Halve Ring van Chailly is het Rijngoud waard

Wat chefdirigenten doen in de tijd dat zij niet bij het orkest hunner hand aanwezig zijn, onttrekt zich aan de waarneming van de concertganger. Kranten reizen de plaatselijke maestri doorgaans niet na. In de dagen dat Hans Vonk nog chef was over het Residentie Orkest had hij ook de opera van Dresden onder zijn hoede, maar niemand die het merkte.

Of Edo de Waart net zoveel jubel ten deel viel in San Francisco of Minneapolis, of in de toekomst in Sidney, als hij hier oogst als van chef van het Radio Filharmonisch Orkest, blijft onduidelijk. Politieke correspondenten hebben oog noch oor voor zulke facetten in het nieuws.

Alleen Bernard Haitink, chef Concertgebouworkest, werd sinds 1974 wel gevolgd in zijn ontwikkeling van opera-dirigent in het zomerfestival van Glyndebourne. We hadden dus een goed inzicht in die liefde toen hij in 1986 muziekdirecteur werd in de Koninklijke Opera Covent Garden in Londen. Ook toen hij na 1988 het Amsterdamse muziekpodium verliet, bleef hij in the picture. Londen is ook dichtbij, zodat over zijn belangrijkste wapenfeiten, zoals de complete 'Der Ring des Nibelungen' van Wagner, in Trouw zelfs gedetailleerd verslag werd gedaan.

Vorige maand werd nieuwe triomf uit Covent Garden gemeld, met 'Die Frau ohne Schatten' van Richard Strauss. 'Het is een waar privilege zo'n vermaard musicus als Haitink te horen in zo'n verradelijk werk als dit', noteerde The Times. Andere bladen deden er niet voor onder: 'superieur gevoel voor de dramatische en muzikale continuiteit' (Volkskrant), 'ongelooflijk rijke samenklanken, geconcentreerde stiltes,' (Independent) of 'het was zijn meest ontspannen. liefdevolle, gelukkige onderneming tot nu toe' (Guardian).

Raadselachtig dat chefdirigenten van het Concertgebouworkest elders hun operaliefde laten bloeien. Haitink liet zich alleen in ver verleden bij de Nederlandse Opera zien: Don Giovanni' (1962), 'Fliegende Hollander' (1963) en 'Don Carlos' in 1966 (met Concertgebouworkest).

Met Riccardo Chailly stapte in 1988 een chef het podium op die al minstens vijftig procent operabloed in de aderen had. Toch moeten we nog steeds teren op die ene 'l'Ange de feu' van Prokofjew die hij met het Concertgebouworkest memorabel maakte bij De Nederlandse Opera in juni 1990. Verdi's 'Otello' schijnt een optie te zijn. Zelfs Wagner gloort aan de horizon; niet schrikken: 'Der Ring des Nibelungen'. Maar dan niet met De Nederlandse Opera maar in een samenwerkingsverband van Concertgebouworkest en de Opera van Bologna.

Daar is Chailly - sinds 1986 - ook chef. Terwijl Haitink in Londen de kolossale Strauss instudeerde, pakte Chailly in Bologna Wagners 'Gotterdammerung' bij de kop. Het werd het sluitstuk van een complete 'Ring' die in november 1987 werd geopend met de Duitse dirigent Peter Schneider in 'Das Rheingold'. Een jaar later volgde 'Die Walkure', echter nu met Chailly.

In 1990 keerde Schneider terug voor 'Siegfried'. En nu het sluitstuk 'Gotterdammerung' met Chailly. Er is wel degelijk sprake van een cyclus, aangezien een man, de Italiaan Pier'Alli het scenische concept (regie, decors, film en kostuums) ontwierp.

'Het was de bedoeling dat ik de hele 'Ring' zou dirigeren,' antwoordt Chailly op de verbaasde vraag waarom een halve 'Ring'. 'Maar ik moest mij voorbereiden op mijn taak bij het Concertgebouworkest die in 1988 begon; met de opera-leiding is toen besloten tot een deling.' En wat als de 'Ring' als een echte cyclus achter elkaar gaat? Chailly lacht. 'Het geld is er niet voor. Maar indien dat er komt, dan dirigeer ik inderdaad de hele cyclus.'

Gelet op de reacties tijdens de matinee (de vijfde voorstelling) die ik afgelopen zondag bijwoonde, sluit het publiek Chailly ook als Wagner-dirigent aan het hart. Het 'maestro-maestro' geroep bolde op toen hij ten tonele verscheen. Dat was geen loos geroep, want het Bolognese publiek kent zijn Wagner. Het Teatro comunale was de eerste plek waar in Italie een Wagner-opera werd opgevoerd, 'Lohengrin', in 1871. Vanaf dat moment toonde Bologna in een regelmatige stroom de overige titels, inclusief twee maal een complete 'Ring' voor 1940.

De afsluiting van de eerste naoorlogse 'Ring' werd gevierd met een tentoonstelling van Wagner-reliquieen, zoals een zwart fluwelen baret die de maestro droeg in Venetie, een lessenaar die hij in Bologna benutte, schilderijen, brieven, eerste drukken en affiches.

De Italiaanse pers beloonde de premiere met uitstekende cijfers. Het hoeft geen verbazing te wekken dat de werkelijk, over de hele linie, fantastische vocale bezetting het hoogst scoorde. Sabine Hass ontwikkelde de half godische heldinne-rol van Brunnhilde tot een innig liefhebbende, menselijke vrouw in de ontroerend lyrisch gezongen finale als zij bij de baar met de dode Siegfried herinneringen oproept. In elke sterkte straalde haar prachtig gecontroleerde stem intens. Siegfried Jerusalem als Siegfried deed in de heldenrol zijn voornaam alle eer aan, maar adembenemender vond ik Matti Salminen als Hagen. Hier zinderde het gevestigde kwaad tot in de laagste registers, ondersteund door een sonoor blazerscorps.

Dat Bolognese opera-orkest gaf er blijk van intens te zijn gekneed in de kleurschakeringen van deze partituur; men herkende bovendien in de ritmische helderheid de hand van zijn meester. Deze bouwde, zoals Il Giorno treffend verwoordde 'als een thematisch dirigent aan het pathos' dat Wagner langzaam ontwikkelt en bijelkaar brengt in het weergaloze slot dat inzet met de dodenmars. Chailly weerde echter teutoonse overdrevenheid en gaf die mars een ingehouden waardigheid.

Zoals in de Nederlandse pers Chailly's zuidelijke inborst nooit onvermeld blijft (en tot negatieve duiding leidt voor het laatromantische repertoire), zo wees ook de Corriere della sera op dat niet-Duitse aspect, edoch in positieve zin. Hij had 'niet zijn toevlucht gezocht bij manieren uit de traditionele Duitse stijl van Wagner-interpretatie'.

Regisseur Pier'Alli doorspekte zijn enscenering met filmbeelden, geprojecteerd op een gaasvoordoek; daar waren enkele grandioze momenten (als Brunnhilde het ros Grane oproept) bij, maar de irritatie kreeg bij mij de overhand door het teveel aan invullingen bij scenes waar juist alle aandacht ongestoord op de zingende figuur moet liggen. Daarenboven had Alli nauwelijks iets zinnigs gedaan in de personen- en massaregie. Monumentaal toneel dat wij in Nederland hebben afgezworen in de opera, bleek in deze Bolognese 'Ring' inclusief alle loze gebaren, nog hoge mode. Daarom kan ik niet roepen: breng die 'Ring' hier als co-produktie. Wat Chailly's aandeel betreft: zijn halve Ring is Rijngoud waard. Dat bewees hij met het operaorkest (fraaie strijkers, hier en daar een kleine intonatie-zwakte in de houtblazers, sonoor koper). Met de topploeg in Amsterdam moet het resultaat overweldigend uitpakken. Concertant dan maar, en met deze fantastische solisten. Kijk, daar zouden sponsors voor in de rij moeten gaan staan.

Chailly keert deze week terug naar Amsterdam: weer laat-romantiek: Mahlers 'Das klagende Lied'. Hij kruist het pad met Bernard Haitink die Strauss inruilt voor ook Mahler: de zevende, met het Rotterdams Orkest. Eerste en Tweede Kerstdag na elkaar. Merkwaardige tegenvoeters, die operachefs, Riccardo di Bologna en Bernardo di Londra.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden