Reportage

Hamid zit al een jaar gevangen op een Grieks eiland

Hamid Hamdard eet zijn pitabroodje op een bankje nadat hij van een terras werd gestuurd Beeld Thijs Kettenis
Hamid Hamdard eet zijn pitabroodje op een bankje nadat hij van een terras werd gestuurdBeeld Thijs Kettenis

Lange en onduidelijke procedures zorgen er voor dat zo'n honderd vluchtelingen al langer dan een jaar op Samos vastzitten. Ze hebben recht op doorreis naar Athene, maar vooralsnog komen ze niet van het eiland af.

De dag begint begint zoals vaker met slecht nieuws. Hamid mag weer niet op de boot naar Athene vandaag. Hij valt voor de deur van zijn appartement uit tegen de medewerkster van de hulporganisatie die voor hem een aanvraag heeft gedaan. "Ik word gek. Hoelang gaat het nog duren? Jullie hadden het beloofd!" Zij weet het ook niet, zegt de vrouw, zij gaat er niet over, maar ze kan zich voorstellen dat anderen prioriteit krijgen nu. Het kamp op Samos zit overvol en er zitten mensen in tentjes in de kou. Hamid heeft tenminste nog een appartement. "Ik wil niet straks mijn 1-jarig verblijf op Samos vieren", schreeuwt de Afghaan met overslaande stem. Het gaat hier niet om vieren, niemand heeft hier iets te vieren, mompelt de hulpverleenster.

Nog tien dagen, dan zit Hamid Hamdard (26) een jaar op het Griekse eiland Samos. Hij heeft twee maanden terug al toestemming gekregen naar het vasteland te reizen en daar de asielprocedure te vervolgen. Samen met zijn zus en moeder, die na een eerdere operatie nadere behandeling aan haar gebroken been nodig heeft, waarvoor de voorzieningen op Samos ontbreken. Ze hebben recht op een kaartje voor de veerboot naar en opvang in Athene.

Maar vooralsnog komen ze niet van Samos af. Zo'n 100 mensen zitten er volgens VN-vluchtelingenorganisatie UNHCR zelfs al langer dan een jaar. Op eilanden als Lesbos en Chios is de situatie vergelijkbaar (zie kader). Lange en onduidelijke procedures en een overbevolkt vluchtelingenkamp, waar honderden mensen in tentjes in de regen en kou zitten, zijn er de oorzaak van.

Hamid is wat gekalmeerd, en loopt van zijn appartement in de richting van Samos-stad, een halfuur lopen. Hij stopt na een paar minuten in de stille haven en kijkt naar drie mannen die aan een auto sleutelen. "Ik probeer het te begrijpen. Maar het lijkt wel of ze spelletjes met ons spelen. Elke dag zeggen ze dat we mee kunnen, maar dan blijkt dat er toch weer iets is", zegt hij op de kade. Hier meert een paar keer per week de veerboot aan naar Athene, een uur of tien varen. Onder zware bewaking van de politie, om te voorkomen dat vluchtelingen op illegale manier aan boord komen. "Iedere keer denk ik: ik moet op die boot zitten. En dan vaart hij weg zonder mij. Ik zit hier gevangen. Mijn leven staat stil."

Gevlucht

In de Afghaanse stad Herat had Hamid het goed. Hij werkte bij een bank en had twee zaken, een voor kleding en een voor sieraden. De glitters van de juwelen spatten van het scherm als hij foto's laat zien van zijn 'Hamid Store' op zijn iPhone. "Voor het geld ben ik niet gevlucht. De reis heeft duizenden dollars gekost. Maar thuis is het niet veilig." Zijn vader werd ruim anderhalf jaar geleden ontvoerd. Twintig dagen later werd hij dood gevonden op een berg. Hamid moest hem komen identificeren. "Daarna kregen we bedreigingen. Als we niet zouden betalen, zouden ze ook andere familieleden vermoorden. In Afghanistan betekent dat dat je vogelvrij bent, op bescherming van de politie hoef je niet te rekenen. We hebben onze spullen gepakt en zijn vertrokken." Via Iran en Turkije kwamen ze bijna een jaar geleden op Samos aan. En toen begon het wachten.

Even na tienen neemt Hamid vanuit de haven de bus naar de stad - na het ontbijt thuis het vervolg van zijn dagelijkse routine. Hij gaat straks twee lessen Engels én een les Duits volgen in het door internationale vrijwilligers gerunde activiteitencentrum in de stad. Engels sprak hij al maar dat wil hij verder verbeteren, zijn belangstelling voor Duits verraadt Hamids ideeën over de toekomst, al wil hij daar niet direct op ingaan. "Ik wil een normaal leven hebben. Dat kan hier niet. Van mensen die al in Athene zijn, hoor ik dat er geen werk is. Zelfs de Grieken hebben geen baan. Hoe moet ik dan iets opbouwen?"

Maar bovenal zijn de lessen - hij volgt ook een cursus gitaarspelen - een manier om de dag door te komen. Voordat hij eraan begon, zat hij de hele dag te kaarten met andere vluchtelingen. "Ik had verder helemaal niets te doen. Behalve wachten, wachten, wachten. Op een gegeven moment dacht ik dat ik gek werd", vertelt Hamid op de kade in de stad. Vooral in het overvolle kamp op een heuvel vlak boven de stad, met volstrekt ontoereikende voorzieningen, slaan uitzichtloosheid en verveling na een tijdje toe. Hamid heeft ze gezien, de jongens die met spoed naar het ziekenhuis moesten omdat ze zichzelf uit wanhoop met een scheermesje hadden verwond. Hij kent mensen die zelfmoordpogingen hebben gedaan.

Hamids moeder brak haar been en moest geopereerd worden, waarna het gezin naar een eenkamerappartement werd overgeplaatst. Zijn moeder slaapt in bed met zijn zus, Hamid ligt 's nachts op de grond of het balkon.

Op weg naar het centrale plein komt Hamid een paar groepjes vluchtelingen tegen. Soms groet hij, inmiddels kent hij er heel wat. "Hé, hoe gaat het?", roept een man in het Grieks naar hem. "Goed, en met jou?", zegt hij lachend terug, ook in het Grieks. Een welzijnswerker, legt Hamid uit, die hij nog kent uit het kamp. Hij houdt stil bij een supermarkt. "Kijk, hier werken goede mensen. Toen ik hier voor het eerst kwam, hoefde ik niet te betalen." Hij zwaait naar de eigenaar in de deuropening. "Soms geven ze me een banaan, of betaal ik één euro per kilo in plaats van twee."

Geen blik waardig

Er zijn meer voorbeelden van Grieken met wie Hamid het kan vinden. Laatst werd hij uitgenodigd op een feest in de buurt. Maar over het algemeen botert het niet zo. Het eiland is niet op vluchtelingen toegerust, vinden veel bewoners van Samos. Ze zien hen het liefst zo snel mogelijk vertrekken. Sommigen laten dat duidelijk merken ook. Hamid loopt een fastfood-zaak binnen, aan het begin van de middag. Hij bestelt een pitabroodje met kipgyros. Met een chagrijnig gezicht en zonder hem aan te kijken neemt de vrouw achter de toonbank zijn geld aan. Zijn wisselgeld en het broodje legt ze in een tasje op de balie neer, waarna ze zich omdraait. Opnieuw zonder hem een blik waardig te gunnen. Hamid pakt het broodje en loopt naar buiten. Hamid moet lachen, zich ervan bewust dat zijn ervaring van zojuist illustratief is. "Ik heb altijd gedacht dat Grieken de beschaving hebben uitgevonden, maar daar merk ik hier weinig van", zegt hij spottend. Toen hij zijn broodje eerder op het bijbehorende terras wilde opeten, werd hij weggestuurd. "Hier krijg ik tenminste nog eten. Bij andere restaurants ben ik weggestuurd", vertelt Hamid terwijl hij op zoek gaat naar een bankje. "'Wij verkopen niet aan vluchtelingen", zeggen ze dan.

Voor de politie zijn alle asielzoekers bang, vertelt Hamid terwijl hij zijn broodje opeet. Hij vond een paar weken terug een kapotte fiets bij een vuilcontainer. "Een aardige fietsenmaker heeft hem gerepareerd voor maar zes euro. Een agent hield me aan toen hij me erop zag rijden. Hij vroeg van wie ik die fiets gestolen had. Toen ik uitlegde hoe het zat, sloeg hij me in de boeien." Hij zat vijf uur vast op het bureau. Zelfs het bonnetje van de reparatie hielp hem niet. "Ze schreeuwden en scholden op me, en gebruikten zulke lelijke woorden. Ze noemden me malaka, klootzak. Ik moest voor de rechter verschijnen, zeiden ze." Uiteindelijk moest zijn begeleider bij een Griekse hulporganisatie, die Hamids verhaal kon bevestigen, eraan te pas komen om hem vrij te krijgen.

Tekst loopt verder onder de foto

Hamid Hamdard:
Hamid Hamdard: "Ze schreeuwen en scholden op me. Ze noemden me malaka, klootzak".Beeld Thijs Kettenis

Hamid loopt verder door het kleine oude centrum, op weg naar zijn les. Voor een statig pand blijft hij staan. Hij bekijkt het van onder tot boven.

"In Herat hadden we een huis van drie verdiepingen. En twee grote auto's. Dat ben ik allemaal kwijt omdat ik mijn leven wilde redden. Maar weet je wat ik veel erger vind? Dat ik na een jaar gevangen te zitten op dit eiland ook al mijn dromen heb verloren." Zwijgend vervolgt hij zijn weg. Na een paar passen ziet hij een stukje brood op straat liggen. Hij pakt het op en legt het op een muurtje. Op de vraag waarom hij dat doet, haalt hij zijn schouders op. "Brood hoort niet op straat."

Tennissen

Na zijn lessen en het avondeten in zijn appartement loopt Hamid in het donker weer terug naar het centrum van Samos. In sportkleren, met een tennisracket in zijn hand. "Gekregen van een van de tennissers hier. Ik mag de baan gebruiken als hij vrij is", zegt hij. Daar wordt nu gespeeld, dus hij loopt het aanpalende basketbalveld op. Dan maar daar. Een Zwitserse vrijwilliger daagt hem uit en laat hem alle hoeken van de baan zien.

"Ik ben de enige vluchteling die hier tennist", zegt Hamid terwijl hij na afloop met een tevreden gezicht het zweet van zijn voorhoofd veegt. "Ik woon in een appartement en spreek Engels. Ik weet dat ik het beter heb dan de vluchtelingen in het kamp. Maar geluk gehad? Ik zit hier al een jaar vast. Zonder vrienden, terwijl ik voor mijn moeder en zus moet zorgen. Het blijft een gevangenis." Hij gaat naar huis. Hopelijk begint morgen een keer met beter nieuws.

Hamid Hamdard eet zijn pitabroodje op een bankje nadat hij van een terras werd weggestuurd.

Doorreis asielzoekers

Sinds de EU en Turkije maart vorig jaar afspraken dat vluchtelingen in principe terug moeten naar dat land, mogen ze na aankomst op de Griekse eilanden niet meer doorreizen naar het vasteland. Het is vanuit daar immers makkelijker om illegaal door te reizen naar Noord- en West-Europa. Er geldt een uitzondering voor kwetsbare mensen als zwangere vrouwen en gewonden zoals Hamids moeder. Zij en hun familieleden mogen het grootste deel van hun procedure op het vasteland doorlopen, maar moeten daarop dus soms maanden wachten. Van gedwongen terugsturen naar Turkije is nog niets terecht gekomen, onder meer vanwege de lange procedures en vele beroepsmogelijkheden. Daarnaast verdwijnen er asielzoekers, omdat ze gedurende hun procedures niet kunnen worden vastgezet.

Volgens cijfers van de Griekse regering verblijven er nu nog zo'n 15.000 asielzoekers op de eilanden. De kampen op Lesbos, Chios en Samos herbergen drie keer zoveel vluchtelingen als ze aankunnen. Vanwege de slechte omstandigheden daar lobbyen twaalf mensenrechtenorganisaties, waaronder Amnesty International en Human Rights Watch, er bij de Griekse regering en de EU voor om alle vluchtelingen over te brengen naar het vasteland. En wel voor het officiële begin van de winter op 21 december.

Maar minister van migratiezaken Giannis Mouzalas wil niet verder gaan dan het versnellen van de overplaatsing van kwetsbare groepen, en het verbeteren van voorzieningen in de kampen. In een interview vorige week zei hij niet uit te sluiten dat er ook deze winter doden zullen vallen op de eilanden. "Wat ik kan garanderen is dat we alles doen wat we kunnen om dat te voorkomen."

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden