de begrafenis van zijn geliefde vanaf een loopbrug halverwege de wand theatraal gade te slaan.

Niet te veel Hamlet-vorsing en ook geen duiding van de enscenering, alstublieft. Dat moet na de première, vanaf Nieuwjaarsdag, maar gebeuren. Scholten van Aschat is ontstemd over de overdaad aan aandacht die kranten en televisie dezer dagen aan zijn Hamletvertolking besteden. Een tv-rubriek kondigde nota bene aan dat 'de tv-ster Scholten van Aschat' Hamlet zou gaan spelen. “Flikker toch op zeg! In de afgelopen tien jaar heb ik zo'n dertig rollen op het toneel gespeeld. Wat verbeelden die televisiemensen zich wel? Je met 'tv-ster' proberen in te lijven. Het is precies andersom: je bent pas iemand als je niet op de televisie komt.”

Hamlet is zeker zijn eerste theatrale vertolking niet; het is z'n achtste Shakespearerol. Hij was Jago in 'Othello', Macduff in 'Macbeth', Romeo, Lysander in 'Midzomernachtdroom', Richard II, Antonio in 'De koopman van Venetië' en dichter in 'Timon van Athene' (met de fameuze openingszinnen: 'Gegroet heer, 'k Heb u sinds lange tijd niet meer ontmoet. Hoe staat het met de wereld?').

Dol op Shakespeare

Geen Hamletvorsing dus, maar dat neemt niet weg dat hij het met regisseur Johan Doesburg over personage en karakterschets heeft gehad. Doesburg polste hem vorig jaar voor de rol (bedoeld als heropening van de Haagse Stadsschouwburg, maar de renovatie liep uit) en Scholten van Aschat dacht: 'Als ik Hamlet doe, dan moet ik het nu wel snel doen.' Hij gaf Doesburg niet zozeer z'n jawoord omdat hij in z'n leven per se nou eens Hamlet gespeeld wilde hebben, eerder omdat hij vertrouwd met de regisseur en diens gezelschap en 'erg dol op Shakespeare' is. Op zoek naar uitgangspunten belandde hij bij Hamlets 'eind van de volwassenheid'.

“Hij verliest zijn vader, en met het bloedschennend huwelijk ook zijn moeder. Hij heeft geen kinderen, hij schuift op in de rij voor de dood, hij is toe aan het koningschap en ook d t wordt hem ontnomen. Hamlet ziet zijn vader als een echte vent, die nota bene het hele land op het spel zette voor een duel met Fortinbras. Als hij dat duel had verloren, was Denemarken een provincie van Noorwegen geworden. Zo'n vader die aan de zijlijn: 'Kom op jongen, voetballen!' tegen z'n zoon staat te roepen.”

“Wraak is het thema van het stuk, maar zelfs aan het wraakthema twijfelt Hamlet. Hij doet er niet aan mee; hij gaat over dingen nadenken. Terwijl het toch de bedoeling was dat je gewoon een bijl pakte om de ander er z'n kop mee af te slaan. Als je Shakespeare speelt, merk je dat Shakespeare zich aan je opdringt. Dat moet niet dwingend worden, dat moet je aan de lijve ondervinden. Waarom verdragen wij alles toch maar? Omdat we bang zijn. Bang voor de eindeloze droom, voor sterven, voor inslapen. Bang voor eindeloze nachtmerries. Dus verdragen we liever onze pijn op aarde dan weg te vluchten naar het onbekende. Angst wordt gevoed door een overdaad aan fantasie. Een fantasieloos iemand zal minder bang zijn, want dat komt eenvoudigweg niet in 'm op. Hamlet heeft een waanzinnige verbeelding, en dus grote angst.”

“Horatio is z'n beste vriend omdat hij er altijd is, en nooit meteen oordeelt. Na het toneelstuk-in-het toneelstuk zegt hij: 'Ik zag hoe hij (koning Claudius) reageerde.' Horatio zegt niet wat hij heeft gezien. Hij zegt ook nergens wat Hamlet wel of niet moet doen. Wat zal je beste vriend doen, als je midden in de nacht bij hem aanbelt en zegt dat je iemand vermoord hebt? Niet: beschuldigen, of: 'ik zal je aangeven'. Maar: 'Ga zitten, ik haal een biertje voor je.' De vriendschap tussen Hamlet en Horatio is een oprechte liefdesverklaring - nee, niet homo-erotisch of dat soort gelul. Maar het is Hamlet die moet handelen, niet Horatio. In een onrustig land, waarin de meerderheid met alle winden meewaait. 'Denemarken, staat in ontbinding' luidt het in onze versie. Nee, ik zeg niet hoe 'to be or not to be' in deze voorstelling klinkt: moet ik dan alles al verklappen?”

Als kind leek Gijs Scholten van Aschat (39) autosloper het leukste beroep. Met een hamer of aansteker verminkte hij speelgoedauto's om ze zo getrouw mogelijk te kunnen laten verongelukken. Samen met een vriendje zat hij bovenaan de trap te kijken hoe de naar beneden roetsende auto's uit elkaar spatten. Had hij een modelvliegtuig eenmaal in elkaar gezet, dan wachtte het toestel geheid 'een mooie crash'. Z'n broer wilde mayonaiseproever worden, maar werd uiteindelijk toch maar advocaat. Op de zolder in zijn geboortestad Tiel organiseerde hij voorstellingen met toneel, raketreizen of goocheltrucs. Een fors papier diende als programma, waarop steevast het onderdeel 'Betalen!' terugkwam. Voor niks gaat immers de zon op, wist hij al bijtijds.

Hij woonde boven de bank van z'n vader, waar hij de Nederlandse vlag afhaalde om als theatraal gordijn te gebruiken. Gedrapeerd over een zolderbalk plaatste hij, als voetlichten, een rij brandende kaarsen pal achter de zijden vlag. Z'n ouders bezweken bijna toen ze dat zagen. Het gordijn moest onmiddellijk weg en terug op de bankpui, en de kaarsen uit. Kinderachtig, vond hij dat.

In de Tielse Agnietenhof zag hij onder andere Ko van Dijk in 'Cyrano', maar “ik geloof dat we meer zaten te keten dan geboeid toneel keken.” Aanvankelijk wilde hij economie studeren, Nijenrode misschien. Niet om zijn vader als bankier op te volgen, maar om 'de handel' in te kunnen. Nog op de middelbare school diende hij zich bij de Amsterdamse Toneelschool aan, waar hij te jong werd bevonden. Hij begreep niet waarom ze hem afwezen. 'Kom later nog maar 'ns terug', kreeg hij te horen. Maar het werd de Maastrichtse Toneelschool, waar hij succesvol toelatingsexamen deed. Een bijzonder leuke tijd vormden zijn Maastrichtse jaren. “Elke avond met dezelfde mensen in dezelfde kroeg. Vriendschappen liepen door alle jaarlichtingen heen.” Porgy Franssen was er net van af, maar hij leerde geestverwanten kennen als Peter Blok, Carine Crutzen en Willem van de Sande Bakhuysen, met wie hij tot nu toe hecht en harmonieus samenwerkt.

“Tegen de heersende stroming in, had ik geen zin om met anderen een groepje op te richten. Ik wilde bij een groot gezelschap horen, met een regisseur die zegt: 'En nu gaan we Don Juan spelen'. Ik aarzelde niet toen de Haagse Comedie mij vroeg. Door schade en schande, met veel producties en met veel regisseurs heb ik daar veel geleerd.

Ik had de mazzel om al in het tweede jaar de rol van Romeo te krijgen. Na viereneenhalf jaar had ik het wel gezien, en vertrok ik voor een jaar naar theatergezelschap Globe. Met Lou Landré speelde ik daar 'Othello', Shakespeares mooiste stuk, denk ik. Hans Croiset vroeg mij bij de oprichting van Het Nationale Toneel, waar ik drie jaar aan verbonden bleef.''

Sindsdien wil Scholten van Aschat zich niet meer aan een gezelschap binden. Ook al speelt hij steeds opnieuw met z'n geestverwanten, zoals in de tv-series 'Pleidooi', 'Oud Geld' en de Vestdijk-verfilming 'Het glinsterend pantser' of de repeterende samenwerking van gezelschap Orkater voor de muziektheaterspektakels 'Wie vermoordde Mary Rogers' en 'De formidabele Yankee'. “Met Porgy Franssen en Peter Blok op het toneel staan is een feest. Dan kan ik niet alleen als personage, maar ook als Gijs naar Peter staan te kijken: wat dóet ie dat toch lekker! Dat hebben we alledrie met elkaar gemeen.”

Drie rollen per jaar vindt hij 'te veel', en reizen 'killing', ook al toert hij nu met ruim vijftig Hamletvoorstellingen van Enschede tot en met Schiedam door het land. “Toneelspelen is ruimte bieden aan je fantasie, aan je levensdrift. Ik kan me alleen senang voelen als ik met geestverwanten in het juiste gezelschap speel. Orkater moet geen Shakespeare gaan doen. Dat kunnen ze niet, en dat willen ze ook niet. Dat geldt ook voor het onthouden van een tekst: als een stuk je interesseert en raakt, kost het geen enkele moeite.”

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden